Ik dacht niet dat het zo’n vaart zou lopen, maar besloot te doen alsof ik zijn smetvrees heel redelijk vond en nam het flesje aan. Terwijl ik ontsmettingsmiddel op mijn voet druppelde, blies ik op het wondje. Die actie opende ineens een poortje in de tijd: ik was weer een klein meisje en ik blies op een opengeschaafde knie. Dat blazen is iets is wat mijn moeder me ooit leerde: als je blaast op het wondje, doet het geen pijn. Een afleidingsmanoeuvre, om mij zonder gepiep te kunnen oplappen.

Ik vroeg me af hoeveel andere volstrekt irrationele dingen ik nog altijd doe of laat, omdat ik ze ooit heb geleerd en nooit kritisch heb bekeken. Zo vang ik ’s zomers nog altijd distelpluis uit de lucht als het langszweeft, om een wens te doen – al geloof ik niet in zulke onzin. ‘Magisch denken’ heet zoiets. Ieder kind gaat door een fase waarin het gelooft in verbanden die niet bestaan, en waarin oorzaak en gevolg gekke sprongen maken. Iets daarvan blijft hangen.

Een ander bijgeloof van vroeger: dat er een appelboom in je buik ging groeien als je een appelpit zou doorslikken. Op een gegeven ogenblik zou je het voelen kriebelen in je keel en als je dan je mond opensperde, krulden de groene blaadjes naar buiten. Of wie weet staken er twijgjes uit je oren. Een verontrustend idee, en ik lette erop nooit zo’n pitje in te slikken.

Toch is het ook weer niet heel vreemd dat ik dat geloofde. De werkelijkheid is vaak nog veel vreemder dan een inwendige appelboom. Het blijkt namelijk zo te zijn dat er, als je een mensenzaadje binnenkrijgt, een mensje in je buik gaat groeien. Een levend, bewegend wezen dat er dan straks ook nog eens uitkomt en zelfstandig gaat rondlopen. Een totaal absurd idee! Wie gelooft dat nu.

Sinds ik proefondervindelijk heb vastgesteld dat het echt zo werkt, en op het korrelige zwart-wit-scherm van het echoapparaat een minimensje zag dat schopte met zijn kromme beentjes en een pirouette draaide, heroverweeg ik mijn kinderlijke bijgeloof. Dikke kans dat ik, als dat kleintje leert lopen en zijn knietjes openschaaft, zal zeggen: ‘Weet je wat helpt? Je moet erop blazen.’ Ik zal het voordoen terwijl ik ontsmettingsmiddel op de wond druppel, en het zal nog helpen ook.

Schrijver en journalist Bregje Hofstede verhuisde naar de stille Morvan om beter te kunnen luisteren naar haar gedachten. Voor Psychologie Magazine onderzoekt ze elke maand een stukje onontdekte binnenwereld.