Sessie 6

6. Hoe help je een hoogsensitief kind?

Elk kind heeft grenzen nodig. En juist bij hoogsensitieve kinderen is het belangrijk dat je deze grenzen bewaakt. Hoe pak je dit aan? Deze tips helpen je verder.

Ieder kind is anders en heeft dus iets anders nodig. Dit geldt ook voor hoogsensitieve kinderen. Bovendien is een kind meer dan alleen hoogsensitief. Het heeft een eigen karakter en reageert dus op zijn of haar manier. Daarnaast is ook elke ouder anders en is het belangrijk om op te voeden op een manier die bij jou past. Toch zijn er wel een paar algemene tips, die je helpen om een hoogsensitief kind te ondersteunen. In deze video vertelt Esther hier meer over.

De tips op een rijtje

  • Het kwam in vorige sessies al een paar keer aan bod: probeer het gedrag van je kind te begrijpen. Waarom reageert hij of zij op deze manier? Wat speelt er?
  • Leer je kind vaardigheden die hem of haar helpen in moeilijke situaties.
  • Laat je kind ook regelmatig de positieve kanten van hoogsensitiviteit zien. Benadruk momenten waarop het juist een heel fijne eigenschap is.

Grenzen zijn nodig

Misschien heb je het idee gekregen dat je vooral begripvol en accepterend moet zijn voor hoogsensitieve kinderen en dat je dus geen grenzen moet stellen. Maar als je nog even aan het BABA-model denkt, zie je dat het begrenzen van gedrag er ook bijhoort. Bij hoogsensitieve kinderen is het juist belangrijk om daar strikt in te zijn. Dat geeft duidelijkheid en daarmee ook rechtvaardigheid. Een kind verzet zich regelmatig tegen grenzen en zoekt deze op, maar heeft ze nodig om zich veilig te voelen. Je kind moet weten en voelen dat er anderen zijn die de verantwoordelijkheid nemen en voor veiligheid zorgen. Maar hoe stel je die grenzen bij een hoogsensitief kind? Esther vertelt er meer over in de video.

Op welke momenten vind je het moeilijk om de grenzen te bewaken?

Alternatieven bespreken, hoe doe je dat?

De laatste A van het BABA-model staat voor Alternatief. Je spreekt met je kind af welke gedrag hij of zij wel kan laten zien op het moment dat er ontladen moet worden. Maar wat voor alternatieven zijn er? En hoe leer je ander gedrag aan?

Kort samengevat

  • Kinderen kunnen, net als volwassenen, niet altijd goed verwoorden waarom ze boos zijn. Dat hoeft ook niet, maar je wilt wel graag samen afspraken kunnen maken. Ga op een rustig moment met je kind in gesprek en bespreek wat de opbouw van de uitbarstingen is. Kun je misschien al eerder ingrijpen?
  • Bespreek op een rustig moment ook eens samen op welke manieren je kind het liefst ‘ontlaadt’. Bijvoorbeeld: een rondje rennen, heel hard stampen, hard in een pluche bal knijpen. Allemaal veilige manieren om de boosheid en overprikkeling kwijt te raken, zonder dat er iets stukgaat of een andersoortige grens wordt overschreden.
  • Een professional kan ondersteuning bieden bij dit soort gesprekken of het maken van een plan voor alternatief gedrag.
Zou je met je kind in gesprek willen over grenzen? En kun je misschien thuis een plekje inrichten waar hij of zij zich veilig kan ontladen?
61713