Verdieping

Eerste Hulp Bij Opruimen

De meeste ADHD’ers zijn buitenshuis best geordend, maar in hun privéleven krijgen ze dat niet voor elkaar. Dat geldt ook voor Fred. Zijn moeite met opruimen en weggooien raakt het hele gezin. Fred krijgt hulp van een personal organizer die gespecialiseerd is in volwassenen met ADHD.

Een lichte woonkamer vol vrolijk blauw gebeitste meubels. Voor de serredeuren een uitnodigend grote eettafel, bloemen op het tafeltje bij de bank, en in de hoek naast de piano een stoere Fender-basgitaar. Terwijl bewoonster Marieke Roderven haar zelfgebakken rabarbertaart aansnijdt, kijkt Anne von Zboray aandachtig om zich heen. ‘Dit valt ontzettend mee,’ zegt ze dan. ‘Ja, gelukkig hebben we grote kasten,’ antwoordt Marieke Roderven.

Achter in de kamer lacht zachtjes Fred Roderven, Marieke’s man. Maar hij zegt nog even niets. Het is vooral voor hem dat Anne vandaag hier is, en hij is er merkbaar nog niet helemaal uit of hij dat fijn vindt of een verschrikking. Want straks zal Anne zíjn kamer zo aandachtig bekijken. De zolderkamer die bedoeld was als plek waar hij in alle rust bezig kon zijn met muziek, maar waar in de praktijk hooguit ruimte is om met ingetrokken buik achter de computer te kruipen.

‘We gooien er nu alles neer wat beneden in de weg ligt,’ heeft Marieke in een voorgesprek al opgebiecht, ‘het is er toch al een rommel.’ Anders gezegd: wat in de woonkamer prima onder controle lijkt, kookt op zolder met dubbele kracht over.
‘We slagen er gewoon niet in de boel op orde te krijgen,’ zegt Marieke nu. ‘Fred is daar door zijn ADHD sowieso al niet goed in, maar mij lukt het inmiddels ook niet meer. Als ik klaar ben met mijn werk en het huishouden, is het gewoon op. Dat voelt als een enorme tekortkoming, maar soms moet je zoiets maar gewoon toegeven. We hebben er hulp bij nodig.’

Overzicht creëren

Anne von Zboray biedt die hulp. Ze is personal organizer en heeft zich bij het ADHD-centrum in Delft gespecialiseerd in het coachen van volwassenen met ADHD. Vaak huren die haar in van hun persoonsgebonden budget. Ze komt dan een paar dagdelen bij hen thuis en helpt daar met sorteren en overzicht creëren.

‘ADHD’ers pakken iets op, willen het elders opbergen, maar worden onderweg door iets anders afgeleid’

Daarmee voorziet ze duidelijk in een behoefte. Want hoewel de meeste ADHD’ers in de loop van hun leven aardig leren om buitenshuis geordend over te komen, houden ze in hun privéleven vaak moeite met zelforganisatie. Ze stellen klusjes eindeloos uit, zien niet goed hoe ze hun administratie kunnen stroomlijnen en vinden het lastig te beslissen wat bewaard moet worden en welke spullen weg kunnen.
En áls ze dan eindelijk opruimen, gaan ze vaak associatief te werk, weet Von Zboray. ‘Ze pakken iets op, willen het elders opbergen, worden onderweg daarheen door iets anders afgeleid en zijn daardoor uiteindelijk vooral bezig met het verplaatsen van spullen.’

Vreselijk frustrerend

Nou oogt de benedenverdieping van de familie Roderven zoals gezegd aangenaam leefbaar. Maar eenhoog wordt het al anders. Volle wasmanden op de overloop. Uitpuilende kasten langs de wanden. En op de open trap naar zolder stapels losse spulletjes die wachten op verdere afhandeling, ooit.
Anne von Zboray negeert het allemaal en loopt meteen door naar Freds kamer. De deur staat open en biedt zicht op een zolderruimte die in makelaarstermen beslist potentie heeft – maar dan moet je wel door de opgestapelde meubels, matrassen, zakken, dozen heen kijken.

Ooit was het hier heerlijk leeg, zegt Fred. Een bureau, een logeerbed, een wand vol cd’s. En achter de schotten het gereedschap en de kerstspullen. Toen zat hij hier nog geregeld muziek te maken of te luisteren, of zijn blog over jarentachtig-popmuziek bij te werken.
Het ging mis toen ze de benedenverdieping vijf jaar geleden lieten verbouwen. ‘Het was overal in huis een puinhoop, op een gegeven moment overzag ik het gewoon niet meer. Mijn hoofd zat vol. Toen ben ik begonnen alles wat beneden in de weg lag hier neer te smijten. Waardoor ik hier ook niets meer kon vinden. Vreselijk frustrerend.’

Marieke vult aan: ‘In die periode werd hij voor het eerst ’s nachts hyperventilerend wakker. Hij bleek een burn-out te hebben. Uiteindelijk is hij twee jaar uit de running geweest. In die tijd is vastgesteld dat hij hoogbegaafd is én ADHD heeft. Daardoor vielen ineens heel veel puzzelstukjes op hun plaats.’
Fred knikt. Zijn onafgemaakte opleidingen, de faalangst, het uitstelgedrag – er was de afgelopen jaren heel wat om over na te denken en te rouwen. Daardoor is hij nog steeds niet helemaal terug op zijn oude energieniveau. Hij werkt inmiddels wel weer vijf dagen per week als onderdelenmanager bij een garage, maar als hij thuiskomt ontbreekt de fut om nog iets anders te doen dan een beetje gamen. ‘Wat toch niet echt voldoening geeft.’

Vervelend, maar niet vreemd, zegt Anne. ‘Al jouw aandacht en besliscapaciteit gaan momenteel gewoon op tijdens je werkuren. Thuis wil je bijkomen, maar door de rommel op je kamer wordt ontspannen moeilijk. Het is duidelijk dat je iemand van buiten nodig hebt om een beginnetje te maken met opruimen.’

Elfduizend zelfgebrande cd’s

Oké, aan de slag dus, zodat Fred straks weer een kamer heeft waar hij zich even kan terugtrekken. Anne von Zboray trekt haar jasje uit, Marieke legt een rol vuilniszakken klaar, en Fred steekt de eerste obstakels omhoog: twee lange houten staanders. ‘De hoogslaper van onze dochter.’
‘Wat doet die hier?’ vraagt Anne. ‘Hij blokkeerde het raam in haar slaapkamer,’ antwoordt Marieke. ‘Dat vonden we gevaarlijk in geval van brand. Misschien heeft ze er weer wat aan als ze gaat studeren.’
Maar dochter Alize is 7, en de hoogslaper veeldelig. Moet Fred daar nog elf jaar tegenaan kijken? Nee, beslissen Fred en Marieke, het bed kan eigenlijk best naar de kringloopwinkel. Mooi, trap af dan, zegt Anne. En hop, daar gaan alle onderdelen. We zetten ze in de voortuin, naast het rek met bloeiende geraniums.

Ook de opblaasstoel die lek is – ‘We kunnen het gaatje niet vinden’ – wordt afgevoerd

Op de hoogslaper volgt een verstofte strijkplank. Een driearmige schemerlamp. Een opblaasstoel die lek is – ‘We kunnen het gaatje niet vinden.’ Af naar de voortuin, beslissen de Rodervens in toenemend tempo: ze staan hier immers al zo lang ongebruikt te wezen dat niemand ze zal missen. Marieke voorziet al dat het tuintje die toevloed niet aankan en begint alvast spullen in de auto te stouwen. Straks zal ze ze wegbrengen.

Ondertussen tilt Fred een doos zelfgebrande cd’s van de vloer. ‘Ooit had ik er elfduizend,’ vertelt hij. ‘Met op de ruggetjes de naam van de muzikant en het album. Volgens een heel precies systeem, zodat ik alles snel op alfabet kon zetten. Alle ADHD’ers zijn verzamelaars.’ Honderden uren werk zitten erin, berekent hij ter plekke. Toch smijt hij ze nu met kracht in de vuilniszak. ‘Ze staan inmiddels allemaal op de harde schijf.’ Ook een compleet aardewerken jazzorkestje – ‘allemaal gebarsten’ – en een stapel muziekcassettes belanden in de grijze zak. ‘Ik sluit een hoofdstuk af,’ luidt het gedecideerd.

Dan komen er familiespelletjes tevoorschijn. Een map financiële papieren. Een gourmetstel. Bewaren, besluit Fred, maar niet hier. Waar wél?, vraagt Anne. Fred noemt de nieuwe opbergplekken – de slaapkamer van zoon Robbert, Mariekes werkkamer – maar Anne verhindert dat hij de spullen daar ook meteen heen brengt. Dat komt later wel. ‘Opzijleggen en hier verdergaan,’ zegt ze streng. ‘Nee, niet die kast. Eerst de vloer leeg.’ Daar ligt nog een knoedel aansluit- en oplaadsnoertjes. Fred aarzelt even, maar gooit ze dan in de vuilniszak: ‘We hebben ze nooit gemist.’

Alles bewaren

Na anderhalf uur is de vloer van de kamer vrijgekomen en is tegen de achterwand een prachtig oud opklapbed opgedoken. ‘Bij andere klanten zou dit het einde van sessie één zijn,’ zegt Anne von Zboray. ‘Ik zou ze vragen voor de week erop alles schoon te maken en de kasten vast leeg te halen. Dan kunnen we die spullen samen sorteren. Zo gebruiken ze mijn tijd het meest efficiënt.’
Maar wij nemen nu alleen even een pauze in de zonnige orde van de woonkamer, waar Marieke een lunch heeft klaargezet. ‘Ik moet je eerder afremmen dan aansporen,’ lacht Anne boven haar broodje hummus tegen Fred. ‘Je stopte net bijna een familiefoto in de vuilniszak!’ Dat is de spanning, antwoordt Fred. ‘Het is best lastig nadenken als vreemden meekijken met wat je doet.’

‘Sommige mensen willen álles bewaren, onder het mom dat het misschien ooit nog van pas komt’

Toch is het niet zo, zegt Fred desgevraagd, dat hij nu de neiging heeft alle vuilniszakken in de voortuin te checken om zeker te weten dat ze weg kunnen. Knap, vindt Anne: ‘Sommige mensen willen álles bewaren, onder het mom dat het misschien ooit nog van pas komt. Alsof je iets hebt aan dozen vol ongeordende schroefjes en snoertjes.’
Overigens heeft ze ook geregeld cliënten die uren bezig kunnen zijn met het sorteren van zulke dingen. ‘Dat is dan de andere kant van ADHD: hyperfocus.’

Wel of niet blij?

Terug op zolder treffen we een kamer waar het al aardig toeven is. Met een paar snelle ingrepen weet Anne von Zboray het er nog beter te maken. Waarom staan die twee Billy-kastjes bijvoorbeeld niet naast elkaar? Fred ruimt ze leeg en verplaatst ze. ‘Kijk, daar word ik nou blij van,’ zegt Anne. Inderdaad, twee even grote kasten naast elkaar geeft een veel rustiger beeld.
En waarmee gaat Fred die kastjes nu vullen? Een goede kandidaat is de veeldelige cursus multimediadesign waarvoor hij zich jaren geleden inschreef. ‘Nooit aan begonnen, maar misschien komt dat nog eens. In ieder geval wil ik de mappen niet wegdoen.’ Prima, zegt Anne, maar moet je ze ook zo pontificaal in het zicht zetten? ‘Dan denk je iedere keer als je hier binnenkomt: o néé, die cursus waar ik nog wat mee moet!  Terwijl het idee is dat je blij wordt van deze kamer.’ Dat argument overtuigt Fred. De mappen gaan in een grote bananendoos en verdwijnen achter de dakschotten.

Wél in het kastje mag zijn fraaie verzameling Zwarte Beertjes-pockets, want daar kijkt hij graag naar. De stapel kinderboeken uit zijn jeugd komt ook in aanmerking. ‘Allemaal?’ vraagt Anne als Fred ze wil plaatsen. ‘Gaan ze straks dan ook mee naar het bejaardenhuis?’ Fred loopt ze nog eens door. Nee, een deel is bij nader inzien toch geen liefde voor het leven.
Tot slot moet het gereedschap nog een vaste plek krijgen. Alles komt overzichtelijk in één kast bij elkaar in de hoek rechts. En dan is het klaar. Nou ja – in de bureaukasten en achter de schotten ligt nog het een en ander ongeordend te wezen, maar het schrikaanjagende is eraf.
Terwijl Anne nog snel een lapje over de meubels haalt, legt Fred het toetsenbord op zijn bureau precies recht. ‘Kijk,’ lacht Marieke, ‘die kant heeft hij ook. Overgeorganiseerd.’ Fred lacht terug en legt dan ook de pennen recht. Anne trekt haar jasje weer aan. ‘Kom, we gaan.’

Hoe simpel kan het zijn

‘Ik was kapot toen jullie vertrokken,’ zegt Fred een paar weken later aan de telefoon. Maar de hyperventilatieaanval waar hij en Marieke voor hadden gevreesd, is uitgebleven. Net als de terugkeer van de troep. ‘We hebben vorige week nieuwe telefoons gekocht, maar de oude telefoons zijn niet naar zolder gegaan. Dat doen we gewoon niet meer, dat is echt veranderd.’

‘Het is alsof de structuur die er nu heerst, ook meer structuur in mijn hoofd geeft’

Heeft die nieuwe orde inderdaad het gewenste effect – meer rust in zijn hoofd? Ja, antwoordt Fred. ‘Op mijn werk doe ik de hele dag honderd dingen tegelijk, maar op zolder lukt het me weer een beetje te focussen. Ik heb zelfs weer basgitaar gespeeld. Alsof de structuur die er nu heerst, ook meer structuur in mijn hoofd geeft.’ En het effect gaat nog verder, vervolgt hij. Een voorbeeld: ‘We hadden al maanden een tafeltje met een losse poot. Ik bleef het repareren maar voor me uit schuiven, omdat ik wist dat ik dan eerst het gereedschap bij elkaar moest zoeken. Maar dit weekend ging ik naar zolder met het vaste voornemen dat tafeltje nu echt te repareren, en ik dééd het. Paar schroeven erin en klaar. Vijf minuten werk. Zo simpel is het in feite.’
De familie Roderven heet in werkelijkheid anders.

Samen gaat het makkelijker

Het is vreemd dat we vaak zo achteloos tegen een kind zeggen: ruim eens op, zegt personal organizer Anne von Zboray. ‘Alsof iedereen dat maar van nature kan. Veel mensen moeten het eerst leren.’ Voor ADHD’ers is dat nog lastiger dan voor anderen. Daardoor lopen ze vaak vast in hun eigen wanorde. En daar schamen ze zich dan weer voor. ‘Doe dat niet,’ zegt Von Zboray, ‘en lach het ook niet weg. Chaos vreet energie en kan dus echt een groot probleem zijn. Wees daar eerlijk over, deel het met iemand, dat lucht al op. En aarzel niet om hulp te vragen. Als je het alleen had gekund, had je het wel gedaan, toch? Dus vraag een vriend die je de regie toevertrouwt om je op weg te helpen. Of huur een personal organizer in. Bij mij kom je met twee of drie sessies vaak al een heel eind.’

Auteur: Anne Pek

Dit artikel verscheen eerder in Psychologie Magazine

45267