Knipperlichtrelaties

De mens is biologisch geprogrammeerd om iemand te zoeken die emotioneel met hem verbonden is, daar zijn psychologen het wel over eens. Vandaar dat zoveel mensen blijven doorploeteren in relaties waarmee ze niet tevreden zijn. Vaak is het hun eigen hechtingsstijl die bepaalt welke relatieproblemen er ontstaan.

Zo raken de angstig-vermijdend gehechten snel verzeild in een relatiepatroon van aantrekken en afstoten: neem de vrouw met de knipperlichtrelatie, die haar vriend meerdere keren verlaat omdat ze twijfelt, om hem vervolgens weer lange smeekbedes te schrijven vol hoop en spijt.

De afwijzend-vermijdend gehechten gaan nog een stapje verder: ze zijn zo gesloten als een oester. Hun partner krijgt nooit echt een band met hen, en dat is vooral een probleem voor de partner: zelf zijn deze mensen redelijk gelukkig ­zonder intieme relaties, onder het motto ‘wat je niet kent, dat mis je ook niet’.

De angstig-obsessief gehechten op hun beurt zijn in een relatie vooral bezig met zichzelf: krijg ik wel genoeg steun en aandacht? Ze klampen zich vast aan hun partner en zijn snel jaloers. Deze mensen hebben de neiging om alles op zichzelf te betrekken en te overdrijven als er iets tegenzit. Wanneer hun partner bijvoorbeeld ­later thuiskomt dan aangekondigd, denken ze meteen: ‘Zie je wel, hij vindt het niet leuk om bij mij te zijn!’

Pieternel Dijkstra: ‘Angstig-obsessief gehechten hebben vaak zo veel steun en bevestiging nodig, dat ze er niet voor hun partner kunnen zijn als die dat nodig heeft: een arm om de schouder, een luisterend oor of een goed advies. Ze weten niet hoe dat moet, zijn te egocentrisch of staan niet sterk genoeg in hun schoenen. Dat kan bij de partner een gevoel van eenzaamheid geven.’

Een onzekere hechtingsstijl kan niet alleen ­leiden tot emotionele verwijdering, het kan ook funest zijn voor de seks en de communicatie tussen de partners. Vergelijk dat eens met een relatie tussen veilig gehechte geliefden: uit onderzoek blijkt dat zij stressbestendiger zijn, minder overspel plegen, minder vaak depressief zijn, veel minder vaak psychosomatische aandoeningen hebben, meer contact hebben met vrienden en het ook nog eens beter doen op het werk.

Verder naar les 5: hechtingsstijlen zijn veranderbaar