Stadsmus sluit vrede met haar natuur

Te veel mensen, prikkels en lelijkheid: in de stad voelt redacteur Anne Pek zich er vaak door verstikt. Maar tijdens een intens wandelweekend in de Zwitserse Alpen doet ze een verrassende ontdekking over haar plek in het grotere geheel.

Het laatste wat ik van Nederland zie voor ik word opgeslokt door Schiphol: de files langs het spoor en de hoogbouw rond de Zuidas. Een krioelende mierenhoop onder een miezerige herfsthemel. In mijn coupé zit iedereen over mobieltjes gebogen. Boodschap: niet aanwezig. Want het is te veel – te veel mensen, te veel gedoe, te veel lelijkheid.

Zeven uur later sta ik op een berghelling. Uit de grond stijgt een kruidige geur op. Het weitje naast me produceert zacht koebelgetingel en in de verte schittert het eeuwige wit op de top van de Dent Blanche. Ja, denk ik, nadat ik het thuisfront heb ge-sms’t dat ik veilig ben aangekomen en dat het hotel gekmakend lekker naar kaasfondue ruikt; ja, aanwezig. En dan gaat mijn mobieltje uit en de zintuigen nog een slag verder open. Want de Val d’Hérens, een langgerekt dal in het zuidelijke kanton Valais, geldt als een van de mooiste dalen in Zwitserland.

Helaas geldt het ook als gevaarlijk. Op weg naar het hotel passeerden we een bruut op het asfalt neergekwakte hoop rotsblokken. ‘Aardverschuiving,’ zei de chauffeur nonchalant. De natuur is hier duidelijk sterker dan de mens. En de mens schikt zich daar zonder morren

in. Halverwege ­oktober, zodra de eerste sneeuw valt, pakken de bewoners van dit deel van het dal hun boeltje en zakken af naar lagergelegen delen. Tot mei wordt er geen menselijk wezen toegelaten tot de slingerwegen aan de voet van de Dent Blanche. Te veel lawines.

Wilde schoonheid

Voor lawines hoeven we nu nog niet te vrezen. Het is al eind september, maar ronduit warm in de Valais. Op het terras van Hôtel du Col d’Hérens drinken drie dorpelingen in hemdsmouwen een glaasje lokale wijn. Naast de voordeur staat een grote pot salie te stralen. Twee felgekleurde bijenkasten completeren het zomerse beeld.

Suzanne Wolff oogt al even zonnig, bruinverbrand van alle bergwandelingen. De 57-jarige bedrijfs­kundige is Nederlandse, maar ze woont al jaren in dit dal. En ze is helemaal verslingerd aan de wilde schoonheid van haar omgeving. Zodanig dat ze vindt dat iedereen die zou moeten ervaren. Daarom organiseert ze behalve de managementtrainingen die ze al langer geeft, sinds vijf jaar ook natuurweekends en -weken in de Val d’Hérens. Onder de noemer Basic Discovery zullen wij de komende dagen op ontdekkingspad gaan met een geologe en een botaniste, en basale kennis opdoen van de flora, fauna en bodem van dit gebied. Onder het motto: wie de natuur echt leert kennen, gaat haar ook meer respecteren – en beschermen.

Maar Wolff beoogt met haar programma meer dan alleen kennisoverdracht. ‘Wij zijn zelf ook natuur,’ zegt ze als alle weekendgasten een plekje hebben ­gevonden rond de grote houten tafel in de eetzaal, ‘alleen voelen de meesten van ons dat niet meer. We zijn losgekoppeld van onze basis. Dit weekend gaat dus net zo goed over het ontdekken van jouw plek in het grotere geheel, en om aandacht voor je eigen natuur.’ Daarom, vervolgt ze, zal ze tijdens de wandelingen ook regelmatig om stilte vragen. Zodat we echt in alle rust om ons heen en in ons innerlijk kunnen kijken.

Verknocht aan de stad

Voor een wandeling is vandaag helaas geen gelegenheid meer. De zon zal zo achter de bergen verdwijnen en dan is het hier meteen pikdonker en ijskoud. Dat geeft ons alle tijd voor een kennis­makingsronde. Veel deelnemers kennen elkaar al, ze hebben zich als vriendengroep aangemeld, maar Suzanne weet de groep met een paar ingrepen zo te mixen dat we allemaal tegenover iemand zitten die nieuw voor ons is. Opdracht: elkaar vertellen waarom we hier zijn. ‘Wie je bent, komt dan al snel genoeg aan de orde,’ zegt Suzanne.

De vrouw tegenover me blijkt net als ik te worstelen met de vraag hoe ze meer natuur in haar leven kan brengen. Ze blijkt ook Amsterdamse en behoorlijk verknocht aan die stad. Allebei hebben we het gevoel dat meer groen ons goed zou doen. De parken waarnaast we wonen, voldoen daarvoor niet; het hare is vergeven van de blowende toeristen en het mijne is net ontdekt als plek voor festivals. Willen we échte natuur, van dat groen dat volgens recente onderzoeksinzichten wonderen doet voor je fysieke en psychische gezondheid, dan moeten we ontzettend ons best doen. Terwijl we onze handen al vol hebben aan een baan en een gezin.

Zo komen we inderdaad te spreken over onszelf en over kinderen die liever iets met vriendjes doen dan met mama door de bossen sjokken. Veel herkenning, maar over de natuur gaat het niet meer.

De volgende ochtend zorgt de natuur er wel voor dat het weer over haar gaat. Het regent. En regen in de bergen blijkt een fascinerend schouwspel. Donkere wolken razen horizontaal door het dal, lichtere wolken kruipen verticaal langs de hellingen omhoog. Het water druipt langs de bomen, ritselt door het gras en stort bulderend de berg af. Het voelt niet als straf om naar buiten te moeten.

Pikhouweel en flesje zuur

Voor we op pad gaan, geeft Oxford-geologe Rhoda Davidson ons kort college over gesteentevorming en plaattektoniek. Dat laatste duidt op het uiteendrijven of botsen van de diverse op de aardbol ronddobberende platen, wat weer allerlei geologische structuren verklaart.

Zoals de vorming van de Alpen. Die zijn ontstaan doordat de Afrikaanse plaat hier al miljoenen jaren in slowmotion op de Euraziatische plaat botst. En in dit stukje Zwitserland, begrijp ik, heeft dat een wel heel wonderlijke kreukelzone opgeleverd. Terwijl de Afrikaanse plaat in principe langzaam onder de Euraziatische schuift, zijn er in een onvoorstelbaar ver verleden ook fragmentjes Afrika óp Eurazië beland. De Matterhorn, een kilometer of twintig oostwaarts van hier, wordt daarom wel een Afrikaanse berg genoemd. Ook in de Val d’Hérens steken her en der stukjes aardschol van tropische herkomst de kop op.

Tijd om die rare mix te gaan bekijken. We hullen ons in regenkleding en gaan op pad, Rhoda gewapend met een pikhouweel en een flesje zuur. Her en der spoort ze ons aan stukjes van de rotsen te breken. Als je er zuur op druppelt en het gaat bruisen, weet je dat er kalk in zit. Dat zijn samengeperste resten zeeleven. Ooit, voordat die Afrikaanse plaat de Alpen begon op te drukken, lag hier een oceaan.

Rhoda laat ons de hellingen om ons heen omschrijven. U-vormig of V-vormig? Een U, vindt de groep. Dat wijst op slijtage door gletsjergeweld: ‘Ooit moet het hier tot aan de bergtoppen vol sneeuw hebben gestaan.’ Ik kijk langs de beboste hellingen omhoog en voel wat Suzanne bedoelt als ze het heeft over oerkracht en respect.

Verder gaat het. In hink-stap-sprong doorkruisen we een rotsachtig naaldbos. Nee, een rivier. Nee, toch een bos, dat tegelijkertijd rivier is. Tientallen ondiepe stroompjes kronkelen en gorgelen er rond de wortels van de lariksen naar beneden. Alles ruist en bruist. Als regen in de stad eens zo kon klinken.

Daarop volgt een steile klim, en dan staan we voor een landschap dat me even doet terugdeinzen. Hoe noemden de eerste Britse bergtoeristen het ook alweer, in hun romantisch-getormenteerde vervoering? The sublime. En daarmee bedoelden ze beslist iets anders dan schoonheid. Subliem is een treetje hoger; groots, maar ook huiveringwekkend. Precies dit dus. Elke lieflijkheid ontbreekt hier. Alles is grijs, of op zijn best grijsgroen: de stenen, het water, de mossen en zelfs – het duurt even voor ik het doorheb – het ijs. Want die rare asfaltkleurige bult daar in de verte, met dat grote zwarte gat onderin, dat is de monding van de gletsjer van de Mont Miné. Er vloeit ijskoud, grijs water uit. Huuu. Maar ook: wow. Zo nietig zijn wij hier. Schilfertjes in een bergstroom. Als ik niet werd omgeven door medewandelaars, zou ik er nog filosofisch van worden.

Gonzende bergweiden

Een dag later toont de Val d’Hérens zich van zijn lieflijke kant. Om te beginnen schijnt de zon. Eerst gaan de jassen uit, dan de fleecevesten en T-shirts. Mouwloos trekken we het dal in, door sappige loofbossen en langs bergweiden die gonzen van de insecten. ‘’s Zomers is het hier één grote bloemenzee,’ zegt Suzanne. Nu passeren we felrode bessen en de eerste paddenstoelen.

Vandaag gaat het niet om stenen maar om groen. Nathalie Németh zal ons inwijden in de eetbare en geneeskrachtige aspecten van de plantengroei in het dal. Ze heeft een opleiding tot botaniste en herboriste – kruidenkenner – gevolgd, maar ze heeft ook veel van oude dalbewoners geleerd. Nog niet eens zo lang geleden waren de dalen van de Valais zo geïsoleerd, dat de inwoners bij ziekte teruggrepen op geneeskrachtige kruiden in plaats van de stedelijke apothekerskast. ‘Elke gemeenschap had haar eigen voorkeuren. Nu we die oude kennis beginnen te vergelijken, blijkt dat sommige planten in het ene dal voor totaal andere dingen werden toegepast dan in het buurdal.’

Dat klinkt vreemder dan het is, want anders dan het geraffineerde aanbod uit de farmaceutische industrie bevatten geneeskrachtige planten zoveel verschillende werkzame bestanddelen dat er altijd wel iets in zit wat gunstig uitpakt. Of nou ja, bijna altijd dan: ‘We zijn er inmiddels ook wel achter dat sommige traditionele kruidenmiddeltjes niets doen.’

Langs de route die we vandaag lopen staat genoeg waar Nathalie lyrisch van wordt. Klein hoefblad: geweldig tegen hoest, zowel de droge als de slijmerige variant – kom daar maar eens om bij de apotheek. Duizendblad: vol salicylzuur, effectief tegen menstruatiekrampen. Absint: goed voor de spijsvertering, zoals trouwens alle bittere kruiden, en daar hebben de Alpen nogal wat van. Komt door de felle zon, planten maken tannine aan om zich daartegen te beschermen.

Pijnstiller plukken

Het meest enthousiast vertelt Nathalie over de brandnetel. Die staat hier in grote hoeveelheden, en hij stikt van de gezonde stofjes: ijzer, vitamine C, E en K, heel veel eiwitten, ‘veertig procent van het droge gewicht. Vergelijkbaar met vlees!’ Met handenvol eten dus, zegt Nathalie, en grijpt zonder aarzeling in de bos naast zich.

Hoe doet ze dat? Gespannen kijken we toe terwijl ze de ene na de andere stengel van zijn top ontdoet. Al snel heeft ze een linnen tasje vol brandnetelblad. En geen blaar op haar vingers! ‘Magic hands,’ grijnst ze. Dan aait ze een geplukt blaadje en stopt het in haar mond. ‘Het geheim is de opwaartse beweging. Dan strijk je de brandharen glad.’ Met smaak kauwt ze haar blaadje fijn.

Dat wil ik ook. Aarzelend pluk ik een paar blaadjes. Inderdaad: dat gaat pijnloos als je de topjes van onderen beetpakt. Dan moet ik ook in staat zijn brandnetel in mijn mond te stoppen. Na een paar ferme streken over de harige kant steek ik een groot blad in mijn mond – wassen is hier kennelijk niet nodig. Nee, het doet geen pijn. En het is best lekker. Een beetje komkommerachtig, met een vleugje bitter.

Maar wat als je je tijdens het plukken wél bezeert? Dan is de pijnstiller eigenlijk altijd bij de hand, wijst Nathalie: ‘Waar brandnetel staat, groeit ook weegbree.’ En inderdaad, een eindje verder langs de weg liggen een paar van die vlezige rozetten in de berm. Het blad een beetje kneuzen en over de pijnlijke plek leggen, dan verdwijnt de brand snel, zegt Nathalie. ‘Tegen blaren werkt weegbree ook. Mijn vader noemt de plant daarom “armeluispleister”. Toen hij klein was, moest hij zijn schoenen delen met een broertje, hij had nooit een paar dat echt paste. Weegbree was heel handig op weg naar de kerk.’

Terwijl ze vertelt, blijft Nathalie haar tassen vullen. Behalve brandnetel plukt ze ook wilde spinazie en bladeren van de kleine berenklauw (‘Nee, die is niet giftig’).

Hé, verrassing: net als de tassen vol zijn, bereiken we een bergwei met een glashelder meertje, picknicktafels en een vuurplaats. En daar is ook de buurvrouw van Suzanne, die vaker hand- en spandiensten verleent bij deze weekends. Zij heeft pannen, snijplanken en drie wiegmessen bij zich.

‘Zo,’ zegt Nathalie, ‘aan het werk.’ Alle groen moet fijngehakt, we gaan omelette aux herbes maken. Overmoedig eigen ik me de zak vol brandnetel toe. Ditmaal prikt het toch. Een beetje maar, gelukkig. En de weegbree is dichtbij. Bovendien, zegt Nathalie: ‘Die irriterende stof activeert je immuunsysteem. Kan heel gezond zijn.’ Mijn laatste restje twijfel verdwijnt als de omelet met alpenkruiden op tafel komt. Wat een smaak!

Weggeregende neuzen

De laatste dag. Ditmaal gaat Suzanne zelf voorop. Van top tot teen in regenkleding, want het water komt met bakken uit de hemel. We gaan naar het bos, ‘daar is het iets droger’. Eenmaal op de smalle paadjes vraagt ze ons niet als ganzen achter haar aan te lopen. ‘Neem de ruimte die je nodig hebt, en praat niet met elkaar. Straks wil ik graag van iedereen horen wat natuur voor jou is.’

Een koe kijkt ons na, berustende blik vanonder de kletsnatte kuif. Het laatste wat we passeren voor het bos begint: een hutje dat zijn beste tijd heeft gehad. Het lijkt haast te bezwijken onder de dikke laag mos op zijn leistenen dak. Is dit nog cultuur, of is dit alweer natuur? Eigenlijk zie ik geen tegenstelling, bedenk ik net als Suzanne ons onder een grote boom laat stoppen. Mensen zijn dieren, dus is ook alles wat we maken per definitie natuur. Het is misschien vaak lelijk, maar wie zegt dat natuur mooi moet zijn? Is de gletsjer van de Mont Miné mooi?

Ik lijk de enige te zijn die er zo over denkt. De anderen vertellen in gloedvolle bewoordingen over hun natuurervaringen. De ontroering als ze in de schemering een ree zien. Een boom die kracht en bescherming uitstraalt. Natuur is puur, is alles wat de mens niet is.

We lopen weer verder en terwijl ik de miniriviertjes die rond mijn schoenen kolken bestudeer, stel ik mezelf een andere vraag. Wat ontroert me? Toegegeven, ik kijk met vertedering naar wankele natte kuikentjes, net uit het ei, of naar de eerste varens van het voorjaar, opgerold als een strakgespannen veer. Maar dat de tranen me daarbij nou in de ogen springen, nee. Dat toch eerder bij de onbeholpen plompheid van Notre-Dame la Grande in Poitiers. De weggeregende neuzen van de beelden aan de voorgevel, daar kreeg ík nou een brok van in mijn keel. En Venetië. De rottende waterpoorten van de palazzi, hun versuikerende gevels. Of de versmeten schoonheid van leeglopende Oost-Duitse steden. Alle moeite die mensen door de eeuwen heen hebben gedaan om hun wereld te verfraaien, en hoe die schoonheid onherroepelijk weer vervalt.

Het ene na het andere voorbeeld dringt zich aan me op terwijl het water in mijn schoenen begint te lopen. En zo arriveer ik een uur later behoorlijk nat maar heel tevreden bij het eindpunt, waar de haard brandt en quiches klaarstaan. Natuur is een mooi iets en wandelen zonder meer heerlijk, maar eigenlijk is het helemaal niet zo erg om straks terug te gaan naar de stad. De enige grote kwestie die ik daar zal moeten oplossen, is: waar vind ik brandnetels?

Wandelen in Anne’s voetsporen?

Suzanne Wolff organiseert in 2013 drie Basic Discovery-natuurweekends (3 overnachtingen) en drie natuurweken (6 overnachtingen).

Voor prijzen en data: www.basicdiscovery.org

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door Swissair en SBB.Voordeelpassen voor de trein in Zwitserland: www.swisstravelsystem.com

Meer over Val d’Hérens: www.valdherens-tourisme.chInformatie over Zwitserland: www.MySwitzerland.com of bel 00800-10020030

auteur

Anne Pek

Gezondheid is zoveel meer dan niet ziek zijn. Het is ook lekker in je vel zitten, zin hebben in dingen, ermee kunnen omgaan als het even tegenzit. Als wetenschapsjournalist volg ik gretig het onderzoek naar alles wat ons geestelijke en fysieke welzijn beïnvloedt, en al sinds 2005 schrijf ik voor Psychologie Magazine over gezondheid in die brede zin.

» profiel van Anne Pek

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Haal meer uit de natuur

Groen doet iets met ons. Zeker als je je ervoor openstelt. Finse psychologen ontwikkelden daarom een...
Lees verder
Artikel

Haal meer uit de natuur

Groen doet iets met ons. Zeker als je je ervoor openstelt. Finse psychologen ontwikkelden daarom een...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Advies

Ik twijfel over een schaamlipcorrectie

Ik ben een verstandig meisje van 20 jaar en ik twijfel soms om een schaamlipcorrectie te ondergaan. ...
Lees verder
Advies

Ik twijfel over een schaamlipcorrectie

Ik ben een verstandig meisje van 20 jaar en ik twijfel soms om een schaamlipcorrectie te ondergaan. ...
Lees verder
Verhaal

Wandelcoaching – Al wandelend komen de antwoorden

Zzp’er Vivian de Gier draait 70 uur per week en is er klaar mee. Hoe kan ze minder werken, genoeg ...
Lees verder
Kort

Even je brein uitlaten

Ook al is het buiten koud, recent onderzoek geeft weer nieuwe redenen om je gevoerde laarzen aan te ...
Lees verder
Verhaal

Pleidooi voor het ommetje

Onze grootouders gingen ’s avonds een blokje om, onze ouders sleepten ons op zondag het bos in. En...
Lees verder
Artikel

Wandelen om je relaties te verbeteren

Redacteur Dagmar van der Neut merkte dat de relatie met haar vader sterk verbeterde toen ze samen gi...
Lees verder
Kort

Wat ritselt daar?

Stel, je loopt door een stil, donker bos. Ineens hoor je achter je blaadjes ritselen.
Lees verder
Artikel

Mindfulnesswandeling tegen somberheid

Wandelen en mindfulness is een perfecte combinatie. Trek je lekkerste schoenen aan en maak deze mind...
Lees verder