Bladen en boeken worden volgeschreven over het gevoelsleven van vrouwen. Maar hoe zit het met de gevoelens van mannen? Zijn mannen weleens stiekem verdrietig als ze met vrienden de kroeg in duiken? Voelen ze echt geen angst als ze met 200 kilometer per uur over de snelweg racen? Schuilt er achter die stoerdoenerij een kwetsbaar en gevoelig jongetje, of willen vrouwen alleen maar graag geloven dat dat zo is?

Uit internationaal onderzoek is al gebleken dat mannen inderdaad slechts een beperkt arsenaal aan emoties uiten. Ze onderdrukken vooral kwets­bare gevoelens als angst, verdriet en schaamte en tonen alleen de ‘sterke’ en positieve gevoelens.

Zo hebben mannen over het algemeen geen moeite met het uiten van woede, irritatie en blijdschap. Sommige onderzoekers stellen zelfs dat mannen kwetsbare gevoelens, zoals teleurstelling, schaamte, verdriet en angst, vaak omzetten in woede, omdat woede een krachtige emotie is die geen afbreuk doet aan de mannelijke identiteit. Op het schoolplein blijken jongens die snel van slag zijn minder populair dan de agressieve en ogenschijnlijk onkwetsbare jongens.

Emotionele ‘brandkast’

Emotiepsychologen ontkennen de genetische verschillen tussen man en vrouw niet, maar stellen wel dat een man niet wordt geboren als emotionele ‘brandkast’. Hij wordt zo gevormd door ideeën in de maatschappij over wat mannelijkheid is. Een man is onafhankelijk en sterk, en op hem moet je kunnen bouwen. Bij zo iemand passen geen sombere, onzekere en vooral geen angstige gevoelens. Dat klinkt erg traditioneel, maar toch is het nog steeds hoe de westerse man zijn eigen sekse ziet.

Sociaal psychologen zien de verklaring hiervoor in de eerste plaats in de opvoeding. Zodra ouders weten dat hun kind van het mannelijk geslacht is, begint de constructie van de mannelijke identiteit. Ook al denken ouders dat ze hun zoon en dochter op dezelfde manier opvoeden, er blijken vaak subtiele verschillen te zijn. Moeders gebruiken bijvoorbeeld minder emotiewoorden tegenover hun 1- à 2-jarige zoontje dan tegenover dochters van dezelfde leeftijd. Jongens leren daardoor vanaf heel jonge leeftijd minder woorden voor gevoelens en daardoor krijgen ze volgens de onderzoekers gewoon de kans niet om die te leren. Ook als het kind naar school gaat, gaat de vorming van de mannelijke identiteit door. De populaire jongetjes zijn meestal de stoere.

De Amerikaanse onderzoeker Leslie Brody heeft het over ‘display rules’, oftewel onuitgesproken regels voor het tonen van emoties. Dat het tonen van woede en agressie acceptabel is voor mannen maar niet voor vrouwen, hoeft bijvoorbeeld niet expliciet te worden uitgesproken om toch heel duidelijk te zijn verankerd in een cultuur. De angst voor afwijzing en de behoefte aan goedkeuring door soortgenoten maakt dat de meeste mensen zich vanzelf aan zulke ‘toonregels’ gaan houden.

Volgens psychologe Pieternel Dijkstra is de rol van de cultuur echter niet allesbepalend. Zij wijst erop dat onze persoonlijkheid voor 50 procent is aan­geboren. ‘Mannen zijn van nature emotioneel wat stabieler dan vrouwen, ze ervaren minder ups en downs. Logisch dat ze minder behoefte voelen om over hun gevoelens te praten.’

Oppotten is ongezond

Is het erg dat mannen hun gevoelens vaak verborgen houden? Emotionele geslotenheid kan een prijs hebben: gebrek aan intimiteit in relaties. Het delen van gevoelens leidt meestal tot een diepere band tussen mensen. Niet-delen bemoeilijkt dat dus. Het blijkt dat mannen hun nare gevoelens bovendien vaak omzetten in lichamelijke klachten. Mannen die met hun vrouw over een terugkerend probleem in hun huwelijk moesten praten, vertoonden veel lichamelijke spanning, terwijl hun vrouw hiervan geen last had. Volgens de onderzoekers verklaart dit waarom veel mannen moeilijke gesprekken ontlopen en zich terugtrekken.

Uit verschillende studies bleek dat er een verband bestaat tussen enerzijds emotionele geslotenheid en anderzijds weinig zelfvertrouwen, moeilijkheden met intieme relaties, ontevredenheid in het huwelijk en depressie. Gesloten mannen hebben een negatieve kijk op het zoeken van steun en het vragen om hulp. Daardoor krijgen ze die ook niet bij het verwerken van emoties en dat kan nadelig zijn voor de gezondheid. Als zo iemand dan zijn heil zoekt bij de alcohol – wat veel vaker voorkomt onder mannen dan onder vrouwen – zullen zijn problemen veelal alleen maar groter worden.

Er zijn ook onderzoekers die een genuanceerder beeld schetsen: gesloten mannen krijgen mogelijk pas problemen wanneer ze zich best meer willen uiten maar het niet durven uit angst dat men hen als zwak zal beschouwen. Zo’n intern conflict kan leiden tot frustratie en gepieker en dat kan ongezond zijn, zo stellen deze onderzoekers. Ook een conflict met een partner die meer openheid verlangt terwijl de man in kwestie daar zelf geen behoefte aan heeft, kan leiden tot problemen.

Mannen die gesloten zijn maar deze conflicten niet ervaren, zouden volgens deze theorie psychisch en lichamelijk gewoon gezond zijn. Het niet uiten van emoties is dus op zichzelf niet slecht. Het is zelfs een kwaliteit die kan helpen bij het omgaan met problemen. Kalm en oplossingsgericht blijven in tijden van crisis is bijvoorbeeld alleen maar goed.

‘Het lijkt soms wel alsof mensen denken dat het uiten van gevoelens altijd een must is,’ zegt Pieternel Dijkstra. ‘Maar dat is een misverstand. Je kunt niet zo makkelijk zeggen wat goed of slecht is. Je moet emoties niet te veel opkroppen, maar elke emotie eruit gooien is ook niet goed. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat wanneer je te veel meegaat in angst, die angst alleen maar sterker wordt. De emotie beheersen door jezelf gerust te stellen – ‘Het valt wel mee’ – en er rationeel mee om te gaan, is nuttiger. Ik vind het hartstikke fijn dat mannen emotioneel stabieler zijn dan vrouwen, en minder als ongeleid projectiel achter hun gevoelens aan vliegen.’

De Nederlandse man is tevreden. Mannen voelen van alle mogelijke gevoelens het vaakst positieve gevoelens. Daarna voelen mannen het meest irritatie, frustratie en boosheid. Bijna de helft zegt nooit paniek te voelen en een kwart zegt geen angst te kennen. Toch zegt ook liefst 42 procent van de mannen vaak niet precies te weten wat hij voelt. Dit noemen psychologen ook wel alexithymie: een van de norm afwijkende leesblindheid voor gevoelens. Psycholoog Pieternel Dijkstra nuanceert dat: ‘Vrouwen weten vaak precies wat ze voelen omdat zij hun emoties veel intenser ervaren. Als je ervaring niet zo heftig is, dan is de emotie ook niet zo uitgesproken voor je.’

Ze tonen hun kwetsbare gevoelens niet

Er zit een groot verschil tussen wat een man voelt en wat hij laat zien. Zo’n 80 procent van de mannen zegt dat zijn gevoelsleven dieper gaat dan anderen weten.

Als de man blijdschap of boosheid voelt, laat hij dit meestal wel merken. Maar hij houdt zijn kwetsbaardere gevoelens vaak verborgen – vooral angst. Liefst 42 procent van de mannen die weleens bang zijn, laat dit nooit merken. Bijna één op de drie mannen toont zijn onzekerheid en schaamtegevoelens nooit, en één op de vijf laat zijn verdriet en somberheid nooit aan iemand zien.

Het lijkt erop dat de jongere mannen (onder de 30 jaar) en de oudere mannen (boven de 50) hun gevoelens het meest verborgen houden. Vooral dertigers uiten hun kwetsbare emoties wat makkelijker. Zo toont maar 11 procent van de dertigers zijn verdriet nooit, tegenover eenderde van de 50-plussers en mannen onder de 30.

Dit klopt met de theorie van cognitief-emotionele complexiteit. ‘Het lijkt een beetje op emotionele intelligentie,’ licht Pieternel Dijkstra toe. ‘Hoe goed begrijp je je emoties, en weet je hoe je ze het best kunt gebruiken in het dagelijks leven? Die vaardigheid blijkt toe te nemen met de leeftijd, maar na het vijftigste jaar weer af te nemen. Oudere mannen zijn natuurlijk ook het meest opgevoed met het idee dat ze hun kwetsbaarheid niet mogen tonen.’

Als het gaat om specifiek gedrag bij bepaalde gevoelens, blijkt dat mannen ronduit voor hun blijdschap uitkomen: 80 procent zegt zijn vrolijkheid uit te spreken of duidelijk te tonen. De overige emoties worden minder nadrukkelijk geuit. Iets meer dan de helft van de mannen uit zijn boosheid door te zeggen waar het op staat of door soms behoorlijk tekeer te gaan. Eenderde van de mannen trekt zich terug en houdt zich in, of laat zijn woede niet merken. Eén op de tien mannen zoekt afleiding door iets anders te gaan doen.

Mannen hebben meer moeite met het tonen van hun verdriet. Slechts 12 procent zegt het als hij verdrietig is, en huilt soms. Meer dan de helft van de mannen trekt zich terug als hij verdriet heeft en laat het niet merken. Eén op de zes zoekt afleiding en nog eens één op de zes reageert gefrustreerd op zijn omgeving.

Meer dan de helft van de mannen laat ook zijn angsten en zorgen liever niet merken en houdt zich sterk. Slechts één op de vijf mannen zegt gewoon voor zijn angsten uit te komen en vraagt om hulp of steun.

Hoe mannelijker, hoe gelukkiger

Mannen die zichzelf zeer mannelijk voelen (een 8 of hoger op een schaal van 1 tot 10) voelen allerlei negatieve emoties minder dan mannen die zich minder mannelijk voelen. Zij voelen heel weinig verdriet, angst, schaamte en somberheid, en juist meer blijdschap, tevredenheid en trots dan de andere mannen. Hoe mannelijker men zich voelt, hoe gelukkiger, zo lijkt het.

De mannen die zich niet zo mannelijk voelen (een 6 of lager op een schaal van 1 tot 10) voelen in verhouding veel irritatie, somberheid en angst, en minder trots, tevredenheid en blijdschap. De vraag is of zij zich minder gelukkig voelen doordat ze minder mannelijk zijn, of dat ze zich minder mannelijk voelen doordat ze meer kwetsbare gevoelens hebben die ze als vrouwelijk zouden kunnen zien.

Er kan ook een heel andere factor in het spel zijn. Tegen de intuïtieve verwachting in blijkt uit het Psychologie Magazine-onderzoek namelijk dat de mannen die zich het minst mannelijk voelen, ook het meest gesloten zijn over hun gevoelens. Onzekerheid, somberheid en verdriet onderdrukken zij het meest van alle mannen. Maar ook positieve emoties als trots laten ze vaak niet merken. De ‘supermannelijke’ man laat zijn gevoelens veel meer zien, op één uitzondering na. Hij onderdrukt zijn gevoelens van angst en paniek veel meer dan de andere mannen.

Ook uit analyse van overige gegevens komt het beeld naar voren van de supermannelijke man als iemand die zowel positieve als negatieve gevoelens eerder uitspreekt, of afleiding zoekt door bijvoorbeeld naar de kroeg te gaan of te gaan sporten. De man die zich minder mannelijk voelt, trekt zich terug en laat zowel zijn positieve als negatieve gevoelens niet snel zien.

Pieternel Dijkstra: ‘Een introvert karakter is minder goed voor je psychische en lichamelijke gezondheid. Extraverte mensen kunnen beter met stress omgaan, hebben een groter sociaal netwerk en ervaren – wellicht mede daardoor – meer positieve emoties.’

De minder mannelijke man voelt zich een stuk onzekerder over zijn relatie(s) en zijn seksuele prestaties, maar maakt zich veel minder zorgen over zijn financiën en zijn werk dan de mannelijke mannen. Het heersende beeld van de mannelijke man is dat van een horkerige autist, maar in tegenstelling daarmee blijken mannen die zich supermannelijk voelen, zich prima te kunnen uiten en vaak goed te weten wat ze voelen.

Mannen die zich minder mannelijk voelen, geven aan dat ze hun gevoel wel meer willen uiten, maar dat ze vaak niet weten hoe. Ook zijn ze bang voor een oordeel van de omgeving. Een internettherapie zou deze mannen misschien kunnen helpen hun emoties te verwerken zonder dat ze zich tegenover iemand moeten blootgeven.

Voor gesloten mannen heeft Pieternel Dijkstra nog een goede raad: ‘In de eerste plaats werken aan je zelfvertrouwen. Drie weken lang elke dag tien positieve stellingen over jezelf opschrijven blijkt al enorm te helpen. Waar ben je goed in? Wat is er leuk en mooi aan jou als mens? Als je zelfvertrouwen beter wordt, ga je spontaner met mensen om en zul je je makkelijker uiten.’[/wpgpremiumcontent]