Verdieping

Sven: vrolijk, zorgzaam en hoogsenstitief

Ze zijn creatief en zorgzaam, maar ook emotioneler en sneller driftig. Geen wonder: de wereld is bomvol prikkels waar ze extra kwetsbaar voor zijn.

Sven is een vrolijk, zorgzaam, fantasierijk en open kind. Nooit valt er een ridder-buurjongen buiten de boot als de vijand verslagen moet worden, als een grote broer maakt hij de nieuwe kinderen in de kleuterklas wegwijs en bij elke – gedetailleerde – tekening heeft hij een meeslepend verhaal. Iedereen is dol op hem.

Sven is ook sneller van slag, boos en moe dan de kinderen om hem heen. Woede-uitbarstingen bij het ophalen zijn meer regel dan uitzondering. Wat zijn leerkracht eerst nog verbaast, omdat hij op school altijd zo lekker speelt. Behalve als er zwaarden worden afgepakt – dan komt hij zonder hulp van de juf nauwelijks over zoveel onrechtvaardigheid heen. Op kinderfeestjes trekt hij zich halverwege terug. Als het meezit met een boekje, als het tegenzit verslagen huilend dat het beter zou zijn als hij er maar niet was, want ‘ik verpest het voor iedereen!’ En tegen een nieuwe toets, zwemles en groep 3 ziet hij op alsof hij de lesstof er zelf voor moet schrijven.

‘Sven is een gevoelig kind,’ merkt zijn kleuterjuf op aan het eind van groep 2. ‘Dat maakt hem creatief en zorgzaam, maar ook kwetsbaar.’

Woeste reacties

Als de eerste maanden in groep 3 behalve met prachtige resultaten, ook gepaard gaan met veel hoofdpijn en schooluitval, gaan Svens ouders op onderzoek uit. En lijkt er een term te bestaan voor de persoonlijkheidstrekken die Sven bezit en het gedrag dat hij vertoont: hoogsensitiviteit.

Sinds de Amerikaanse psycholoog Elaine Aron er begin jaren negentig over schreef, stapelt het onderzoek naar deze eigenschap zich op. ‘De hersenen van hoogsensitieve personen werken anders,’ legt klinisch psycholoog Elke van Hoof uit, onderzoeker op het gebied van medische en gezondheidspsychologie. ‘Dat maakt dat ze makkelijk verbanden leggen, details zien, creatief zijn en oog voor de ander hebben. Maar ook dat ze sneller dan anderen overprikkeld raken en lang in hun emoties kunnen blijven hangen.’

Van Hoof doet onderzoek naar hoogsensitiviteit aan de Vrije Universiteit Brussel, begeleidt hoogsensitieve volwassenen en kinderen, en organiseert lezingen, opleidingen en congressen rondom het thema. Haar wetenschappelijk onderbouwde boek Hoogsensitief liet niet alleen bij Svens ouders de puzzelstukken op hun plek vallen. Nadat het eind 2016 op de markt kwam, verscheen de ene na de andere nieuwe druk. ‘Hoogsensitiviteit biedt allerlei voordelen,’ stelt Van Hoof. ‘Maar in onze gejaagde maatschappij kan een hoogsensitief kind bijna niet anders dan overprikkeld raken.’ Het emotionele en onhanteerbare gedrag dat daaruit voortvloeit, is vaak de aanleiding voor de hulpvraag voor ouders, merkt Van Hoof. ‘Als blijkt dat de woeste reacties en emotionele buien een gevolg zijn van de manier waarop de hersenen van deze kinderen informatie verwerken, is er vaak veel herkenning én begrip. Dat helpt enorm om het gedrag ten goede te keren.’

De geur van de juf

Aan tafel in haar Vlaamse praktijk legt ze het al tekenend uit. ‘Sensitiviteit is een persoonlijkheidstrek die we allemaal in mindere of meerdere mate bezitten en die laat zien in hoeverre je in staat bent informatie op te nemen uit de omgeving. Als een groep kinderen een nieuw klaslokaal binnenkomt, zullen ze allemaal in zekere mate nieuwe meubels of geluiden opmerken, spanning in de lucht voelen hangen, nieuwe tafelgroepjes zien staan. Wie hoog scoort op sensitiviteit merkt veel op, wie laag scoort minder. Net zoals mensen hoog of laag kunnen scoren op andere persoonlijkheidstrekken als extraversie, consciëntieusheid of neuroticisme.’

Onder de mensen die hoog scoren op sensitiviteit en dus veel opnemen uit de omgeving, is er een groep personen die deze informatie ook nog eens ‘diepgaand verwerkt’: veel meer hersengebieden dan noodzakelijk gaan ermee aan de slag. ‘Dat zijn de kinderen die we hoogsensitief of HSP noemen,’ zegt Van Hoof. ‘Een op de vijf mensen bezit deze eigenschap.’

Ze illustreert het met een voorbeeld: ‘Een HSP ziet een nieuwe juf in de klas, merkt haar geur op en denkt: Waar ruikt dat toch naar, dat doet me denken aan waar we vorig jaar waren, ah ja, dat was leuk toen – ik had die rode broek aan, nu heb ik weer iets roods gekozen… En zo gaat het maar door in dat hoofd.’ En niet alleen met de geur van de juf, ook met de meterkast die in een hoekje van de klas hangt, met het verdrietige gezicht van een klasgenoot of de manier waarop de stoelen over de net gelakte vloer schuiven. Niet gek dat overprikkeling zo’n centraal probleem is bij hoogsensitieven.

Kapot filter

Wat hersenonderzoek doet vermoeden, is dat de thalamus van HSP’s niet doet wat hij geacht wordt te doen. Dit deel in de hersenen speelt een belangrijke rol als het gaat om welke informatie we aandacht geven en welke niet. Als informatie binnenkomt in het werkgeheugen – en bij hoogsensitieven is dat dus véél en gedetailleerde informatie – zorgt de thalamus normaal gesproken voor filtering. Heel mooi, die lijnen van het licht op de muur, maar de juf heeft gezegd dat we nu gaan rekenen, dus alleen de hersengebieden die te maken hebben met rekenen worden nu geactiveerd.

Bij HSP’s werkt dat filter niet. Van Hoof: ‘Onderzoek door sociaal neurowetenschapper Bianca Acevedo liet dat zien in de hersenscanner. Krijgt een kind in zo’n onderzoek de opdracht een puzzelstuk van een varken, koe of kip in het bijbehorende vakje te leggen, dan lichten normaal gesproken de hersengebieden op die te maken hebben met vorm, kleur en afstemming. Krijgt een HSP die opdracht, dan lichten er daarnaast nog veel meer hersengebieden op. Niet alleen met de relevante informatie, maar met elk detail gaan de hersenen aan de slag.’

Alles wordt erbij gesleept, aldus Van Hoof: ervaringen op de kinderboerderij, wat de boer laatst vertelde over de varkensziekte, in welk eten varkensvlees zit, de film Babe… ‘Diepgaande verwerking houdt in dat er bij elke onnozele opdracht veel te veel hersengebieden gaan “helpen” om de opdracht op te lossen. Niet verwonderlijk dus dat de Duitse persoonlijkheidsonderzoeker Eduard Schweingruber en psychiater Wolfgang Klages in hun onderzoek naar “Der sensibele Mensch” halverwege vorige eeuw al opmerkten dat hoogsensitieve mensen “niet kunnen stoppen complex te doen”. Omdat zowel lesstof als terloopse opmerkingen tijdens het spelen diepgaand worden verwerkt, leidt dat eerder dan bij anderen tot overprikkeling, stress en sterke emotionele reacties.’

Goed begeleiden is heel belangrijk

Een praktisch meetinstrument om vast te stellen of een kind hoogsensitief is – elk kind in de hersenscanner leggen voor zoiets onschuldigs is geen optie – bestaat nog niet. Een vragenlijst is in de maak. Tot die tijd moeten uitvoerige gesprekken met zowel ouders als kind opheldering geven.

Dat het loont om deze kinderen goed te begeleiden, is inmiddels wel duidelijk. Klinisch en gezondheidspsycholoog Sofie Weyn heeft haar promotieonderzoek aan de KU Leuven opgezet rondom dit thema. ‘Eerder onderzoek laat zien dat hoogsensitieve kinderen gevoeliger zijn voor hun omgeving. Bij veel spanningen in het gezin of weinig zorgzame ouders, hebben zij daar meer last van dan gemiddelde kinderen. Wel kunnen ze er door het ontwikkelen van vaardigheden beter mee leren omgaan. En of je nu met ze werkt aan sociale vaardigheden, emotiemanagement of ander nieuw gedrag, deze groep heeft daar sneller profijt van dan het gemiddelde kind.’

Wil je weten welke praktische tips Elke van Hoof bij een hoogsensensitieve opvoeding geeft? Lees dan het verdiepende artikel: ‘Zo breng je een hoogsensitief kind tot bloei’.

Sven heet in werkelijkheid anders.

(Een deel van) dit artikel onderdeel eerder verscheen in Psychologie Magazine
Auteur: Peggy van der Lee

61867