Multitasken – Nederland multitaskt zich een ongeluk

De verleiding om te multitasken is overal: sms’en tijdens een vergadering, de krant scannen voor de tv. Het lijkt ook zo efficiënt. Maar in werkelijkheid maakt het ons moe en slordig. En ook nog eens ongelukkig. Tenzij je een supertasker bent.

Midden in het drukke Amsterdamse verkeer ploinkt de iPhone in mijn broekzak. Ik kan het niet laten tijdens het fietsen te kijken van wie ik een berichtje heb gekregen. Het blijkt een vriend die vraagt of we vanavond iets gaan drinken. ‘Ja, gezell’, typ ik met mijn duim, maar bij de ‘i’ gaat het fout. Vlak voor mijn neus komt een auto die ik voorrang had moeten verlenen abrupt en luid toeterend tot stilstand. Geschrokken stop ik mijn iPhone terug in mijn broekzak. Wanneer ga ik nu gewoon eens mijn aandacht bij één ding tegelijk houden?

Online training

Mindfulness

  • Bewezen effectief!
  • Leer omgaan met stress
  • Krijg meer aandacht voor het nu

bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

Misschien dat dat wel gaat lukken nu ik me heb verdiept in de wetenschap van het multitasken. De onderzoeken hebben me ervan overtuigd: meerdere dingen tegelijk doen is niet slim. Toch blijkt dat ook weer niet het hele verhaal: er bestaan een paar geluksvogels die wél probleemloos kunnen multitasken. En, gelukkig voor de rest, er zijn situaties waarin iedereen goed kan multitasken én er voordeel van heeft. Als je maar weet wanneer je het beter wel en niet kunt doen.
De Amerikaanse psychologen David Strayer en Jason Watson van de universiteit van Utah doen al jaren onderzoek naar multitasken. Inmiddels hebben ze duizenden mensen allerlei dingen tegelijk laten doen, van lopen en luisteren tot autorijden en bellen. In principe, zeggen Strayer en Watson, is ons brein er niet voor gemaakt, omdat we onze volle aandacht nu eenmaal slechts op één ding tegelijk kunnen richten. Probeer je toch twee dingen tegelijk te doen, dan moet je je aandacht voortdurend heen en weer schakelen – want dat is waar multitasking meestal op neerkomt. En dat vele schakelen heeft nadelen.

Knelpunt:  werkgeheugen

Laten we eerst even een testje doen. Kijk eens wat er gebeurt zodra je gaat multitasken. Neem daarvoor een stopwatch en meet hoe snel je van 1 tot 10 kunt tellen. Doe nu hetzelfde met het opnoemen van de letters A tot en met J. En meet ten slotte hoelang je erover doet als je A, 1, B, 2, etcetera opzegt.
Als het goed is, kostte de derde opdracht je niet twee, maar vier à vijf keer zoveel tijd als de luttele seconden die het kostte zowel het eerste als het tweede rijtje op te zeggen. Het bewijs dat multitasking ons veel meer tijd kost dan de dingen een voor een doen.

Het knelpunt zit in het werkgeheugen, een netwerkje dat zetelt in de prefrontale en pariëtale cortex: het deel van het brein dat ons in staat stelt de aandacht ergens op te focussen (je gebruikt het op dit moment, het zorgt ervoor dat je dit artikel begrijpt). In het werkgeheugen hield je bij waar je was in de reeks en het langetermijngeheugen leverde telkens de volgende letter of cijfer. Zoiets gaat heel efficiënt met één reeks, maar met twee reeksen moet het werkgeheugen telkens schakelen tussen het onthouden van de huidige letter en het huidige cijfer, en dat kost veel extra tijd.
Conclusie: wie een ingewikkeld artikel wil lezen, doet er dus goed aan dat leesproces zo min mogelijk te onderbreken met binnenkomende e-mails, collega’s die tussendoor een belangwekkend printje voor je neus leggen of plotselinge ingevingen om even op de vakantiesite te kijken of er nog fijne lastminutes naar Barcelona zijn. Het is het beste eerst het ene te doen en daarna het andere, dat spaart echt tijd. Je maakt dan bovendien minder snel fouten en raakt minder gestrest en vermoeid. Wie veel multitaskt, heeft per nacht twintig minuten meer slaap nodig, hebben Britse onderzoekers ontdekt.

Sensatiebelust

Toch lijkt multitasken in onze westerse maatschappij de basisstand te zijn. Vooral tieners kunnen er wat van. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat liefst een derde geregeld met meer dan één informatiebron tegelijk bezig is; velen lezen bijvoorbeeld voor de televisie.
Ben je, net als ik, weleens jaloers op hen? En ook op die jonge, hippe collega’s die, terwijl ze een rapport schrijven, een e-mail beantwoorden, de nieuwste hit van ik-weet-niet-wie in hun oren hebben, met een schuin oog Facebook en Twitter in de gaten houden en ook nog even spits reageren op die opmerking van een collega?
Wees dan nu gerust: uit onderzoek blijkt dat je met al dat gemultitask van de regen in de drup raakt. Mensen die vaak op die manier bezig zijn, of ze nu jong of oud zijn, blijken een kortere aandachtsspanne te hebben, zijn sneller afgeleid, kunnen minder goed redeneren, zijn minder precies en onthouden minder details van de dingen waar ze zo druk mee waren.

Mensen die veel multitasken hebben een kleiner werkgeheugen, blijkt uit onderzoek door wijlen psycholoog Clifford Nass van de Stanford-universiteit. Dat maakte Nass op uit het feit dat ze het een stuk slechter doen op cognitieve en geheugentaken. Opzienbarend detail: mensen die veel multitasken dénken dat ze tot betere prestaties komen, maar het tegendeel is dus waar.
De persoonlijkheid van deze gretige multitaskers is inmiddels ook onder de loep gelegd, en je raadt het al: ze zijn impulsiever en sensatiebeluster dan gemiddeld. Logisch dat ze tijdens hun werk constant hun privé-mail checken en sms’jes versturen: ze vinden het al snel saai worden en om de pijn te verzachten zoeken ze de kick die een andere bezigheid kan geven.
De grote vraag voor de wetenschap is nu: zijn zware multitaskers van nature impulsiever en sensatiebeluster of zijn ze zo geworden door het multitasken? Vooralsnog wordt aangenomen dat het een combinatie van beide is.

Ongewenste elementen

Zware multitaskers mogen dan extreem zijn in hun zucht naar nieuwe impulsen, in principe heeft iedereen min of meer die neiging. We zitten nu eenmaal zo in elkaar dat we de verleiding tot multitasking moeilijk weerstaan.
In onze hersenen is een voortdurende strijd bezig tussen de concentratie op één ding en de verleiding om ons op iets anders te richten. Het werkgeheugen en de globus pallidus, een dieper gelegen kern, trekken hierbij samen op tegen het eveneens dieper gelegen striatum. Het werkgeheugen regelt dat we ons kunnen concentreren op iets en de globus pallidus helpt daarbij, als een soort uitsmijter bij een nachtclub: hij probeert ongewenste elementen buiten de deur te houden. Maar het striatum gaat daar dwars tegen in. Dat wil juist steeds die deur wagenwijd openzetten voor nieuwe indrukken.
Overigens, die neiging ons te richten op veranderingen in onze omgeving zit niet voor niets ingebakken in de mens. Wat zou er gebeuren als we niet merkten dat er een leeuw op ons af komt? Maar een stuk minder handig wordt het natuurlijk als we anno nu steeds opkijken bij elk nieuw mailtje.

Het lastige met het striatum is dat het een beloningscentrum heeft dat ons een lekker gevoel bezorgt wanneer we onze aandacht op iets anders richten. Vandaar dat het zo verleidelijk is die mail steeds te checken (even aangenomen dat je af en toe ook leuke mailtjes krijgt, want het beloningscentrum beloont natuurlijk alleen als het om iets plezierigs gaat).
Sommige mensen hebben een rigoureuze oplossing gevonden om hun striatum de pas af te snijden: ze hebben het programma Freedom geïnstalleerd, dat regelt dat mail checken en websurfen een stuk minder leuk wordt. Je mail en internet zijn dan namelijk pas toegankelijk wanneer je de computer compleet opnieuw opstart.

Rijden onder invloed

Dat multitasking ronduit gevaarlijk kan zijn, bleek toen onderzoekers Strayer en Watson hun proefpersonen mobiel lieten bellen tijdens het autorijden. Qua rijvaardigheid bleken de bestuurders vergelijkbaar met iemand die achter het stuur zit met de maximaal toegestane hoeveelheid alcohol op. Mensen die bellen en rijden tegelijk, of het nu handsfree is of niet, zien minder dan de helft van wat er om hen heen gebeurt en reageren daar ook nog eens een stuk langzamer op. Ze wijken meer van hun baan af, houden minder goed afstand, rijden vaker per ongeluk door rood, en inderdaad: ze maken vaker slachtoffers in het verkeer.
Maar wie schetste Strayers en Watsons verbazing toen ze bij het zoveelste onderzoek naar tegelijkertijd autorijden en mobiel bellen bij toeval stuitten op een enkeling die níét slechter ging presteren. Van de ongeveer zevenhonderd proefpersonen waren er welgeteld negentien bij wie de prestaties niet achteruitgingen. Nieuwsgierig geworden legden Strayer en Watson deze ‘supertaskers’ in de hersenscanner. Wat gebeurde er in hun brein wanneer ze twee computertaken tegelijk verrichtten die allebei een beroep deden op hun cognitieve netwerk?
Verrassend genoeg bleek het brein van supertaskers tijdens het multitasken minder actief dan dat van normale mensen. Drie hersengebieden in en rond de prefrontale cortex – die allemaal te maken hebben met het werkgeheugen – werken bij deze supertaskers minder hard. Waarom? Omdat ze efficiënter functioneren, zeggen de onderzoekers. Het werkgeheugen van supertaskers houdt dus capaciteit over, in elk geval genoeg om aan twee dingen tegelijk de volle aandacht te kunnen schenken.

Wie zijn deze duizendpoten precies? Zijn ze in het dagelijks leven topkok in een sterrenrestaurant of sterspeler in een nationaal elftal? ‘Dat weet ik niet,’ zegt Strayer desgevraagd. Om de resultaten van zijn onderzoek niet te beïnvloeden, mag hij niet weten wie de supertaskers zijn. ‘Maar toevallig ontdekte ik achteraf dat een van hen een ingewikkelde accountantsbaan combineert met een fulltime universitaire studie. Dat klopt met wat je kunt verwachten op basis van zijn uitzonderlijke werkgeheugen.’
Supertaskers houden dus het hoofd koel bij grote informatiedrukte, maar hoe kómt het dat ze dat kunnen? En kunnen wij misschien iets van ze leren? Helaas: het is een zeldzame gave die waarschijnlijk aangeboren is. Supertaskers blijken een bepaald gen te bezitten waardoor in hun frontale cortex het dopaminesysteem – dat de snelheid van de informatieoverdracht tussen hersencellen mede bepaalt – doelmatiger werkt.

Schoffelen en roddelen

Er zijn wetenschappers die menen dat juist ieders brein is gemaakt voor multitasken. Zoals Niels Taatgen, hoogleraar cognitive modelling aan de universiteit van Groningen. Onze hersenen vinden multitasken juist heerlijk, zegt Taatgen. ‘Ze hoeven maar een beetje aandachtsruimte over te hebben of ze gaan al op zoek naar een “taakje erbij”.’
Hersenen zijn volgens Taatgen prima in staat verschillende taken tegelijkertijd uit te voeren. Hij wijst erop dat we eigenlijk al vaak multitasken zonder dat we er erg in hebben, bijvoorbeeld als we tijdens het schoffelen met de buurman staan te praten. Waarom kunnen we die twee dingen zo goed tegelijk doen? Antwoord: het schoffelen is zó’n automatisme dat het maar een minimaal beroep op je werkgeheugen doet. Je hoeft namelijk niet bij elke handeling na te denken. Daardoor houd je ruimte in je werkgeheugen vrij om over de heg de buurtroddels te kunnen doornemen.
Meerdere taken tegelijkertijd doen gaat goed zolang die elk maar worden uitgevoerd door aparte hersengebieden; verschillende netwerken die los van elkaar opereren en elkaar daarbij niet verzwakken. Ze kunnen prima simultaan aan de slag: de visuele, auditieve, vocale en motorische gebieden, en tevens de gebieden waar ons werkgeheugen, langetermijngeheugen en procedurele geheugen zetelen.
Taatgen: ‘Tel maar eens van 1 tot 10 terwijl je met een vinger op de tafel meetapt: dat kost je géén extra tijd, omdat je dan drie aparte netwerken combineert: motorisch, vocaal en werkgeheugen. Voor autorijden gebruik je – mits je op een lege weg zit – het visuele en motorische gebied, dus kun je daarbij prima bellen, want bellen doet geen beroep op die twee. Bellen doe je met vier andere gebieden: het auditieve en vocale netwerk en het werk- en langetermijngeheugen. Op een saaie weg is het zelfs beter om te bellen; dan houd je je brein actief en sukkel je niet in slaap. Sms’en zou ik dan weer niet doen, dat is namelijk ook visueel en motorisch.’

Kanttekening: in de onderzoeken waaruit blijkt dat bellen in de auto de rijprestaties verslechtert, ging het niet om saaie wegen. Maar op een saaie weg kan natuurlijk altijd plotseling iets gebeuren wat de volle aandacht vraagt, dus misschien is het beter ook niet op een rustige weg te bellen.
Een ander voorbeeld van een situatie waarin multitasken de prestaties verbetert, is droedelen: het neerkrabbelen van allerlei onzinfiguurtjes tijdens een saaie vergadering of lezing. Onderzoekers van de universiteit van Plymouth ontdekten dat toehoorders die zitten te droedelen, meer onthouden van wat er is gezegd. Reden: het brein heeft iets te doen en blijft daardoor alert, maar heeft ook weer niet zo veel afleiding dat het de vergadering niet meer volgt. Droedelen voorkomt ook dat je gaat dagdromen over een vakantie naar de Seychellen – dat zou je hele werkgeheugen natuurlijk in één keer totaal in beslag nemen.

Wachtrij

Multitasken gaat fout zodra we hetzelfde hersennetwerk een aantal ingewikkelde dingen tegelijk willen laten doen, zegt Taatgen. ‘Wordt het verkeer ingewikkeld, bijvoorbeeld als je een druk kruispunt nadert, dan moet je je werkgeheugen behalve voor het bellen ook voor het verkeer gaan gebruiken. Voor de deur van dat werkgeheugen ontstaat een wachtrij aan inkomende informatie. Weliswaar kun je je werkgeheugen steeds laten schakelen tussen het bellen en het verkeer, maar dan ga je dus veel minder zien en horen en langzamer reageren – met alle gevolgen van dien.’
Taatgens advies luidt dan ook: kies zorgvuldig de momenten waarop je wel en niet dingen tegelijkertijd doet. Ga niet tv-kijken terwijl je je moeder aan de lijn hebt, dat kan het werkgeheugen niet aan (nog los van het feit dat het behoorlijk onbeleefd is). Wat wél prima samen kan: zingen tijdens de afwas, strijkend de dag doornemen met je partner, bij het aardappelschillen op de iPad het nieuws lezen – in al dat soort gevallen zorgt multitasken voor tijdwinst én plezier.
Maar de vraag is wel hoe mindful dat is. Mindfulness leert ons dat het heilzaam is je volle aandacht te houden bij datgene wat je aan het doen bent. Onderzoek heeft dat bevestigd: wie meer mindful leeft, heeft minder last van stress, slaapproblemen, fysieke klachten, depressiviteit en angst. Dus ook als je het maximale uit je tijd wilt halen, ben je beter af als je niet multitaskt. Zelfs niet bij taken die het brein goed tegelijkertijd aankan.
‘Ploink!’ Daar is het weer: dat prettige geluidje van mijn iPhone. Weer zit ik op de fiets, weer rijd ik over een druk kruispunt, weer jeukt mijn rechterhand. Maar, denk ik nu: Amsterdam zit te vol met spelonken waaruit elk moment een verdwaasde toerist of een brutale pizzakoerier tevoorschijn kan schieten. Keurig rijd ik naar huis, kalm focussend op het verkeer, zelfs onderwijl nog een beetje genietend van de wind langs mijn huid. Pas als ik thuis op de bank zit, pak ik mijn telefoon. Ik begin het te leren.

Artikel

4 tips voor een gezond brein – om meteen mee te beginnen

Gezonde hersenen, die willen we natuurlijk allemaal. 4 tips waarmee je je brein in gezonde conditie ...

Lees verder

We vinden dat we prima kunnen multitasken…
De meerderheid van de Nederlanders (66 procent) meent dat ze goed meerdere taken kan combineren. De meeste mensen denken dat ze zo’n drie dingen tegelijkertijd kunnen doen. Eén op de twintig Nederlanders zegt zelfs makkelijk vijf taken te combineren.
En multitasken neemt toe: één op de drie mensen zegt in de loop van de tijd meer te zijn gaan multitasken, terwijl slechts 14 procent meent dat hij minder multitaskt dan vroeger.
Over de vraag of multitasken stressvol is, zijn de meningen verdeeld: ongeveer evenveel Nederlanders vinden van wel als van niet. En 40 procent zegt er zelfs een kick van te krijgen om zo veel mogelijk dingen tegelijk te doen.

…en dat geldt vooral voor vrouwen.
Maar liefst 79 procent van de vrouwen is ervan overtuigd dat ze goede multitaskers zijn (van de mannen denkt 54 procent zo over zichzelf). Vrouwen zeggen ook minder vaak dat ze gestrest raken van multitasken. Niet zo gek dus dat de meeste Nederlanders het eens zijn met de stelling dat vrouwen beter zijn in multitasken dan mannen. Toch is dat een mythe, zegt onderzoeker Niels Taatgen van de Rijksuniversiteit Groningen. Moeten vrouwen taken combineren die helemaal nieuw zijn voor hen, dan presteren ze even goed (of slecht) als mannen.

We dénken dat we er productiever van worden.
Slechts een minderheid van de Nederlanders vermoedt dat ze minder productief wordt van multitasken (23 procent). Terwijl het meestal toch echt tijdverlies veroorzaakt. In de praktijk komt multitasken er namelijk vaak op neer dat je van de ene taak naar de andere overstapt, waardoor je je steeds opnieuw in die taak moet verdiepen.
In een artikel in de New York Times becijferde Jonathan Spira dat multitasking de VS jaarlijks zo’n 650 miljard dollar kost, omdat werknemers een derde van hun tijd bezig zijn met onderbrekingen en het daarna weer oppakken van hun werk.
Wat wel goed werkt: multitasken tijdens dingen die een automatisme of routine zijn (zoals televisiekijken tijdens het strijken), om ze op te leuken.

De helft van de Nederlanders eet ‘s avonds voor de buis.
In het onderzoek gaven we verschillende voorbeelden van taken die je met elkaar kunt combineren, waaronder veel media-activiteiten als televisiekijken, surfen en bellen. Het avondeten is een tijdstip bij uitstek waarop we meerdere dingen tegelijk doen, en met stip op 1 staat televisiekijken. Bijna de helft (46 procent) van de Nederlanders zegt ’s avonds regelmatig met het bord op schoot voor de buis te zitten. Dat zijn overigens vooral singles en mensen zonder kinderen.
Ook tijdens ontbijt en lunch is televisiekijken het populairste tijdverdrijf: één op de drie kijkt dan regelmatig. Tijdens de lunch zijn surfen en mailen daarna het meest populair, en tijdens het ontbijt surfen en de krant lezen.
Eten terwijl je televisiekijkt is overigens niet slim als je op de lijn let. Uit onderzoek door Brian Wansink van de Cornell-universiteit blijkt dat mensen die voor de televisie eten 40 procent meer calorieën naar binnen werken. We eten verder graag tijdens het werk (42 procent), in het openbaar vervoer (31 procent) en in de auto (26 procent).

Eén op de tien Nederlanders sms’t tijdens het autorijden…
De auto is een populaire plek om te multitasken. Van de mensen met een rijbewijs zegt 30 procent regelmatig (handsfree) te bellen. En hoewel het niet mag, geeft 9 procent toe er geregeld te sms’en. Niet zo slim, want recent Amerikaans onderzoek uit het wetenschappelijke tijdschrift Computers in Human Behavior suggereert dat het combineren van twee visuele taken (sms’en en autorijden) tot meer brokken leidt dan het combineren van een visuele en een audiotaak (bellen en autorijden). Zowel de mensen die berichten tikten als zij die met iemand aan het kletsen waren, voerden een computertaakje slechter uit dan mensen die hun onverdeelde aandacht bij het taakje hadden; maar berichten tikken leverde de belabberdste prestaties op.

…en één op de acht sms’t op de fiets.
Aangezien we een fietsend volkje zijn, wordt er ook op de fiets lustig op los gemultitaskt: 17 procent belt geregeld tijdens het fietsen en 13 procent verstuurt mobiele berichten. Hoewel dat (nog) niet verboden is, is het verstandiger je aandacht bij het fietsen zelf te houden. Onderzoek laat namelijk zien dat je ook fietsend meer brokken maakt als je ondertussen met je mobiel bezig bent. Bovendien ga je er langzamer van fietsen en slinger je meer naar het midden van het fietspad.

Zelfs onze gesprekspartner heeft niet onze onverdeelde aandacht.
Als er één situatie is waarin het onbeleefd is om tegelijkertijd nog iets anders te doen, is het wel tijdens een gesprek. Maar ook dan multitasken sommigen nog: bijna één op de tien Nederlanders facebookt of twittert geregeld tijdens een ‘live’ gesprek. Vooral vrouwen doen dat. Verder kijkt 22 procent tijdens het kletsen met een schuin oog naar de buis en surft 17 procent ondertussen op internet. Zijn we telefonisch met iemand in gesprek, dan liggen die percentages nog iets hoger.

We facebooken tijdens het televisiekijken.
Tot slot blijkt dat we ook alle media-activiteiten weer met elkáár combineren: terwijl we voor de buis hangen, zetten we een bericht op Facebook of Twitter. Hoe jonger iemand is, hoe vaker hij sociale media combineert met andere dingen, zoals ontbijten, tv-kijken of tandenpoetsen.
Ten minste één persoon legt de telefoon zelfs niet weg tijdens het toiletbezoek. Op de vraag in het onderzoek welke zaken er nog meer gecombineerd worden, antwoordde een vrouw van 19: ‘Op de wc zitten en sms’en.’

Onderzoek: DirectResearch Analyse: Esther Bremer, 2012

 

Zo word je een singletasker

Deel de werkdag in in blokken. Zet e-mail, telefoon en internet uit en spreek met jezelf af dat je alleen op vaste tijden de e-mail afhandelt, telefoontjes beantwoordt, enzovoorts.
Onderzoek wijst uit dat we de helft van de onderbrekingen aan onszelf te wijten hebben. Voel je vaak de verleiding opkomen koffie te halen? Adem dan even diep en richt je weer op datgene waar je mee bezig was. Op die manier train je je concentratie en zul je op den duur langer de aandacht bij één ding kunnen houden.
Komen er tijdens het werken aan één ding gedachten bij je op over andere dingen? Parkeer ze dan door ze op een papiertje te schrijven, dat geeft rust.
Betrap je jezelf erop dat je toch weer aan het multitasken bent, stop er dan mee, sluit vijf minuten de ogen en haal rustig adem. Dat maakt het werkgeheugen ‘schoon’, zodat je straks weer goed verder kunt. Ook neemt stress erdoor af en verbetert op den duur je concentratie.
Komt er iets tussendoor dat echt niet kan wachten? Noteer dan eerst waar je gebleven bent en welke gedachten je in je hoofd hebt. Dat helpt later de draad sneller op te pakken.
Is het gelukt de aandacht bij één ding te houden? Beloon jezelf dan met iets leuks of lekkers – daarmee versterk je je nieuwe gedrag.
Wil je toch multitasken bij bepaalde bezigheden? Oefen die zo vaak dat je ze op de automatische piloot kunt doen. Dan houd je breinkracht over voor een andere taak die je er goed naast kunt doen. Als je een kei bent in ramen lappen, dan kun je ondertussen een origineel cadeau bedenken voor je moeder.

Psychologie Magazine-onderzoek laat zien

Onmogelijk? Soms zelfs gevaarlijk? De doorsnee-Nederlander gelooft er niets van. We multitasken ons een slag in de rondte, blijkt uit onderzoek door Psychologie Magazine. 8 verassende resultaten.

En wat doen we dan zoal tegelijk?

Avondeten en tv-kijken 46%
Tv-kijken en sociale media 44%
Op straat lopen en bellen 40%
Huishouden en tv-kijken 32%
Lunchen en surfen op internet 32%
Douchen en naar muziek luisteren 22%
Eten en op straat lopen 20%
Fietsen en berichten versturen 13%
Tandenpoetsen en tv-kijken 12%
Koken en een tijdschrift lezen 9%

De cijfers zijn gebaseerd op een representatieve steekproef onder 298 Nederlanders tussen 18 en 65 jaar (148 vrouwen en 150 mannen). We vroegen hun welke bezigheden ze geregeld combineren.

auteur

Marloes Zevenhuizen

Mensen inwijden in de wondere wereld van de psychologie – niets vind ik leuker dan dat. En waar kan dat beter dan bij Psychologie Magazine?

» profiel van Marloes Zevenhuizen

Dit vind je misschien ook interessant

Kort

‘Vrouwen zijn beter in multitasken’

Lees verder
Branded content

6 onmisbare tips voor een gezond lang leven

Goed eten en genoeg bewegen, iedereen weet dat je daarmee gezond oud kan worden. Maar welke stappen ...

Lees verder
Artikel

Daarom werd ik coach: ‘Voor het eerst doe ik wat ik zélf wil’

Melle Tukker (47) had restaurants in Nederland en Australië, maar koos ervoor om coach te worden en...

Lees verder
Artikel

Multitaskers ontmaskerd

Lees verder
Artikel

Tips: zo houd je je aandacht bij één ding

Lees verder
Artikel

Hoe word je meer geduldig?

Lees verder
Artikel

Multitasken is toch niet zo handig

Lees verder
Column

Mentaal jongleren

Lees verder
Artikel

Nederland multi-taskt zich een ongeluk

Lees verder