Rien van IJzendoorn: ‘De band die een kind aangaat met zijn ouders, blijkt heel bepalend voor latere partnerrelaties’

Wat is de gehechtheidstheorie?

‘Grof gezegd: een kind is evolutionair “geprogrammeerd— om zich te hechten aan een opvoeder. Kinderen die veilig gehecht zijn, steun en troost bij hun ouders krijgen als dat nodig is, hebben de beste ontwikkelingskansen.’

Waaraan herken je zo’n veilig gehecht kind?

‘In een stressvolle situatie zoekt het de nabijheid van de gehechtheidsfiguur, en ontleent daar troost en kalmte aan. De klassieke methode om dit vast te stellen is de zogenaamde strange situation: de ouder laat het kind achter in een observatieruimte, wat natuurlijk beangstigend is, en komt even later terug. Uit de reactie van het kind, de snelheid waarmee het zich laat geruststellen en weer gaat spelen, is de aard van de gehechtheidsrelatie af te leiden.’

Wat voor hechtingsstijlen zijn er dan?

‘Zo’n tweederde van de kinderen is veilig gehecht. De rest is angstig gehecht: vermijdend of angstig-ambivalent. Vermijdend gehechte kinderen zoeken geen troost als de ouder terugkomt, maar gaan door met het verkennen van de omgeving omdat ze bang zijn te worden afgewezen bij verdriet. Angstig-ambivalent gehechte kinderen willen de ouder afstraffen voor zijn afwezigheid

door boos gedrag, en klampen zich tegelijk juist aan de ouder vast.’

En dan zijn er nog gedesorganiseerd gehechte kinderen.

‘Ja. Die kinderen zijn niet “gewoon— veilig of angstig gehecht, maar hebben nog een complicatie in de gehechtheidsrelatie: ze tonen soms opeens angst voor de ouder, raken in verwarring en weten dan plotseling niet meer hoe ze moeten reageren. Dit is eigenlijk de meest extreme vorm van onveilige gehechtheid.’

Wat zijn de gevolgen van onveilige hechting?

‘Gedesorganiseerde hechting is voor het kind de vervelendste variant. Fysiologisch onderzoek naar hartslag en hormoonregulatie wijst op een grotere stressgevoeligheid bij deze kinderen. Met name in de peuter-kleutergroep vertonen ze meer agressief probleemgedrag, en in de adolescentie hebben ze een verhoogde kans op psychopathologische stoornissen.’

En op lange termijn?

‘Uit longitudinale studies blijkt dat de band die een kind aangaat met zijn primaire verzorgers, bepalend is voor de wijze waarop later min of meer stabiele partnerrelaties worden aangegaan. Het wordt natuurlijk interessant om te zien wat er gebeurt als de kinderen die gevolgd zijn vanaf de jaren zeventig, zélf kinderen krijgen. Die resultaten verwachten we binnen een paar jaar.’

De verwachting is dat ze hun hechtingsstrategie overdragen?

‘Uit ander onderzoek weten we al dat de ervaring – of beter gezegd: de huidige kijk op die ervaringen – van de ouders heel belangrijk is voor de gehechtheid van het kind. Veilig gehechte ouders hebben een grote kans op veilig gehechte kinderen, kort gezegd.’

Welke factoren bepalen hoe een kind zich hecht?

‘Heel belangrijk is sensitiviteit: de mate waarin ouders in staat zijn signalen van stress waar te nemen bij hun kind en er adequaat op te reageren. Risicofactoren liggen in de sociaal-economische context, armoede bijvoorbeeld, en in de ervaringen van de ouders. Als je nog steeds boos bent op je eigen ouders of onverwerkt verdriet meedraagt, staat dat sensitiviteit in de weg.’

Maar gedrag van ouders is bij te sturen.

‘Ja. Een heel effectieve methode om de sensitiviteit te verhogen is videofeedbackinterventie. Daarbij analyseren we de ouder-kindinteractie achteraf met de ouders. We focussen op de mooie momenten, en stimuleren de ouders om die uit te bouwen. Verhoging van sensitiviteit blijkt dan inderdaad tot een veiliger gehechtheid te leiden.’ n[/wpgpremiumcontent]