Onwillekeurig loopt een rilling over de rug als je voor het eerst binnenstapt in het kantoor van je nieuwe baas: het is er eng netjes. Alle boeken geordend op formaat, pennen op een rijtje, geen stofje te bekennen. Niets in de ruimte valt uit de toon, behalve jezelf dan misschien. Oei, denk je, oppassen dat ik mijn deadlines op tijd haal, en geen slordige fouten maak in mijn werk.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Volgens de Amerikaanse psycholoog Sam Gosling zegt de manier waarop mensen hun omgeving vormgeven veel over hun persoonlijkheid, hun normen en waarden en hun levensstijl. Uit één blik in het kantoor van je baas heb je al afgeleid dat hij een Pietje precies is, bij wie je niet met fouten kunt aankomen. En waarschijnlijk heb je daar nog gelijk in ook. Aan een rijtje ongebruikte bureaus is weinig te zien, maar zodra er mensen aan het werk gaan – documenten lezen, stapeltjes maken, koffie drinken, persoonlijke spulletjes neerzetten – beginnen ze wezenlijk van elkaar te verschillen.

Elke werknemer laat er zijn eigen voorkeuren in achter, zijn eigen manier van werken, zijn eigen idee van een fijne werkplek. Net zoals we ons omringen met mensen en vrienden die bij ons passen, zegt Gosling, geven we onze fysieke omgeving zó vorm dat die bevestigt en versterkt wie we zijn.

Fotolijstje
Volgens de Amerikaanse psycholoog zijn er twee manieren waarop we onze sporen nalaten in ons kantoor: met ‘identiteitsclaims’ en met ‘sporen van gedrag’. Identiteitsclaims zijn voorwerpen, versieringen, kleuren, enzovoorts, die we uit eigen beweging aanbrengen en die iets over onszelf zeggen. Bijvoorbeeld een strakke inrichting, een poster met een spreuk of een souvenir uit een ver land.

Zo’n identiteitsclaim kan puur voor jezelf bedoeld zijn: een strakke inrichting vindt je mooi, en door dat Tibetaanse gebedssjaaltje kun je af en toe terugdenken aan die prachtige reis die je gemaakt hebt. Maar ze kunnen ook dienen om iets van jezelf aan je collega’s te laten zien: dit ben ik, en ik hou van verre reizen naar Tibet. Of, sterker nog: je wil de indruk wekken dat je verre reizen maakt, terwijl je het sjaaltje gewoon bij de ­Bijenkorf gekocht hebt.

Zo maakt het verschil in welke richting een fotolijstje op je bureau wijst. Is die foto van je roeiclub naar jezelf gericht, dan gaat het om zelfbevestiging. Maar is het lijstje naar buiten gericht, zoals op het bureau op de vorige pagina, dan zegt het: kijk eens wat een leuke/aparte/sportieve/grote hoeveelheid vrienden ik heb!

Sporen van gedrag maken duidelijk wat een persoon doet in de ruimte. Sommige soorten gedrag passen namelijk vooral bij bepaalde mensen. Een net persoon is vaak bezig met het ordenen van zijn spullen, en het gevolg is een opgeruimd en geordend bureau. Dat zit ’m niet in één keer opruimen: een georganiseerd persoon moet de hele dag door post sorteren, lege koffiekopjes wegbrengen, het woordenboek weer op zijn plaats leggen en mapjes maken om die orde te bewaren.

Iemand die daarentegen impulsief en chaotisch is, springt van de ene activiteit in de andere, zonder tussendoor de tijd te nemen om op te ruimen. Zo iemand heeft dus waarschijnlijk een ongeordend bureau vol krabbels en half ­afgemaakte taken. Ook halve brieven in de prullenbak, koffievlekken en Post-its zijn sporen van gedrag, en kunnen iets zeggen over iemands persoonlijkheid.

Emotionele stabiliteit
Wat zeggen die sporen van gedrag en die identiteitsclaims dan precies? Voor het antwoord op die vraag onderzocht Gosling bijna honderd werkplekken, die hij op onverwachte momenten liet beoordelen door observanten. Aan de hand van de inrichting moesten de observanten de persoonlijkheid van de werknemer raden.

Daarvoor gebruikten ze de kenmerken van de ‘Big Five’-persoonlijkheidstest: emotionele (in)­sta­bi­liteit, extraversie, openstaan, vriendelijkheid en consciëntieusheid. Bovendien nam Gosling bij alle eigenaren van de werkplekken een uitgebreide persoonlijkheidstest af, zodat hij kon nagaan in hoeverre de observaties klopten.

Wat bleek? De persoonlijkheid die de observanten afleidden van de inrichting van de werkplekken waren opvallend vaak hetzelfde. De observaties klopten bovendien vaak met de uitkomst van het persoonlijkheidsonderzoek. Consciëntieusheid en openstaan zijn daarbij het makkelijkst af te lezen aan de kenmerken van een kantoor. Zo horen de kenmerken netjes, schoon, opgeruimd en systematisch geordend bij het bureau van een consciëntieuze werknemer.

Aan een frisse atmosfeer en een originele, onconventionele, stijlvolle inrichting kun je een werknemer herkennen die openstaat voor nieuwe ervaringen. Extraversie blijkt samen te gaan met een gemiddeld hogere temperatuur in het kantoor, veel versiering, slingerende tijdschriften en symbolische uitnodigingen tot contact, zoals een pot met snoep of een paar leuke gadgets die uitnodigen om ermee te spelen.

Werknemers die hoog scoren op emotionele stabiliteit zijn moeilijker te herkennen, want ze hebben meestal een onopvallend en formeel kantoor, zonder al te veel poespas. Vriendelijkheid is het moeilijkst af te lezen aan iemands werkplek: alleen een drukke plaats in het kantoor schijnt ermee samen te gaan, bijvoorbeeld een werkplek dicht bij de koffieautomaat, waar veel mensen langs komen. Maar, zegt Gosling, voor eigenschap­pen als vriendelijkheid en extraversie moet je ook kunnen zien hoe de persoon is in interactie met anderen.

Persoonlijke plek? Hoge status!
Waarom maakt de ene werknemer zijn werkplek persoonlijk met foto’s, grappige koffiemokken of posters en de andere niet? Dat hangt ervan af hoe zeker ze zich voelen binnen het bedrijf, ontdekte de Amerikaanse psycholog Meredith Wells. Hoe persoonlijker iemand zijn kantoor maakt, hoe zekerder hij zich voelt. Meestal is het een werknemer met een hoge status die zijn werkplek een persoonlijk tintje geeft. Een leeg bureau wijst op een lage status, en is bovendien een aanwijzing dat een iemand weinig betrokken is bij zijn werk. Toch is vooral het soort werkplek en de bedrijfscultuur doorslaggevend bij de keuze om de werkplek persoonlijk te maken, relativeert Wells.