Je weet iets wat je eigenlijk helemaal niet kunt weten – je voelt het gewoon. Later blijkt dat je gelijk had. Maar liefst twee miljoen Nederlanders zeggen wel eens zo’n helderziende ervaring te hebben gehad. En 30 procent zegt ervaring te hebben gehad met telepathie: weten wat een ander voelt of denkt, zonder dat je dat op een normale manier had kunnen weten. Nog eens twee miljoen Nederlanders zeggen wel eens contact te hebben gehad met een overledene.

Het geloof in het bovennatuurlijke is dan ook wijdverspreid. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau in 1997 blijkt dat ongeveer de helft van de Nederlanders gelooft in telepathie en helderziendheid: 22 procent weet het zeker, en 28 procent houdt het voor mogelijk. Vooral hoogopgeleiden in de niet-technische vakken en mensen met hogere inkomens geloven in paranormale verschijnselen.

Voor de meeste mensen is het bovennatuurlijke inderdaad een kwestie van geloof. Je gelooft ‘gewoon’ dat er ‘meer’ is tussen hemel en aarde, of je gelooft er niet in. Weinigen weten dat er onderzoekers zijn die de ijzeren wetten van de wetenschap hanteren om vat te krijgen op deze ongrijpbare fenomenen. Parapsychologen doen streng gecontroleerde experimenten met het ­paranormale, en laten de statistieken erop los om uit

te zoeken wat er nu waar is van dit soort vreemde ervaringen.

Het parapsychologische onderzoek heeft zich sinds het begin van de twintigste eeuw voornamelijk op twee gebieden gericht: buitenzintuiglijke waarneming (tele­pa­thie, helderziendheid en precognitie) en psychokinese. Precognitie is het aanvoelen of voorzien van toekomstige gebeurtenissen, psychokinese is het beïnvloeden of bewegen van materiële ­zaken met mentale kracht.

Het bekendste soort telepathie-onderzoek is het Ganzfeld-experiment, een vinding uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Omdat mensen vaak paranormale ervaringen rapporteren tijdens een veranderde staat van bewustzijn, zoals dromen, diepe meditatie en vlak voor het inslapen, bedachten parapsychologen een setting waarin mensen snel in zo’n staat gebracht konden worden: het Ganzfeld. Tijdens een Ganzfeld-experiment wordt de ‘ontvanger’ in een geluiddichte ruimte in een comfortabele ligstoel gezet. Hij krijgt een koptelefoon op waarop alleen ruis te horen is, en op zijn ogen krijgt hij twee halve pingpongballetjes waar een rode lamp op schijnt. Het idee is dat wanneer de normale zintuiglijke prikkels wegvallen, buitenzintuiglijke signalen duidelijker waarneembaar worden.

In een andere kamer zit de ‘zender’, die een foto bestudeert en probeert over te zenden naar de andere proefpersoon. Er zijn allerlei variaties op dit experiment, maar meestal beschrijft de ontvanger zijn indrukken en kiest achteraf uit vier foto’s degene die het dichtst bij die indrukken komt. De kans dat hij goed gokt is 25 procent, dus als dit percentage na meerdere experimenten hoger ligt dan dat, zou er iets paranormaals aan de hand kunnen zijn.

Na twintig jaar Ganzfeld-onderzoek in verschillende laboratoria over de hele wereld, werd er in 1994 een overzichtsstudie gepresenteerd in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift. Als al het Ganzfeld-onderzoek dat aan alle strenge eisen voldeed, samengenomen werd, lag het gemiddelde succespercentage rond de 33 procent. En hoewel dat nog altijd betekent dat mensen vaker fout dan goed zitten, is de kans erg klein dat dit succespercentage toeval was. Kranten kopten enthousiast: ‘Telepathie bewezen’. Maar er ontstonden felle discussies met sceptici over de details van het onderzoek. Ondanks dat het onderzoek voldeed aan vooraf opgestelde eisen, was het voor de sceptici nog niet goed genoeg.

Parapsychologen lieten zich hierdoor niet weerhouden. Vervolgonderzoek richtte zich niet eens meer op de vraag óf telepathie bestaat, maar op bevorderlijke omstandigheden en de mogelijke onderliggende processen. Zo deden Dick Bierman, bijzonder hoogleraar parapsychologie aan de Universiteit Utrecht, en onderzoeker Rens Wezelman in 1997 onderzoek naar helderziendheid onder invloed van drugs. Proefpersonen mochten een jointje roken voorafgaand aan een ­Ganzfeld-sessie, of ze kregen een dosis van het hallucinatie-opwekkende psilocybine, oftewel paddo’s. Stoned scoorden de proefpersonen rond de 30 procent: boven kansniveau, maar vergelijkbaar met uitkomsten van nuchtere proefpersonen. Onder invloed van de bewustzijnsveranderende paddestoelen was het succespercentage maar liefst 58 procent.

Akelige voorgevoelens

Telepathie zou je kunnen zien als een soort helderziendheid in het hier en nu. Maar kunnen mensen ook dingen uit de toekomst aanvoelen? Op 10 mei 2000 fietste verpleegster S. naar huis na haar avonddienst. Voor een stoplicht in een woonwijk staarde ze gedachteloos voor zich uit. Plotseling bekroop haar een heel naar gevoel. ‘Hier gaat het binnenkort helemaal mis,’ dacht ze. Dat gevoel was zo sterk dat ze er de volgende dagen niet meer langs wilde rijden. In een grote bocht fietste ze om de ‘onheilsplek’ heen. Drie dagen later werd haar angstige gevoel waarheid. De vuurwerkfabriek die midden in de ­Enschedese wijk stond, ontplofte en legde de hele buurt plat.

Had deze vrouw werkelijk de toekomst aangevoeld toen ze voor het stoplicht stond? Of was het toeval? Hans Gerding, bijzonder hoogleraar filosofie aan de Universiteit Leiden en directeur van het Parapsychologisch Instituut in Utrecht, die een brief ontving met dit verhaal: ‘Wetenschappelijk gezien heeft die ervaring natuurlijk geen enkele bewijskracht. Je moet het zien in het licht van laboratoriumonderzoek waaruit naar voren komt dat er misschien wel zoiets als precognitie bestaat. Dan vind ik het wel een heel indrukwekkende ervaring.’

Het komt maar weinig voor dat mensen letterlijk zien wat er in de toekomst gaat gebeuren. Meestal ervaren ze een vaag soort onbehagen, zonder precies te weten wat er gaat gebeuren: een voorgevoel, of intuïtie dus. Die gevoelens openbaren zich ook fysiek, bijvoorbeeld in een verhoogde hartslag of een verlaagde huidweerstand. Simpel gezegd: zelfs bij heel lichte emotionele opwinding ga je een klein beetje zweten, waardoor de elektrische weerstand van de huid afneemt. Ook gevoelens die buiten het bewustzijn om gaan, kun je zo meten.

Aangesloten op een computer en een huidweerstandmeter, zitten proefpersonen voor een beeldscherm en kijken naar foto’s die in volstrekt willekeurige volgorde worden getoond. Foto’s van bloemetjes en landschappen, maar ook gruwelijke foto’s van ongelukken, lijken en ­verminkingen.

Het wonderlijke resultaat: nog voordat mensen een foto op hun beeldscherm te zien krijgen, reageert hun huidweerstand op wat er gaat komen. Uit meerdere studies, waaronder een van Dick Bierman aan de Universiteit van Amsterdam in 1996, blijkt dat de anticipatie voorafgaand aan de schokkende foto’s groter is dan die voorafgaand aan de neutrale beelden. Alsof de proefpersonen onbewust aanvoelden dat ze iets naars te zien zouden krijgen! De schokkende foto’s riepen niet alleen een emotionele respons op, maar ook een fysieke ‘prespons’.

Geestkracht stuurt computer

Kan de menselijke geest directe invloed uit­oefenen op materie? Jazeker, stelde Robert Jahn van Princeton University in 1986. Hij publiceerde de resultaten van zeven jaar onderzoek naar psychokinese, het met geestkracht beïnvloeden van fysieke verschijnselen. Jahn gebruikte voor zijn experimenten een heel klein doosje: een zogenoemde Random Number Generator (rng), een soort elektronische muntjeswerper. Het machientje produceert volledig willekeurig miljarden nullen en enen die hij doorgeeft aan een computer. Net als bij een muntje dat je duizend keer gooit, produceert de rng uiteindelijk evenveel nullen als enen. Behalve als mensen hun best gaan doen om daar invloed op uit te oefenen.

Jahn gaf zijn proefpersonen de opdracht om door pure concentratie het machientje te ‘dwingen’ meer enen dan nullen te produceren. Het apparaatje liet ten tijde van de experimenten inderdaad een kleine afwijking zien in de voorspelde richting.

Roger Nelson, een collega van Jahn bij de Universiteit van Princeton, vroeg zich af wat er zou gebeuren als meerdere mensen tegelijk zich zouden concentreren, en vond dat groepen mensen een sterk effect konden uitoefenen op de rng. Hij besloot daarop om meerdere rng’s over de hele wereld via het internet aan te sluiten op zijn computer. Hij liet ze dag in dag uit hun stroom willekeurige nulletjes en eentjes produceren. Op 6 september 1997 verwachtte Nelson iets anders. Bijna een miljard mensen keken ­tegelijkertijd naar de begrafenis van prinses ­Diana. Zou deze collectieve emotionele gebeurtenis de automatische getallenspuwers spontaan uit balans kunnen brengen? Twaalf verschillende rng’s lieten een afwijkend patroon zien. De kans dat dit toeval was: 1 op 100.

Onder de naam van het ‘Global Consciousness Project’ staan er nu 65 rng’s in 41 landen. De machientjes hebben al meerdere opvallende gebeurtenissen ‘gezien’: de bombardementen in voormalig Joegoslavië, de begrafenis van paus Johannes Paulus II, het gijzelingsdrama in Beslan en de moord op Pim Fortuyn. Volgens de onderzoekers hebben de rng’s de aanslagen van 11 september niet alleen geregistreerd, maar ook voorspeld: kort voor de aanslagen begonnen ze af te wijken van hun normale patroon.

Er is ook kritiek. Er is immers altijd wel ergens op aarde een oorlog of massale gebeurtenis aan de gang. Bovendien ‘zagen’ de rng’s de bombardementen op Bagdad, het Live Aid-concert en zelfs de tsunami niet. Dick Bierman, die ook een rng heeft aangesloten op het project: ‘Ik betwijfel of er zoiets is als global consciousness. Maar zelfs als je alle kritiek in acht neemt, blijft de gecumuleerde kans dat de gevonden correlaties op toeval berusten, kleiner dan 1 op 1.000.000.’

Experimentator-effect

De wetenschappelijke eisen die aan de parapsychologie worden gesteld zijn erg streng. Maar, zo redeneren velen, dat moet ook. De claims zijn zo bizar en hebben als ze kloppen zoveel impact op ons wereldbeeld, dat er ook wel buitengewoon veel bewijs moet zijn voordat we ze accepteren. Dat is soms frustrerend voor de ­parapsychologen. De groottes van de gevonden effecten in de parapsychologie gelden in andere wetenschappen al snel als ‘bewijs’. Vaak aan­gehaald voorbeeld daarvan is het gunstige effect van ­aspirine op hart- en vaatziekten. In de medische wetenschap wordt dat gezien als een onomstreden feit, terwijl het gevonden effect veel kleiner is dan sommige gevonden effecten in de parapsychologie.

Maar sceptici eisen meer bewijs – en vooral: bewijs dat de ­paranormale effecten zich consequent en constant blijven vertonen in verschil­lende laboratoria. En juist daar worstelt de parapsychologie mee. Sommige onderzoekers vinden nooit wat, terwijl anderen juist altijd heel sterke resultaten vinden. Zo vond scepticus Richard Wiseman inderdaad niets als hij onderzocht of mensen kunnen aanvoelen wanneer er naar ze gekeken wordt, terwijl para­psychologe Marilyn Schlitz wél consequent positieve resultaten vond.

Dat de verwachtingen van onderzoekers invloed hebben op de uitkomst van hun experimenten, staat in de psychologie bekend als het ‘experimentator-effect’. Dick Bierman: ‘Als je tegen een onderzoeker zegt: deze groep ratten is intelligenter dan die, dan vindt hij dat. Als je tegen de volgende zegt dat het andersom is, vindt hij het tegenovergestelde. Dit is een vrij hardnekkig effect, zelfs als onderzoeken steeds beter gecontroleerd worden. We begonnen op een gegeven moment te vermoeden dat het misschien om een paranormaal effect ging. Dat de onderzoekers zelf paranormaal zijn, en daarmee de uitkomst van hun onderzoek beïnvloeden.’

Sommige onderzoekers verklaren zo ook de tegenvallende resultaten van de laatste jaren. Bierman: ‘Als paranormale fenomenen net onderzocht worden, komen ze vaak heel sterk naar voren. Maar ze hebben de neiging na verloop van tijd langzaam te verdwijnen.’ Komt dat doordat de passie en betrokkenheid van onderzoekers afnemen als het nieuwe en spannende eraf is? Sceptici betwijfelen het. De onderzoeksmethoden zijn gewoon beter geworden, denken zij.

Filosoof Hans Gerding is allang moe van het debat met de sceptici. ‘De verschijnselen zijn voldoende aannemelijk gemaakt om ze verder te onderzoeken. Het is gewoon een beetje een glibberig fenomeen. Het is net als een stuk zeep in het bad. Je grijpt onder water en af en toe voel je het. Duidelijk genoeg om zeker te weten dat het er ligt. Maar dan glipt het weer uit je vingers.’

Extra tijddimensie

Er moeten nog al wat zekerheden op de helling als paranormale fenomenen bestaan. Dick Bierman, van oorsprong natuur­kundige: ‘Precognitie bijvoorbeeld kan een paradox creëren. Als je de toekomst kunt voorspellen, kun je in principe voorkomen dat het zo loopt. En dat kan natuurlijk eigenlijk niet, want dan is het de toekomst niet meer.’ Helemaal vreemd zijn de gevonden effecten van retroactieve psychokinese, oftewel retro-pk: dingen beïnvloeden die in het verleden zijn gebeurd, zoals achteraf cijferreeksen van de rng ‘sturen’. Voor een helder denkend mens is het nauwelijks meer te volgen.

Bierman: ‘Ja, het is heel ingewikkeld. De verklaring voor deze fenomenen zal uiteindelijk moeten komen uit de fysica of wiskunde. In natuurkundige formules kan tijd twee kanten oplopen. In de nieuwste snaar­theorieën heb je weet ik hoeveel dimensies, en er wordt ook gesproken over een extra tijd­dimensie. Natuurkundigen doen een stuk minder spastisch over paranormale fenomenen dan psychologen, bijvoorbeeld. Ze zijn gewend om hun theorieën af en toe flink op de helling te zetten. Ze weten dat je nooit moet zeggen: “Dit kan niet.”’

Paranormale misdaadbestrijders

Helderzienden die weggelopen huisdieren of ontvoerde kinderen kunnen lokaliseren: charlatans of nuttige tipgevers? Parapsycholoog Hans Gerding was in 1989 belast met het beoordelen van de tweeduizend paranormale tips die binnenkwamen rond de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn. Gerding: ‘Er waren in die zaak twee dingen heel opvallend: er was één dader, en Heijn werd al op de eerste dag vermoord. Om een lang verhaal kort te maken: er was niet één paragnost die deze twee dingen had gezegd. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een paragnost iemand heeft gevonden die vermist was.’

Scepticus Richard Wiseman: ‘Maar 1 tot 2 procent van de helderzienden fraudeert. De meesten geloven oprecht dat ze bepaalde gaven hebben. Ik heb meerdere helderzienden onderzocht onder condities waarin het niet mogelijk was om te frauderen of feedback te krijgen, en niet één doorstond de test. Dat heeft weinig effect op hen, trouwens; meestal vinden ze dat het aan de test ligt. De eerste helderziende die zegt: “O, nou, dat bewijst dus dat ik geen paranormale gaven heb,” moet ik nog ontmoeten.’

Op de site

In samenwerking met parapsycholoog Dick Bierman deed Psychologie Magazine een precognitie-experiment. De resultaten staan op de site; deelnemen kan nog steeds.

Plusabonnees kunnen Bierman bovendien vragen stellen.

www.psychologiemagazine.nl

Meer weten

Parapsychologisch wetenschappelijk onderzoek in Nederland is te vinden via

www.parapsy.nl. Voor het Global Consciousness Project: http://noosphere.princeton.edu/[/wpgpremiumcontent]