Sessie 4

4. Sterke én zwakke prikkelgevoeligheid

Weet je dat mensen met autisme gevoeliger zijn voor bijvoorbeeld aanraking en geluiden, maar pijn of kou minder goed voelen? In deze sessie leer je hoe dat werkt en hoe je er rekening mee kunt houden.

Als ‘buitenstaander’ kun je een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van overprikkeling bij iemand met autisme. En door goed naar hem of haar te kijken, help je met het signaleren van prikkels die uit het lichaam zelf komen en onopgemerkt blijven. Zo zorg je er samen voor dat degene met autisme niet steeds zijn grenzen overschrijdt.

In de video vertelt Annelies hoe het precies zit met over- en ondergevoeligheid voor prikkels. 

Om te onthouden

In de video noemt Annelies dat mensen met autisme:

  • Overgevoelig kunnen zijn voor prikkels als geluid, licht, geur, aanraking en smaak.
  • Ondergevoelig kunnen zijn voor prikkels vanuit het lichaam. Denk aan signalen van honger, dorst, warmte, kou en pijn. Hierdoor voelen mensen met autisme het minder goed aan als ze een grens overschrijden.
  • Niet altijd evenveel last hebben van die prikkelgevoeligheid. Over het algemeen geldt: hoe beter iemand zich voelt, hoe meer prikkels hij of zij aankan.

Welke tips neem je mee?

Annelies geeft in de video de volgende tips:

  • Heeft iemand met autisme last van te veel prikkels? Geef hem of haar dan de mogelijkheid om zich terug te trekken in een eigen, rustige ruimte.
  • Signaleer en benoem het als je denkt dat iemand met autisme over zijn grenzen gaat. Jij hebt het vaak sneller in de gaten dat er iets aan de hand is.
  • Doe deze week eens een ‘externe-prikkelcheck’. Inventariseer eerst welke prikkels in de omgeving aanwezig zijn. Bekijk daarna hoe je deze prikkels samen beter beheersbaar maakt.
37945