Waarom rancune ook voordelen heeft

Tergend langzaam. Dat is het tempo waarmee ik mijn boodschappen van de supermarktband pak en in mijn tas stop. Niet omdat er niemand achter me staat. Integendeel. De man die na me aan de beurt is, heeft juist ontzettend veel haast. Maar omdat hij me net bijna omverduwde, is mijn haast als bij toverslag verdwenen en besluit ik alle tijd te nemen. Kinderachtig, ik weet het. Maar toch geeft deze kleine wraakactie me een gevoel van vol­doening. In gedachten maak ik een lange neus: net goed.

Psycholoog David Marcus van de Washington State-universiteit en zijn collega’s doen onderzoek naar spitefulnes, in het Nederlands: wrok, rancune, boosaardigheid. De kern is de bereidheid een prijs te betalen om een ander een hak te zetten. Zo was ik door mijn kleine wraakactie in de supermarkt zelf ook een stuk langer bezig dan anders. David Marcus laat desgevraagd per e-mail weten: dat element van zelfbeschadiging onderscheidt rancune en wrok van hun bekendere broertje wraak.

Vechtscheiding

Ik ben niet de enige die er af en toe genoegen in schept anderen op hun nummer te zetten, óók als ik er zelf bij inschiet. Een vriend vertelt dat hij het

liefst zijn auto op de plek zet die zijn vervelende collega zich heeft toegeëigend, ook al moet hij daarvoor eerder zijn bed uit om als eerste op zijn werk te zijn. Een vriendin geeft toe dat ze expres nog even wacht met het snoeien van de boom waarover haar knorrige buurman klaagt, terwijl de bladeren ook het zonlicht uit haar eigen tuin wegnemen. Een collega herinnert zich dat ze als kind stiekem blij was toen ze moest spugen na het eten van spruitjes, omdat het de oneetbaarheid van de gevreesde groente aantoonde.

Ook in het verkeer viert rancune hoogtij. ‘Ik ga weleens op mijn rem staan als ik het gevoel heb dat degene achter me te dicht op me rijdt,’ bekent Marcus. ‘Ik denk dat bijna iedereen weleens dit soort gevoelens en gedachten heeft, al zal niet iedereen ernaar handelen.’

In een artikel dat hij hierover schreef, noemt hij ook extremere vormen van rancuneus gedrag, zoals bij ex-geliefden die in een vechtscheiding verwikkeld zijn. Koste wat het kost proberen ze de ander zoveel mogelijk te kwetsen, ook al benadelen ze daarmee ook zichzelf – en hun kinderen. Therapeuten berichten volgens Marcus over cliënten met een persoonlijkheidsstoornis die zichzelf fysiek pijn doen om anderen te straffen. ‘Dat je zelf lijdt, staat in dienst van het beschadigen van de ander.’

Onontgonnen terrein

Al zijn de voorbeelden talrijk, tot hun verbazing ontdekten Marcus en zijn ­collega Virgil Zeigler-Hill dat er in de belangrijke wetenschappelijke psychologietijdschriften nog vrijwel niets over dit onderwerp was geschreven.

Om dit onbekende onderzoeksterrein te ontginnen ontwierpen de onderzoekers – beiden geïnteresseerd in de meer duistere kanten van de mens – daarom een vragenlijst waarmee ze persoonlijke verschillen in de neiging tot rancuneus gedrag kunnen meten (zie het kader rechts voor een voorproefje).

Wetenschappers uit andere disciplines verbazen zich al langer over dit op het eerste gezicht irrationele gedrag. Economen ontdekten bijvoorbeeld dat in experimenten waarin twee personen moeten beslissen hoe een som geld wordt verdeeld, lang niet iedereen probeert het hoogste bedrag voor zichzelf eruit te slepen. Tot hun verbazing zetten sommige mensen in plaats daarvan ­liever de ander een hak.

Benieuwd of u ook tot die groep behoort? Verplaats u dan eens in het volgende scenario: u doet samen met een andere persoon mee aan een experiment. Er is een geldbedrag van tweehonderd euro dat tussen u beiden moet worden verdeeld. Helaas voor u mag de andere persoon de verdeelsleutel bepalen. Hij zou u natuurlijk de helft kunnen geven, dat zou eerlijk zijn. Maar dat is niet wat de ander doet; hij biedt aan u 20 euro te geven. De rest steekt hij zelf in zijn zak. Als u het aanbod accepteert, krijgt u de 20 euro en mag de ander 180 euro houden. Maar als u het aanbod afslaat, ontvangt u beiden slechts 10 euro. Wat zou u doen?

Rationeel gezien is het natuurlijk het slimst om het aanbod te accepteren en 20 euro in uw zak te stoppen. Dat is immers twee keer zoveel als wat u krijgt als u het aanbod afslaat. Toch doet lang niet iedereen dat, ontdekten gedragseconomen. In een experiment waarin het geld door de ander op zo’n oneerlijke manier werd verdeeld, sloeg een derde van de deelnemers het aanbod van de ander af. Ze hadden er dus geld voor over om de ander te straffen voor zijn oneerlijke voorstel.

Behoort u inderdaad tot die groep, dan heeft David Marcus slecht nieuws voor u. Hoewel de rancune-schaal nog volop in ontwikkeling is, lijkt een hoge score samen te hangen met een hele batterij aan nare eigenschappen, waaronder een gebrek aan zelfvertrouwen en schuldgevoel, een narcistische inborst en een kort lontje. ‘Rancune kan veel schade aanrichten, zowel bij het slachtoffer als bij de persoon in kwestie,’ zegt Marcus.

Neiging tot eerlijkheid

Toch zitten er ook voordelen aan rancuneus gedrag. Marcus: ‘In het beste geval heb je het gevoel dat een onrechtvaardigheid is rechtgezet. Dat de ander heeft gekregen wat hij verdiende.’ Op gemeenschapsniveau kan wrokkig ­gedrag er bovendien toe leiden dat mensen meer geneigd zijn zich aan de sociale normen van eerlijkheid en wederkerigheid te houden, zegt Marcus.

Dat is ook wat bleek uit een recente studie van Amerikaanse bodem. Hierin rekende een computer alle mogelijke ­situaties door uit het eerder genoemde onderhandelingsspel waarbij een geldbedrag tussen twee mensen moest ­worden verdeeld. Het resultaat? Juist omdat de mogelijkheid bestaat dat de andere persoon zich rancuneus opstelt en je straft voor oneerlijke voorstellen, is het op termijn de meest lonende strategie om een eerlijke verdeling voor te stellen. Wrok zou dus heel goed aan de basis kunnen liggen van eerlijk gedrag, zeggen de onderzoekers.

Al met al is het dus zo slecht nog niet om de volgende keer dat ik in de supermarkt een hork tref, gewoon toe te geven aan mijn kinderachtige neigingen. Dat zal hem leren.

Wrokkig, ík?

Hoe groot is uw neiging een ander dwars te zitten, ook al ondervindt u er zelf nadeel van? De Amerikaanse psycholoog David Marcus van de Washington State-universiteit en zijn collega’s werken aan een test om rancune te meten. Speciaal voor Psychologie Magazine licht hij alvast een tipje van de sluier. Vijf voorbeelden van vragen uit de lijst:

– Als iemand klaagt dat mijn muziek te hard staat, zet ik die misschien nog wel harder om hem of haar te irri­teren, zelfs als ik daarvoor een bekeuring zou kunnen ­krijgen.

– Als ik tegen een bepaalde politieke partij ben, zou ik blij zijn als ze falen of verliezen, zelfs als dat slecht is voor de maatschappij.

– Als mijn buren zouden klagen over de toestand van mijn voortuin zou ik in de verleiding zijn het nog erger te maken om ze te ergeren.

– Ik zou extra werk op me nemen als dat betekende dat een collega aan wie ik een hekel heb ook extra werk zou moeten doen.

– Als ik naar mijn auto loop en het lijkt erop dat een andere bestuurder op mijn parkeerplaats aast, neem ik ruim de tijd om weg te rijden.

Nee

Bronnen: D. Marcus e.a., The psychology of spite and the measurement of spitefulness, Psychological Assessment, online februari 2014 / P. Forber e.a., The evolution of fairness through spite, Proceedings of the royal society B: biological sciences, april 2014[/wpgpremiumcontent]