De eerste bladzijde van mijn allereerste dagboek is ook voor hem. ‘Een week zonder mammie… gaat best!’ is de titel van het opgewonden relaas over de paasvakantie waarin mijn moeder zonder ons op pad was. Mijn vader zorgde voor mij en mijn zusje. Hij bakte patat, we huurden een roeiboot en regenden nat tot op onze onderbroek tijdens de lange fietstocht terug.

Niet veel later stak hij zijn hoofd door de strop die carrière heet. De wilde haren gingen eraf, de werkdagen werden langer, de belofte om op tijd thuis te zijn vaker gebroken. Als hij weer eens na het eten binnenschoof, schaarden wij ons solidair achter mijn moeder en gaven hem nuffig the silent treatment.

Er is weinig voor nodig om de band tussen vaders en dochters te verstoren, legt onderzoekster Linda Nielsen uit in dit nummer. In het huwelijkse steekspel zijn kinderen welkome bondgenoten. En moeders hebben bewust en onbewust hun methoden om vaders op afstand te zetten, geholpen door het vooroordeel dat zijzelf toch het meest onmisbaar zijn in de opvoeding – en door het feit dat vaders zich juist als er kinderen komen in verantwoordelijkheidspaniek op hun werk storten.

Het beste wat moeders dan ook kunnen doen voor hun dochters, zegt Nielsen, is een stapje terugdoen. Ik zit dit stukje te tikken op de redactie terwijl mijn meisje thuis in de armen ligt van haar lievelingsman. Of ik het niet moeilijk vond om haar achter te laten, vragen sommige collega’s nu ik terug ben van zwangerschapsverlof. Mis ik haar niet? Maar ik stel me voor hoe haar pluizebolletje zijn wang aait, hoe ze schatert als hij haar kietelt. Ze kan mij best even missen. Ze krijgt er een vader voor terug.

Sterre van Leer, hoofdredacteur Psychologie Magazine, sterre.van.leer@psychologiemagazine.nl

© oktober 2014 Psychologie Magazine