basistraining

Een andere andere kijk op depressie

‘Ken je Pearl Jam?’ vraagt Denny Borsboom terwijl hij achteroverwipt op zijn stoel. ‘Die band werd op slag beroemd met Ten, hun eerste plaat.’ De hoogleraar ‘grondslagen van psychologie en psychometrie’ wijst naar de gitaar in de vensterbank en zegt grinnikend: ‘Ik ben een beetje de Pearl Jam van de psychologie.’ Dat zit zo. Borsboom houdt zich bezig met de vraag wat in zijn vakgebied goed onderzoek is: zijn specialisme is methodologie. Maar de eerste [wpgpremiumcontent] jaren van zijn loopbaan waren zelfs collega-wetenschappers maar matig geïnteresseerd in de kritische kanttekeningen die hij plaatste bij de onderzoekspraktijk. Negen jaar geleden veranderde dat plotsklaps, toen hij bij het aanvragen van een onderzoeksbeurs een van de grootste raadsels in de psychologie als casus nam voor zijn theorie: de aard en oorsprong van psychische stoornissen. Het bracht Borsboom tot een radicaal nieuwe kijk op psychische problematiek. Tot dan toe ging de algemeen geldende medische theorie uit van ‘een depressie’ of ‘een psychose’ als ziekte die symptomen als vermoeidheid of het horen van stemmen veroorzaakt. Dat is een grote misvatting, was Borsbooms conclusie; de symptomen zélf zijn het werkelijke probleem. Over die symptomen als werkelijk probleem zo dadelijk meer. Borsbooms idee sloeg in als een bom. Eindelijk een radicaal nieuwe visie die de psychologie uit het slop kan trekken, juichte het vakgebied. Eindelijk inspiratie voor een nieuwe onderzoeksaanpak waar patiënten misschien wél iets aan hebben. En dus wordt Borsboom nu voor het ene na het andere symposium gevraagd en schrijft hij op uitnodiging artikelen die worden vertaald naar het Russisch, Chinees en Arabisch. ‘Iedereen associeert me nu met dit thema,’ zegt hij. ‘Net als Pearl Jam met Ten ga ik daar tot mijn pensioen niet meer vanaf komen.’

Zou u dat willen dan?

‘Nee, het is natuurlijk ook fijn dat mijn werk ertoe doet. Beter begrip van psychische problematiek kan leiden tot betere behandelmogelijkheden en daar zijn veel mensen bij gebaat. Denk aan wondinfecties; die vormden tot een eeuw geleden een belangrijke doodsoorzaak. Nu overlijdt bijna niemand meer aan een ontstoken wond. We begrijpen hoe de infectie tot stand komt – door bacteriën – en kunnen die met penicilline bestrijden. Ik wil bijdragen aan zo’n doorbraak in de psychische problematiek. Maar die verantwoordelijkheid maakt me ook bang. Wat als we er over twintig jaar achterkomen dat mijn theorie niet klopt? Dat we door mijn toedoen de verkeerde onderzoekskoers hebben gekozen? Dat zou ik vreselijk vinden.’

Wat is er mis met het huidige idee van depressie of psychose?

‘Kijk,’ zegt Borsboom terwijl hij vijf vierkanten op een schoolbord tekent, ‘dit is de gangbare opvatting over bijna alle psychische stoornissen. De vierkanten stellen symptomen voor. In het geval van depressie bijvoorbeeld: “Ik slaap slecht, ik pieker veel, ik voel me schuldig, futloos en somber.” Al decennia nemen wij wetenschappers aan dat symptomen duiden op een onderliggende ziekte; de depressie.’ Als symbool voor die depressie tekent hij onder de symptoomvierkanten de Griekse letter theta. Vervolgens geeft hij met vijf pijlen aan dat die depressie wordt gezien als grondoorzaak van de slapeloosheid, het gepieker en de andere symptomen. ‘Net als in de geneeskunde, waar kortademigheid en pijn op de borst symptomen kunnen zijn van een een longtumor. Maar dit medisch model gaat niet op voor psychische stoornissen. Tientallen jaren onderzoek naar depressie, psychose, angststoornissen enzovoorts, heeft nooit één onderliggende oorzaak voor zulke symptomen opgeleverd, en dus ook geen eenduidige eigenschap om te bestrijden voor genezing.’

Hoe zochten wetenschappers naar die grondoorzaken?

‘We hebben hersenplaatjes bestudeerd, genetisch onderzoek gedaan, bloedwaarden gezocht, maar “de depressie” hebben we niet gevonden. Sterker, we hebben nog niet het flauwste idee wat voor iets die depressie zou kunnen zijn. Is het een afwijking in een hersengebied? Verstoring van de communicatie tussen hersengebieden? We weten het niet.’

Zegt u nu dat een depressie eigenlijk niet bestaat?

‘Nee! Absoluut niet! Talloze mensen hebben last van de combinatie van symptomen die wij een depressie noemen. Dat is uitgebreid in kaart gebracht door duizenden psychologen en psychiaters. Ik zeg alleen dat het concept van “depressie” als grondoorzaak van de slapeloosheid, piekeren en de andere problemen die mensen ervaren, niet bestaat.’

Wat is een depressie dan volgens u?

Borsboom veegt de theta, het symbool voor de grondoorzaak, van het bord en tekent in plaats daarvan pijlen tussen de verschillende symptomen. ‘Ik zie een depressie als een netwerk van typische symptomen die elkaar beïnvloeden, versterken en in stand houden.’

Wat moet ik me daarbij voorstellen?

‘Neem het symptoom slecht slapen. Weinig slaap an sich is geen probleem; sommige mensen slapen maar vier uur en voelen zich daar prima bij. Anderen slapen slecht en piekeren daarover. En dat piekeren versterkt de slaapproblemen. Dat leidt tot futloosheid, waardoor ze minder doen, waar ze zich schuldig over voelen, wat leidt tot piekeren, en dat versterkt de slaapproblemen dan weer. Zo veroorzaken en versterken de verschillende symptomen in het netwerk elkaar. Stoornissen zijn dus veelvoorkomende, begrijpelijke combinaties van problemen waarin mensen verzeild raken. En waar ze niet makkelijk uit komen als ze eenmaal in die negatieve stand komen te staan.’

Hoe verandert zo’n ‘netwerk-kijk’ de behandeling van bijvoorbeeld depressies?

‘Gek genoeg niet zo ingrijpend, op dit moment.’

Terwijl het zo’n radicaal nieuwe kijk is.

‘In de praktijk strookt het eigenlijk met wat veel behandelaars al doen. Die decennialange zoektocht naar de grondoorzaak van “een depressie”, “gokverslaving” of “posttraumatische stress-stoornis” heeft helemaal niets opgeleverd waar behandelaars en patiënten iets aan hebben. Het vakgebied is aardig in mineur, we kunnen patiënten niets bieden om die grondoorzaak weg te nemen en hun depressie of psychose te genezen, zoals we dat bij wondinfecties en honderden medische aandoeningen wel kunnen. En dus grijpen therapeuten terug op de aspecten van een aandoening waarmee ze wél iets kunnen: de symptomen. Ze geven bijvoorbeeld piekertherapie bij slapeloosheid. Zinvol, want dat zorgt ervoor dat slapeloosheid niet via gepieker uitwoekert naar futloosheid, schuldgevoel en sombere stemming.’

U maakt zich merkbaar boos; waarom?

‘Ik vind dat wij wetenschappers moeten bijdragen aan de praktijk. We moeten helpen de onvoorstelbare ziektelast van psychische stoornissen terug te dringen. Maar in plaats daarvan zijn miljarden euro’s gestoken in onderzoek waar patiënten niets aan hebben. En daar gaan we vrolijk mee door. Aanleg voor depressie wordt mede bepaald door je genen en dus zoeken we “de genen voor depressie”, met het idee dat we die dan met medicatie kunnen bijsturen. Die zoektocht heeft ons geleerd hoe ingewikkeld de biologische achtergrond van stoornissen is; maar ze leidt niet tot verbeteringen in de behandeling, omdat per gen de gevonden effecten klein zijn. Er zijn duizend genen die een verhoogd risico op depressie het beste voorspellen. Hoeveel procent van het risico op depressie denk je dat je met die duizend verklaart?’

Ik heb geen idee. Tien procent?

‘Nog geen half procent! Als we van die duizend genen zouden uitpluizen wat hun functie is en hoe we die kunnen besturen met medicatie, kunnen we daarmee nog niet een half procent van het risico op depressie wegnemen. Daar heb je niets aan.’

Maar we hebben toch antidepressiva om mensen mee te behandelen?

‘Klopt, maar je moet het effect van antidepressiva niet overschatten. Ruim een miljoen Nederlanders slikt ze en toch is het percentage mensen met een depressie niet afgenomen. Effectieve medicatie moet leiden tot een aanzienlijke afname van het aantal mensen dat lijdt aan de betreffende ziekte; net zoals het sterftecijfer als gevolg van wondinfecties afnam na de introductie van penicilline. We kunnen dus wel stellen dat antidepressiva niet de oplossing bieden die we zoeken.’

Wat moet er dan gebeuren?

‘Allereerst moet goed in kaart worden gebracht in welke volgorde symptomen optreden en hoe ze elkaar versterken. Wat zijn vroege symptomen die kunnen wijzen op het ontstaan van een depressie of psychose? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het ene symptoom niet leidt tot het volgende? Hoe doorbreken we bijvoorbeeld de relatie tussen wanen en angst bij een psychose? Dat zijn heel basale vragen, maar ze zijn nauwelijks onderzocht. Zicht op die dynamiek helpt te begrijpen hoe we kunnen voorkomen dat iemand in dat moeras van symptomen belandt waar je zo moeilijk uitkomt.’

Vertrouwt u erop dat dat gaat lukken?

‘Wel en niet. Ongetwijfeld zal onze theorie een spectaculaire versimpeling blijken van hoe het werkelijk zit. Als dit zo overeind blijft’ – Borsboom wijst op het schoolbord – ‘eet ik mijn hoed op. Maar het is in ieder geval een model waar muziek in zit. Het sluit aan bij wat we in het echt zien en biedt onderzoeksperspectief. Aan de andere kant hoop ik voor patiënten eigenlijk dat het niet klopt.’

Waarom zou het beter zijn voor patiënten als uw theorie niet klopt?

‘Ons model beschrijft systeemproblematiek, dat is per definitie complex en dus slecht nieuws. De economie is ook zo’n systeem; en de economische crisis toont aan hoe moeilijk het is een systeem te begrijpen en te fiksen wanneer het kapot is. Een simpel medisch model, met een grondoorzaak en een medicinale oplossing, zoals bij de wondinfecties, is wat dat betreft veel aantrekkelijker.’ Open op Borsbooms werktafel ligt De onttovering van de waanzin: Hoe het psychologische mensbeeld het magische verdrong van historicus Marius Engelbrecht. Borsboom is halverwege het boek en enthousiast. ‘Als je leest hoe er enkele eeuwen terug nog werd gedacht over psychische stoornissen en dat vergelijkt met hoe we er nu voorstaan, dan is de misère over het gebrek aan doorbraken in het psychologisch vakgebied toch betrekkelijk. Toen kon Marie claimen dat ze in haar dromen werd bezocht door een heks, dat gekke vrouwtje verderop in de straat. Vaak leidde zo’n beschuldiging ertoe dat die “heks” vervolgens zonder pardon op de brandstapel werd gezet. Dan zijn we toch ver gekomen in onze zorg voor mensen met problemen.’

We geven in elk geval heksen niet meer de schuld.

‘Ik vind het heel belangrijk om te waken voor nieuwe heksen. Mensen trekken het slecht als ze iets niet bevatten en dus grijpen we gauw naar magische verklaringen. De hersenen van nu zijn de heksen van toen: alles wat we niet begrijpen aan menselijk functioneren schrijven we toe aan breinprocessen en stofjes in de hersenen. Dat is een aantrekkelijke pseudoverklaring die zowel in de wetenschap als in populair-wetenschappelijke boeken gretig aftrek vindt. Maar ook voor die hersenmodellen bestaat slechts zwak bewijs, en dus zijn het hypotheses, die we als zodanig moeten verkopen en niet als waarheid.’  
Denny Borsboom (1973) studeerde psychologie aan de UvA en promoveerde daar op problemen bij psychologische metingen. Sinds 2013 is hij hoogleraar aan de UvA. Behalve met onderwijs houdt hij zich voornamelijk bezig met onderzoek naar modellen van psychische stoornissen. Hij won een aantal onderzoeksbeurzen en prijzen voor zowel zijn onderzoek als zijn onderwijs.
 Lees minder
‘Ken je Pearl Jam?’ vraagt Denny Borsboom terwijl hij achteroverwipt op zijn stoel. ‘Die band werd op... Lees meer

Sessies:


Kom je er niet uit?

Neem contact met ons op als je hulp nodig hebt bij het gebruik van dit platfom.

Stel hier je vraag Shape Created with Sketch.
Nog tekens
Fout bij het verzenden van het formulier Het formulier is verzonden!
53771