Verdieping

Spannend en charmant

Op narcisten worden we heel gemakkelijk verliefd. Hun aantrekkelijke kanten zijn opvallend en wie wil er nou niet ook zo'n meeslepend leven? 'Het was nooit saai met hem.'

Dit artikel verscheen eerder in Psychologie Magazine

Niemand was goed genoeg voor Narcissus. De knappe jongeman uit de Griekse mythologie wilde zich aan geen enkele partner binden, maar werd verliefd op zijn eigen spiegelbeeld in het water. Aan de rand van een poel raakte hij zo in de ban van zijn eigen schoonheid, dat hij zijn evenbeeld probeerde te omarmen en verdronk.

Psychologen noemden de narcistische persoonlijkheidsstoornis naar de man uit deze mythe. Narcisten zijn mensen die zichzelf enorm belangrijk vinden, hun eigen prestaties en talenten overdrijven, buitensporige bewondering nodig hebben en vinden dat ze recht hebben op een speciale behandeling. Ze zijn vaak arrogant, hebben een gebrek aan empathie en zijn afgunstig of menen dat anderen dat zijn op hen. Soms gebruiken ze anderen om hun persoonlijke doelen te bereiken.

En toch zijn er zat mensen die verliefd worden op een narcist, weet psycholoog Keith Campbell van de Universiteit van Georgia. Vooral vrouwen, zo schrijft hij in zijn bestseller When you love a man who loves himself. Waarom? Een narcistische man heeft ook een heel aantrekkelijke kant. Hij lijkt zelfverzekerd, vertelt interessante verhalen, is royaal. En: hij is vaak ook werkelijk iemand die veel voor elkaar krijgt, iemand met charisma en een goede baan. Hij verkeert graag in de schijnwerpers en maakt zijn partner ook een beetje deelgenoot van zijn belangrijke, bijzondere leven. ‘Het kan bedwelmend zijn om samen te zijn met een narcist,’ schrijft Campbell.

Geen stapje opzij

Aletta (47) herkent Campbells beschrijving. Ze ontmoette haar ex-man toen ze 23 was. ‘Hij had dat kinderlijk spontane. Alles kon: we maakten reisjes, we gingen veel uit eten, met de boot weg. Het was nooit saai met hem.’

Sommige mensen gedijen goed in de schaduw van een narcist, zegt expert Martin Appelo. ‘Zijn grootsheid straalt op hen af: ze krijgen gratis ook een beetje roem. Onzekere mensen er­varen narcisten niet als opdringerig, maar hebben bewondering voor hun sterke persoonlijkheid en cijferen zichzelf weg.’ Maar, mensen die psychisch ­gezond in elkaar zitten, gaan zich op een gegeven moment ergeren aan een narcist. Appelo: ‘Ze ervaren de ruimte die hij opeist als grensoverschrijdend, respectloos en irritant. De relatie blijkt niet wederkerig. Ze beginnen te merken dat het altijd over de ander gaat. Als je daartegen protesteert, of zelf ruimte begint op te eisen, ervaart een narcist dat als een aanval. Hij wordt boos en reageert niet met een stapje opzij, maar door zich nog verder op te blazen en degene die zijn ego bedreigt af te stoten.’

Aletta merkte inderdaad al snel dat haar partner nare buien had. ‘Hij was snel gekwetst en dan begon hij me te kleineren. Ik had het buskruit niet uitgevonden, zei hij, mijn vrienden en familie stelden niet veel voor. Hij had het pas gemaakt. Ik denk dat hij zichzelf beter voelde als hij mij naar beneden haalde. En hij wist dingen zo te draaien dat wanneer hij iets fout deed, je toch aan jezelf ging twijfelen. Achteraf zie ik het als pure geestelijke mishandeling.’ Aletta kreeg een kind met hem, maar verliet hem twee jaar later. ‘Het was gewoon onmogelijk om met hem te leven.’ Vanwege hun zoon hielden ze contact, maar het bleef ingewikkeld.

‘Ze hunkeren naar geborgenheid en erkenning, maar mensen nemen afstand en gaan ze van alles verwijten’

Appelo weet er alles van. Zelf is hij naar eigen zeggen ook narcistisch en in zijn liefdesleven ging veel mis. Acht serieuze relaties liepen stuk op zijn persoonlijkheid. ‘Ik vond natuurlijk niet dat het aan mij lag.’ Appelo ziet narcisme echt als een relatiestoornis. ‘De kern ervan is een gebrek aan wederkerigheid – het niet in staat zijn een gelijkwaardige relatie aan te gaan. Partners voelen dat er geen rekening met hen wordt gehouden. En uiteindelijk krijgen narcisten meestal ook niet waaraan ze behoefte hebben. Ze hunkeren naar geborgenheid en erkenning, maar veroorzaken juist waar ze het bangst voor zijn: mensen nemen afstand en gaan ze van alles verwijten.’

Ten prooi

Op internet en in verschillende populaire – meestal Amerikaanse – boeken over dit onderwerp wordt een beeld geschetst van narcisten als kille monsters die hun partners leegzuigen en geruïneerd achterlaten. Er is zelfs een Amerikaans werkwoord dat zelfbenoemde slachtoffers van narcisten gebruiken om te laten weten dat ze ten prooi zijn gevallen aan zo’n sluwe klootzak: to be narcissized – zoiets als ‘genarcist worden’.

En wie lijdt aan slapeloosheid, depressief en woedend is, en zich afvraagt waardoor die ooit zo perfecte relatie plotseling op een nachtmerrie is uitgedraaid, zou weleens kunnen lijden aan het ‘narcistisch slachtoffer-syndroom’, zo staat te lezen op www.narcistischepersoonlijkheidsstoornis.nl. De narcist heeft dan ‘zijn klauwen in je gezet’ en zal pas loslaten als hij een ‘nieuwe prooi heeft gevonden die nog vol leven zit’.

Dit soort websites en boeken zijn niet op wetenschappelijk onderzoek gestoeld en schetsen een zeer ongenuanceerd beeld van narcisme. Lang niet elke egocentrische, dominante of overspelige man is namelijk narcistisch. Je partner kan bovendien narcistische trekken hebben zonder dat het allesoverheersend is. En er zijn ook narcisten die niet in de schijnwerpers staan maar toch zeer zelfingenomen en snel gekrenkt zijn. Kenmerkend voor narcisme is: een gezwollen ego en dikdoenerij gecombineerd met extreme gevoeligheid voor kritiek.

Ben je door je partner misleid en bedrogen en heeft hij of zij weinig empathie, dan is hij of zij misschien geen narcist, maar een psychopaat. Narcisme wordt vaak verward met antisociale persoonlijkheidsstoornissen zoals psychopathie. Appelo: ‘Een psychopaat doet zichzelf ook mooier voor dan hij is, maar hij misleidt anderen om er zelf beter van te worden en is kil en berekenend. Een narcist daarentegen wil de ander geen pijn doen, hij gunt een ander ook wel ruimte. Alleen heeft hij die ruimte zelf zo hard nodig dat hij die toch niet aan de ander kan geven.’ Voor de partner is het resultaat eender, maar het komt voort uit andere beweegredenen.

Onacceptabel

Narcisme beschermt iemand tegen pijnlijke gevoelens, maar het leidt er ook toe dat hij alleen komt te staan. Appelo geeft een mooi voorbeeld uit zijn therapeutische praktijk: ‘Ik liet een narcistische man eens een oefening doen met zijn vrouw. Hij moest zeggen: “Liefje, wil je me de pindakaas geven?” in plaats van “Geef me de pindakaas!” zoals hij altijd deed. Hij kreeg de aardige variant gewoon niet uit zijn strot. Plotseling begon hij te huilen. De oefening raakte een gevoel uit zijn jeugd. Iets op een aardige manier vragen maakt kwetsbaar; want hij verwacht dan afwijzing. Dus dwingt hij af dat anderen iets voor hem doen, of hij doet het zelf. ’

Aletta: ‘De laatste vier jaar van zijn leven leek mijn ex een beetje inzicht in zijn gedrag te krijgen. Hij had een keer een grote mond tegen de verkeerde en werd in elkaar geslagen. Hij werd bang en ik heb hem toen opgevangen. Hij kreeg bovendien kanker. We gingen in therapie en hij bood zelfs zijn verontschuldigingen aan voor wat hij mij en mijn zoon had aangedaan. Ik heb hem verzorgd tot de laatste twee weken van zijn leven.’ Helaas ging het toch weer mis: ‘Hij werd depressief en gemeen. Dat iemand zo geweldig als hij kanker kreeg en doodging, dat was onacceptabel. Hij was totaal niet met mij bezig, of met zijn zoon. Zijn narcisme werd steeds extremer; wij mochten niet meer gelukkig zijn. Toen ik tegen zijn wil in toch op vakantie ging, schrapte hij me uit zijn testament. En toen ik terugkwam, hoefde hij me niet meer te zien. Ik had hem immers in de steek gelaten. Iedereen had het beste met hem voor, maar hij zag alleen maar hoe mensen hem hadden gekwetst. Hij is eigenlijk heel eenzaam gestorven.’

‘Wie maar blijft vechten voor een relatie die niet wederkerig is, moet misschien zelf eens wat vaker in de spiegel kijken’

Voor partners komt het vaak neer op buigen of barsten. Zij die zich te veel wegcijferen blijven vaak boos en vol onbegrip achter wanneer hun partner er bijvoorbeeld vandoor gaat met een ander. Lijden zij aan het ‘narcistisch slachtoffer-syndroom’? Volgens Martin Appelo wentelen mensen zich te veel in de slachtofferrol. Wie maar blijft vechten voor een relatie die niet wederkerig is, moet misschien zelf eens wat vaker in de spiegel kijken. In de Griekse mythologie werd nimf Echo verliefd op Narcissus. Zij bleef achter hem aanlopen hoewel hij haar liefde niet beantwoordde. Uiteindelijk bleef er niets van haar over, behalve de echo: de zwakke stem die blijft herhalen wat een ander zegt.

In het kort

Stel: je wilt je kleurrijke maar lastige narcistische partner niet kwijt, en toch ook meer aandacht en ruimte voor je eigen behoeftes. Wat is de beste aanpak? Het beste werkt: liefdevol maar begrenzend zijn. Appelo: ‘Je moet heel duidelijk zijn, niet te voorzichtig. Laat weten: ik houd van je, maar als je met mij verder wilt, heb ik […] nodig.’

‘Voor mij is het ook een lijdensweg’

Ben (52) worstelt met het effect van zijn narcistische persoonlijkheidsstoornis op zijn relatie.

‘Ik kreeg in mijn relatie problemen met mijn gebrek aan empathie. Toen ik me in 2012 psychologisch liet testen, werd ik tot mijn eigen afgrijzen gediagnosticeerd met de narcistische persoonlijkheidsstoornis. Toen ik googlede wat dat precies inhield, schrok ik. Ik trof de ene horrorstory na de andere aan. Narcisten zouden monsters zijn bij wie je uit de buurt moet blijven. Zo deprimerend om te lezen! Het is voor mij ook echt een lijdensweg.

Het klopt dat ik vaak manipulatief bezig ben, mijn zin doordram en geen nee accepteer. Maar dat is geen bewuste opzet. Ik heb best empathische gevoelens. En ik denk echt niet altijd dat ik Mister Wonderful ben.

In de liefde loop ik er vooral tegenaan dat mijn partner zich niet gezien en niet serieus genomen voelt. Ik neig ernaar het gesprek naar me toe te trekken. Meestal ben ik zo vol van mezelf dat ik signalen niet oppik en dan snap ik niet waarom mijn vriendin geïrriteerd is. Ze lijdt enorm onder mijn onverschilligheid. Voor mij zijn verjaardagen, jubilea en feestdagen gewone dagen; voor haar betekent het meer. Ik ben in therapie gegaan omdat ik er genoeg van kreeg om altijd maar sorry te moeten zeggen. Ik kan behoorlijk van slag zijn van kritiek en er een echt drama van maken.

Het is een rotgevoel als mijn vriendin niet blij met me is. Ik probeer nu van tevoren te plannen hoe ik haar een fijn gevoel kan bezorgen. Wat voor een ander heel normaal is, is voor mij keihard werken. Als op een feestje iemand over mijn werk begint, neem ik me voor om te zeggen: ik ben hier nu met mijn vrouw, dat werk komt later wel.

Ook als deze relatie zou stoppen, blijf ik doorgaan met ­therapie. Want wat moet ik: dan zit ik alleen of krijg ik een nieuwe relatie met dezelfde problemen. En dat wil ik niet.’

Ben heet in werkelijkheid anders. Zijn vriendin wilde niet geïnterviewd worden; ze vindt dat het al veel te vaak over Bens narcistische persoonlijkheidsstoornis gaat.

Auteur: Dagmar van der Neut

40583