Kind van de spermabank

Caryn weet het al sinds haar vroege jeugd, Thomas hoorde pas als volwassene dat zijn vader een anonieme zaaddonor is. Vijf kinderen van de spermabank vertellen. Meike (22): ‘Zou het niet makkelijker zijn om mezelf te begrijpen als ik mijn vader zou kennen?’

‘Dus daarom had ik nauwelijks een band met mijn vader’

Josine van Dongen (33)

‘Ik heb de ogen van mijn moeder, maar van wie heb ik mijn neus en mijn wangen? Ik heb me altijd afgevraagd waarom ik zo anders dacht dan mijn ouders. In beiden herkende ik weinig van mezelf. Zij hebben nooit gestudeerd, ik ging naar het vwo. Zij vonden dat niet nodig.

Mijn ouders scheidden toen ik 2 jaar was. Mijn moeder had gehoopt dat mijn vader en ik ooit nog een “vader-dochterband” zouden krijgen, maar dat gebeurde niet. Toen hij ziek werd, was dat voor haar aanleiding open kaart te spelen. Op mijn 26ste vertelde ze me dat ik een donorkind ben. “Waar kan ik mijn biologische vader vinden?” riep ik. “Die vind je niet”, antwoordde ze. Ik was stomverbaasd, verdrietig, bleef achter met duizend-en-een vragen. Later begreep ik waarom mijn vader het na de scheiding zo moeilijk had gevonden contact te houden. Ik zag hem nauwelijks en voelde me nooit echt met hem verbonden.

Het zit me vooral dwars dat de prioriteit van de wensouders indertijd boven die van het kind werd gesteld. Dat is de wereld op zijn kop. Hadden de overheid en bijvoorbeeld medici geen

ethische discussies kunnen voeren voordat ze donoren anonimiteit toestonden?

Zelf ben ik inmiddels ook moeder. Tussen mij en mijn ex gaat het moeizaam, maar ik zal er alles aan doen om het contact tussen hem en onze dochter Lynn van 2 te behouden. Zij moet de kans krijgen zich in beide ouders te herkennen. Dat zal ik zelf nooit kunnen, al zou ik het graag willen. De arts die mijn moeder geïnsemineerd heeft, wil me niet te woord staan. Verder heb ik geen aanknopingspunten, behalve mijn lidmaatschap van de Stichting Donorkind. Bovendien: mijn donorvader zal zijn redenen hebben gehad om anoniem te blijven. Ik denk niet dat die 33 jaar later gewijzigd zijn. Dus als ik hem wel zou vinden, wat dan?

Als enig kind heb ik altijd broers en zussen gemist. Donoren mochten ongeveer twintig kinderen verwekken. Stel je voor dat ik zoveel halfbroers en -zussen heb, misschien wel allemaal van mijn leeftijd. Dat zou toch fantastisch zijn?’

Caryn ’t Hart (29)

‘Soms is het lastig dat er zó bewust voor me is gekozen’

‘Dat ik een donorkind ben, is voor mij nooit een geheim geweest. Maar het werd niet aan de grote klok gehangen. Mijn moeder was als lesbische vrouw een pionier: ik ben waarschijnlijk een van de eerste KID-kinderen (kunstmatige inseminatie met donorzaad) die buiten het huwelijk zijn geboren. Niet iedereen was in die tijd al zo ruimdenkend. Ik heb veel bewondering voor haar durf. Haar strijdlust, het feit dat ze vindt dat iedereen een bepaalde vrijheid moet hebben, inspireert me nog steeds. Ze was niet onbezonnen, ze heeft bewust gekozen.

Soms vind ik het wel lastig dat er zó bewust voor me is gekozen. Je moet uitkijken niet het idee te krijgen dat je alles goed moet doen. Maar die drive om je talenten te benutten, hard te werken, zit sowieso wel in mijn familie.

Over haar keuze om in Zeeland te gaan wonen hebben we weleens een pittig gesprek gehad. Ik had als kind toch soms het gevoel dat ik op mijn progressieve thuissituatie werd beoordeeld. Misschien was dat in de Randstad anders geweest. Dat ik een donorkind ben, heb ik haar echter nooit kwalijk genomen. Voor sommigen is het ontbreken van een vader misschien een groot tranendal, een gemis. Ik heb een positief verhaal. Ik heb een gelukkige jeugd gehad. Mijn mannelijke rolmodellen vond ik in de schoolmeester of de vele vrienden en kennissen die bij ons over de vloer kwamen. Ik lijk uiterlijk sprekend op mijn grootmoeder. En ik ben misschien op klinische wijze verwekt, maar ik weet dat ik uit liefde ben ontstaan en uit liefde voor het leven.

Ik ben niet actief op zoek naar mijn donorvader. Uit nieuwsgierigheid zou ik hem wel even willen zien, maar ik hoef niets sociaals met hem. Vader is een sociale functie, dit is een verwekker. Ik heb wel een sluimerende behoefte aan de verhalen van andere donorkinderen. Behoefte aan herkenning: omdat ik eigenlijk nooit een ander donorkind heb ontmoet.’

Ties van der Meer (30)

‘Ik ben ook donor, maar mijn kinderen mogen me kennen’

‘Ik heb mijn moeder van alles kwalijk genomen, maar nooit dat ik een donorkind ben. Anders was ik er niet geweest. In mijn jeugd was er altijd rommel aan de hand: mijn moeder is een tijd erg met zichzelf bezig geweest en met mijn verschillende stiefvaders kon ik het niet altijd even goed vinden. Daardoor heb ik als kind al geleerd het zelf uit te zoeken. Maar dat heb ik nooit opgehangen aan het feit dat ik een donorkind ben.

Mijn moeder is er altijd open over geweest: zij en haar toenmalige partner konden geen kinderen krijgen. Ik heb weinig vaderfiguur als voorbeeld gehad, maar ik heb het nooit gemist. De vaderrol is in mijn ogen een functie, dat is iets anders dan biologische achtergrond.

Op mijn 28ste ben ik zelf donor geworden. Sindsdien ben ik vaker nieuwsgierig naar mijn biologische vader. Als ik er ooit achter kom wie dat is, is het mooi, maar ik vind het niet waard er heel veel moeite voor te doen. Ik ben best tevreden met de familie die ik ken. Ik heb een heel sterke band met mijn oudere geadopteerde broer en mijn jongere halfbroertje.

Soms kan ik zien van wie ik bepaalde eigenschappen heb. Soms niet, zoals bijvoorbeeld mijn neiging om erg met mijn handen te praten. In beide gevallen zijn het míjn eigenschappen. Ik ben erg blij dat ik besta en ik hoop dat de kinderen die eventueel door mijn donorschap worden geboren, dat ook zijn. Ik ben anonieme donor bij een ziekenhuis omdat ik zelf ook via die weg ben ontstaan. Ik ben nu niet degene die besluit wie ouder wordt of niet, wie ik “help” of niet. Bovendien worden wensouders daar gescreend en begeleid.

Verder denk ik dat het voor de opvoedende ouders makkelijker is als hun kind niet vanaf de geboorte weet wie zijn donorvader is. Mijn eventuele kinderen krijgen op hun 16de toegang tot mijn gegevens; dat is sinds 2004 wettelijk zo geregeld. Mochten ze me opzoeken en vragen hebben, dan zal er iemand tegenover ze zitten die dezelfde vragen heeft gehad. Die met ze meevoelt. Ze zijn allemaal welkom.’

Meike Sier (22)

‘Ik had wel vier liefdevolle ouders’

‘Sinds het moment dat ik kon beseffen wat dat inhield, weet ik dat ik een donorkind ben. Mama is er altijd open over geweest. Ze wilde heel graag nog een tweede kindje – ik heb een oudere halfbroer – maar had op dat moment geen partner.

Een bevriend stel, zonder kinderen, is bij mijn geboorte geweest en heeft gekraamd. Het is van tevoren nooit afgesproken of van hen verwacht, maar ze zijn voor altijd in mijn leven gebleven. Evenals de buurvrouw. Mama heeft haar kind eigenlijk gedeeld en er zo voor gezorgd dat ik door andere volwassenen werd omringd. Het voelt alsof ik ben opgegroeid met vier ouders. De band is anders dan met mijn moeder, maar ik heb superveel liefde van ze gehad. Tot de dag van vandaag. Ik denk dat ik er daarom weinig moeite mee heb dat ik mijn biologische vader niet ken.

Gebaren, gewoontes, de ontwikkeling van mijn karakter – die denk ik te hebben van mensen die dicht bij mij staan, zoals mijn moeder of de andere belangrijke volwassenen in mijn leven. En mijn bruine ogen, die heb ik van mijn opa. Of het nu wel of niet zo is: ik heb mijn eigenschappen zo verklaard, dat vind ik prettig.

Mijn vader heb ik niet nodig, maar nieuwsgierig naar hem ben ik wel. Het laatste halfjaar is die nieuwsgierigheid gegroeid. Omdat ik tegen afstuderen aanzit en keuzes moet maken voor de toekomst, denk ik veel na over mezelf. Nu vraag ik me weleens af: stel dat ik mijn vader zou kennen, zou het dan niet makkelijker zijn om mezelf te begrijpen? Ik lijk erg op mijn moeder, maar ik lijk vast ook op die man.

Maar wat heb je eraan zo te denken? Ik ben blij met de mensen die ik ken. Ik heb een fijne jeugd gehad. En de periodes in mijn leven die moeilijker waren: wie zegt dat die mét vader beter waren verlopen? Dus als je het me op de man af vraagt, zou ik hem misschien wel willen ontmoeten. Maar actief op zoek, nee, dat ga ik niet.’

Thomas van der Goor (53)

‘Opeens flapte mijn moeder het eruit: hij was niet mijn echte vader’

‘Een jaar of acht geleden zaten mijn moeder en ik samen in de auto. Mijn vader was toen al overleden. We hadden het over de familiegeschiedenis en opeens flapte ze eruit dat mijn vader en zij geen kinderen konden krijgen, dat ik een donorkind ben. Ik zat vastgenageld achter het stuur. Nooit had ik iets vermoed. Mijn moeder is in de jaren vijftig zowel voor mij als mijn zusje vijfentwintig keer naar dokter Levie in Amsterdam geweest, een van de eersten in Nederland die kunstmatige inseminatie toepasten. Hij wilde hen helpen, mits ze ons nooit zouden vertellen dat we donorkinderen waren. Indertijd was deze methode honderd procent taboe.

Ik ben altijd analytisch ingesteld geweest, maar sindsdien vraag ik me meer af welk deel van mij genetisch is bepaald en welk deel is bepaald door mijn opvoeding. Het voelt alsof de helft van mijn genetische materiaal er plots is uitgeknipt. Ik ben mijn eigen ik aan het herschrijven.

Ik let nu ook scherper op het karakter van mijn dochters van 17 en 19, om de oorsprong van hun ontwikkeling te verklaren. Ik realiseer me dat mijn dochters allerlei karaktertrekken misschien helemaal niet van mij hebben. Die eigenschappen komen misschien wel van mijn vader, maar ik heb ze natuurlijk nooit herkend.

Dat ik een donorkind ben, had ik graag eerder geweten. Vooral omdat ik dan de relatie met mijn wettelijke vader, met wie ik zo van karakter verschil, beter had kunnen onderbouwen. Maar ik begrijp de keuze van mijn ouders. In die tijd was kinderloosheid geen aanbeveling. Hun oplossing was heel vooruitstrevend en ruimdenkend.

Eigenlijk zou ik twee weken in Amsterdam moeten gaan bivakkeren om ieder spoor dat er nog is, na te gaan. Ik zou toch graag iets vinden, al is het maar een foto. Je wortels, je antropologische achtergronden heb ik altijd interessant gevonden. Ik heb inmiddels een dna-onderzoek in Amerika laten doen om uit te vinden naar welke landen de onbekende helft van mijn stamboom misschien wel uitwaaiert.’

Thomas wilde wel op de foto, maar heet in werkelijkheid anders.

Weten wie je bent is van levensbelang

‘Sinds het moment waarop in Nederland voor het eerst kunstmatige inseminatie werd toegepast, rond 1950, zijn zo’n veertig- tot vijftigduizend kid-kinderen geboren – kinderen die zijn verwekt door kunstmatige inseminatie met donorsperma. Vermoedelijk is nog geen tien procent hiervan op de hoogte,’ zegt Jelte Sondij van Stichting Donorkind. De meeste betrokken kinderen weten dus niet dat hun vader niet hun biologische vader is.

‘Sperma geven was in de jaren vijftig zoiets als het doneren van bloed,’ zegt Sondij, ‘een medicijn tegen onvruchtbaarheid. Men vond dat het kind het beter nooit kon weten. En de donaties geschiedden anoniem. Zelfs zo anoniem dat er volgens de huidige ethische normen onoorbare zaken gebeurden. Donoren die wel honderd kinderen verwekten, of inseminatie met een “cocktail” van sperma van verschillende mannen.’

René Hoksbergen, emeritus hoogleraar adoptie en niet-genetisch ouderschap aan de Universiteit Utrecht, is nog steeds verbijsterd over het advies om de afkomst van kid-kinderen geheim te houden. ‘Onvoorstelbaar dat mensen die zelf wel weten van wie ze afstammen, hebben gemeend dat dat voor een ander niet van belang is. Zo’n advies raakt niet alleen het kind, ook de ouders dragen hun leven lang een leugen bij zich.’

Hoksbergen vindt openheid over de wijze van verwekking van levensbelang. ‘Ethisch gezien is het onjuist om een kind bij voorbaat informatie te onthouden over zijn genetische herkomst.’ Naar de psychische impact op donorkinderen bestaat geen grootschalig onderzoek. ‘Maar uit onderzoek naar adoptiekinderen weten we dat het traumatiserend kan zijn om niet of pas op latere leeftijd te horen dat je ouders niet je biologische ouders zijn.’

De donorwet die er in 2004 kwam, verbiedt anoniem doneren. Ieder donorkind dat sindsdien is verwekt, mag op zijn 16de gegevens van zijn biologische vader inzien en kan daardoor contact met hem opnemen. Hoksbergen, die zich met anderen hard heeft gemaakt voor deze wet, verwacht niet dat ieder donorkind zijn verwekker wil opsporen. Ook niet alle adoptiekinderen gaan immers op zoek naar hun biologische ouders. ‘Maar voor diegenen die de behoefte wel hebben, blijft er nu iets knagen. Ik word in mijn praktijk vaak geconfronteerd met de psychische problemen die mensen hebben rond identiteit. In de jaren zestig vond men dat de sociale omgeving sterk bepalend was voor de ontwikkeling van een kind. Onze erfelijke bagage was minder belangrijk.’

Dit standpunt veranderde met het voortschrijden van de wetenschappelijke kennis, zegt Hoksbergen. ‘Je ontwikkeling hangt naast opvoeding en omgeving enorm af van je genenpakket. kid-kinderen zijn niet op zoek naar een emotionele relatie met de donor; ze willen antwoord op vanzelfsprekende vragen over hun (medische) achtergrond en identiteit. Deze rust over hun afkomst hebben volwassen generaties donorkinderen niet of nauwelijks.’

De speurtocht naar donorvaders van vóór 2004 is volgens Jelte Sondij buitengewoon lastig. ‘Inseminatie werd verricht door klinieken, spermabanken, ziekenhuizen en zelfstandige artsen. Administratie ontbrak of werd vernietigd. De informatie die er nog wel is, valt veelal onder de medische geheimhoudingsplicht. Het enige aanknopingspunt van sommige kinderen is een donorpaspoort met daarin onder meer de kliniek waar de inseminatie is verricht, en lengte, bloedgroep, leeftijd en beroep van de donor. Midden jaren tachtig werden deze paspoorten aan sommige kid-kinderen verstrekt om hen gerust te stellen en een zoektocht te voorkomen.’

Op de website van de Stichting Donorkind, waarvan Sondij medeoprichter is, kunnen donorkinderen en anonieme donoren zich laten registreren. De stichting hoopt dat donoren zichzelf herkennen in de gegevens van een bepaald donorpaspoort. ‘Een dna-test moet uitsluitsel geven. We hebben nu 150 donorkinderen en 75 donoren geregistreerd. Maar tot nog toe hebben we nog niemand kunnen matchen.’

Zelf is Sondij een van de twee donorkinderen in Nederland die het wél is gelukt hun biologische vader op te sporen. Hij kreeg hulp van het tv-programma Spoorloos. ‘Ik had een donorpaspoort. De gegevens daarin zijn uitgezonden. Mijn donorvader herkende zich erin, en zo heb ik hem kunnen vinden.’

– www.stichtingdonorkind.nl[/wpgpremiumcontent]

auteur

Sanderijn Loonen

Sanderijn Loonen is freelance journalist.

» profiel van Sanderijn Loonen

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Nagebouwde gelaatsuitdrukking

Caryn weet het al sinds haar vroege jeugd, Thomas hoorde pas als volwassene dat zijn vader een anoni...
Lees verder
Artikel

Kind van de spermabank

Caryn weet het al sinds haar vroege jeugd, Thomas hoorde pas als volwassene dat zijn vader een anoni...
Lees verder
Branded content

Zo kom je fit thuis van vakantie

Heerlijk, dat lange luieren onder een parasol. Maar van een vakantie met voldoende inspanning kom je...
Lees verder
Branded content

Zo kom je fit thuis van vakantie

Heerlijk, dat lange luieren onder een parasol. Maar van een vakantie met voldoende inspanning kom je...
Lees verder
Advies

Ik heb verlatingsangst

'Ik heb veel last van verlatingsangst. Hoe kan ik dat veranderen?' Advies van expert Ad de Jongh.
Lees verder
Advies

Ik heb verlatingsangst

'Ik heb veel last van verlatingsangst. Hoe kan ik dat veranderen?' Advies van expert Ad de Jongh.
Lees verder
Artikel

Sprekende spullen

Caryn weet het al sinds haar vroege jeugd, Thomas hoorde pas als volwassene dat zijn vader een anoni...
Lees verder
Interview

Siri Hustvedt: ‘In feite zijn we vreemden voor onszelf’

Ieder mens heeft een verhaal nodig waarmee hij vertelt wie hij is, zegt schrijfster Siri Hustvedt (5...
Lees verder
Interview

Als je een kind bent van zwakbegaafde ouders

Geen structuur, geen bescherming, geen basis. Een kind dat opgroeit bij verstandelijk beperkte ouder...
Lees verder
Artikel

Als je ouders jouw partner niet accepteren

Vervelend, maar het kan gebeuren: spanningen tussen uw partner en uw familie. Vooral tussen schoonmo...
Lees verder
Artikel

‘Ik bleef maar hopen dat ik ooit een normale moeder zou he...

Ze zijn altijd op hun hoede, extreem gevoelig voor andermans stemmingen en door en door empathisch: ...
Lees verder
Artikel

Spelen met een andere identiteit

Wat drijft mensen om excentrieke kostuums aan te trekken, in de huid van een ander te kruipen en zo ...
Lees verder