Verdieping

Reportage: op stap met een autismehond

Een hond kan de wereld van een kind met autisme enorm vergroten. Sinds Juul (6) een nieuw maatje heeft, is hij minder bang. Voor zijn ouders betekent de komst van Tasha verlichting van stress en zorgen. Een middagje naar het park met de autismegeleidehond.

Wie langs het huiskamerraam loopt, ziet ze meteen staan. Tientallen kleine plastic speelgoeddieren – varkens, paarden, koeien – allemaal netjes in rijen opgesteld. Als je goed kijkt, zit er een systeem in. De grote dieren staan om de kleine heen. ‘Om ze te beschermen,’ zegt Tessa, de moeder van Juul (6). En dat is typerend voor haar zoon.

Want Juul is bang. Hij denkt al ver van tevoren na over alle gevaren die op zijn pad kunnen komen. Gaat het gezin bijvoorbeeld weg met de auto, dan maakt hij zich voor vertrek al zorgen: kunnen ze wel langs de stoep parkeren? En toen zijn ouders hem een keer vertelden voorzichtig te zijn in het zwembad, heeft hij op vakantie drie kwartier huilend op de rand van het bad gezeten omdat hij niet in het water durfde.

Juul verschilt ook in andere opzichten van zijn leeftijdgenootjes. Terwijl andere kinderen op verjaarspartijtjes met elkaar spelen, wijkt Juul niet van zijn moeders zijde. Toen hij kleiner was, speelde hij niet met autootjes, maar kon wel uren zoet zijn met blokken in en uit een koffertje halen. En was hij van streek, dan bonkte hij hard met zijn hoofd tegen de muur.

Rond zijn 4de verjaardag werd duidelijk dat Juul een stoornis heeft in het autistisch spectrum. Eerst dachten de deskundigen aan asperger, vertelt zijn vader, omdat hij normaal begaafd is – op verbaal gebied zelfs hoogbegaafd. Maar omdat hij ook stereotiepe bewegingen met zijn armen maakt, het zogenaamde ‘fladderen’, luidde de diagnose uiteindelijk ‘klassiek autisme’. Zijn moeder pakt ter illustratie een rol met rood cadeaulint en legt het op de keukenbar. ‘Met een stuk van dit lint in zijn hand beweegt hij dan continu op en neer. Aanwijzen noemt hij dat.’

Dan gaat de deur open. Een blond hoofd verschijnt. Juul komt uit school samen met een vriendje en zijn zusje. Hij rent naar de kamer waar zijn speelgoeddieren staan en doet de deur dicht. Hij vindt het niet fijn als andere mensen aan zijn spullen zitten. En ook al spreken ze af dat dat niet mag, soms verplaatst een vriendje de dieren toch. Onbegrijpelijk, vindt Juul, want: afspraak is afspraak. Nu zijn speelgoeddieren veilig zijn, holt hij samen met de twee andere kinderen de achtertuin in. Daar staat een kippenren met twee enorme zwarte kippen. Zo angstig als Juul in veel situaties is, zo dapper is hij met dieren. Hij pakt een kip op om hem aan mij te laten zien. Weer binnen laat hij ook de kat zien, die spinnend op een stoel ligt.

Wennen aan kindergedrag

Drie weken geleden kreeg het gezin er nog een dier bij, de zwarte labrador Tasha. Tasha is een autismegeleidehond van kngf Geleidehonden. Naast blindengeleidehonden traint deze non-profitorganisatie sinds enkele jaren ook honden voor kinderen met autisme.

Ik ontmoet hondentrainer Michèle Herselman in Amstelveen. Daar is ze aan het werk met hond Aysa, die haar werktenue, een paars tuigje, aanheeft. We lopen door de automatische deuren het winkelcentrum binnen om Aysa te laten wennen aan alle geurtjes, lichten en andere prikkels. ‘In Ierland en Canada zijn autismegeleidehonden al langer aan het werk,’ vertelt Herselman. ‘Die honden hebben een heel positief effect op het gedrag van kinderen met autisme. Daarom zijn wij ze ook gaan trainen.’ In Nederland zijn in totaal nu zo’n 25 autismegeleidehonden van kngf Geleidehonden aan het werk. Het zijn honden die de strenge selectie voor blindengeleidehond niet hebben gehaald. Zo is Aysa afgekeurd op haar werklust, zegt Herselman, ze doet het liever rustig aan. ‘Iets wat voor kinderen met autisme juist fijn is.’

We komen een man tegen met een klein jongetje. De hondentrainer moedigt het jongetje aan de hond te aaien. ‘Aysa moet zoveel mogelijk wennen aan kinderen en kindergedrag.’ Ze huppelt wat op en neer naast de hond: ‘Dat is wat kinderen ook zullen doen.’ Na elke handeling beloont ze de vrolijk kwispelende Aysa met wat lekkers.

Omdat kinderen met autisme moeite hebben met sociale contacten is de hond vaak hun eerste speelkameraadje, vertelt de hondentrainer. Ze gooit een stuk touw weg, dat de hond oppakt en voor haar voeten teruglegt. ‘Een blindengeleidehond moet leren om het touw in mijn handen te geven. Een autismegeleidehond leert dat juist niet, omdat veel kinderen dat vies of eng vinden.’ Apporteren is volgens haar een ideaal spelletje, omdat kinderen met autisme vaak van repeterende bezigheden houden.

Maar het belangrijkste doel van een autismegeleidehond is de mobiliteit van het gezin vergroten. ‘Kinderen met autisme hebben nogal eens de neiging weg te schieten,’ vertelt Herselman, iets wat bolting wordt genoemd. Daardoor gaan gezinnen niet snel een ontspannen dagje weg of gewoon boodschappen doen. De ouder heeft de hond aan de lijn en geeft de bevelen, legt Herselman uit, het kind houdt de hond vast aan een handvat dat aan het paarse tuigje is bevestigd. Bovendien zit het met een riempje om zijn middel vast aan de hond. Zo kan het dier het kind blokkeren. Herselman demonstreert hoe het werkt. ‘Sta,’ zegt ze. Dan trekt ze aan het handvat dat vastzit aan Aysa’s tuigje. En inderdaad, Aysa verroert geen poot. ‘De moeder hoeft het kind niet meer te vast te grijpen, maar de hond houdt het kind tegen. Dat neemt veel spanning weg, bij ouders én bij het kind.’

Minder bang voor water

Omdat Juul geen wegloper is, zit hij niet aan Tasha vast. De hond helpt hem vooral om zijn angsten te overwinnen, vertelt zijn moeder. Met de hond aan zijn zijde maakt hij zich minder zorgen. Hij kan zijn aandacht op de hond richten in plaats van op alles wat hij eng vindt. Tasha geeft hem zelfvertrouwen. Zo is Juul bang voor water, maar toen Tasha tijdens een wandeling een keer het water in ging, durfde hij ook zijn laarsjes nat te maken. ‘We willen graag dat Juul leert zwemmen. Misschien kunnen we de hond meenemen het water in en durft hij dan wel.’

De hond komt ook van pas als er een vriendinnetje komt spelen bij Juuls zusje. ‘Dat vindt hij moeilijk. Nu zorgt de hond voor afleiding.’ Juuls vader vult aan: ‘Hij is nu minder afhankelijk van zijn moeder. Normaal gesproken gaat hij niet graag mee op stap. Maar als Tasha meegaat, wil Juul wel.’ Juuls moeder: ‘Natuurlijk weet je nooit hoe de toekomst eruit zal zien, maar ik maak me over Juul wel zorgen. Autisme heeft hij voor de rest van zijn leven. De hond kan een stukje van die zorgen wegnemen.’

Kleine wondertjes

Maar waarom zijn kinderen met autisme en dieren zo’n goede combinatie? ‘Ik denk omdat dieren ondubbelzinnig zijn in hun gedrag,’ zegt klinisch psycholoog Marie-José Enders-Slegers van de Universiteit Utrecht, die wetenschappelijk onderzoek doet naar de autismegeleidehonden. ‘Dieren doen zich nooit anders voor dan ze zijn; dat is duidelijk voor kinderen met autisme die moeite hebben anderen te lezen.’ Daar komt bij dat een hond niet oordeelt, zegt Enders-Slegers. ‘Als een kind boos en driftig wordt, wil een vriendje de volgende keer misschien niet meer spelen. Een hond blijft bij je.’

Enders-Slegers volgde bijna dertig gezinnen, die ze interviewde en een dagboek liet bijhouden. De meeste ervaringen met autismegeleidehonden waren erg positief, zegt ze. In twee of drie gevallen werd de hond weer weggehaald omdat het niet klikte. Uit haar onderzoek blijkt dat de kinderen op verschillende vlakken vooruitgingen. Zo verbeterde hun gedrag: ze renden niet meer weg, waardoor de ouders er vaker met hen op uit konden. Ook op emotioneel gebied knapten de kinderen op: ze waren meer ontspannen, hadden meer zelfvertrouwen en minder driftbuien. Tot slot boekten ze op cognitief gebied vooruitgang; ze gingen bijvoorbeeld beter praten. Enders-Slegers: ‘Wat precies de effecten zijn, verschilt per kind. Maar soms gebeuren er kleine wondertjes. Er was bijvoorbeeld een jongetje dat dankzij de hond niet naar een instelling hoefde. Vroeger was hij uren achter elkaar bezig met het vullen van bakjes met water. Nu voetbalt hij zelfs buiten met andere kinderen. En toen de hond zich niet goed voelde, gaf hij er voor het eerst blijk van dat hij zich in anderen kon inleven. Hij ging de hond over zijn buik aaien. Dat was voor zijn moeder erg ontroerend.’

De hond heeft volgens Enders-Slegers niet alleen een positief effect op het kind, maar op het hele gezin. ‘Ouders zien er in het begin soms tegen op om voor de hond te zorgen. Maar doordat je hem een aantal keer per dag moet uitlaten, krijg je meer regelmaat in je leven. Je komt vaker buiten en kunt tijdens de wandelingen even je hoofd leegmaken. Ook kom je door de hond meer in contact met andere mensen.’ Een bijkomend voordeel is volgens Enders-Slegers dat ouders minder snel als slechte ouders worden gebrandmerkt. ‘Door de hond zien andere mensen dat er iets met een kind aan de hand is, en krijgen ze meer begrip.’

Het wetenschappelijk onderzoek naar het therapeutische effect van de honden op kinderen met autisme staat nog in de kinderschoenen, zegt Enders-Slegers. Haar volgende stap is een kwantitatief onderzoek waarbij onder andere de ontwikkelingen van de kinderen die op de wachtlijst staan voor een hond worden vergeleken met kinderen die al een hond hebben gekregen.

Mag ik ‘m even aaien?

We gaan een stukje lopen met Tasha. Juul trekt zijn rubberen laarsjes aan, maakt het paarse tuigje van Tasha vast en pakt de hond bij het handvat. Zijn moeder houdt de riem vast. In het begin was het lastig wandelen, vertelt ze. ‘Juul vond het zielig als ik Tasha corrigeerde wanneer ze hem naar de bosjes trok.’ Na een paar keer oefenen ging het al beter. We lopen een rondje door het park, waar we een vrouw met een puppy tegenkomen. Juul rent er samen met Tasha enthousiast op af. Ook dat is goed voor Juul, zegt zijn moeder, omdat hij moeite heeft met sociale contacten. ‘Doordat andere mensen de hond aaien, komt Juul veel meer in contract met andere mensen. Hij krijgt daardoor meer prikkels.’

Na afloop van de wandeling wast Juul direct zijn handen. Want met de hond, zegt Juuls moeder, komen er nieuwe angsten bij. Juul is dol op Tasha en is daarom bezorgd dat hij per ongeluk een giftige plant zal aanraken en daarna de hond. Ook heeft hij aan zijn moeder gevraagd hoe oud honden precies kunnen worden. ‘Als een hond ongeveer tien wordt, dan is drie niet zo jong meer – toch, mama?’

Na het spelen en wandelen begint de zon te zakken. Juuls vriendje wordt zo opgehaald. Alle speelgoeddieren staan nog keurig op hun plek. Als hond Tasha ze zou omgooien, zou Juul dat niet erg vinden. Omdat ze een dier is, valt haar niets kwalijk te nemen.

Dit artikel verscheen eerder in Psychologie Magazine. 
Auteur: Marloes Zevenhuizen

 Meer weten over autismegeleidehonden?

– Om in aanmerking te komen voor een autisme­geleidehond moeten kind en ouders aan bepaalde voorwaarden voldoen. De honden zijn bijvoorbeeld alleen geschikt voor kinderen met een autismespectrumstoornis die tussen 3 en 6 à 7 jaar oud zijn. Er is een wachtlijst.

– Kijk hier voor meer informatie over geleidehonden.

– Voor ouders van een kind met autisme bestaat ook de mogelijkheid speciale workshops te volgen met hun eigen of een nog aan te schaffen hond.

37843