Ze reageert automatisch. Meestal boos. Zonder dat ze doorheeft waarop ze precies reageert. Het gebeurt hoogleraar Brené Brown wanneer iemand die zich ongevraagd opdringt als agent voor haar lezingen, haar ook nog fijntjes wijst op een verkeerde uitspraak (‘Trouwens, toen je Pema Chödrön aanhaalde in je lezing, zei je “PEE-ma CHO-dron.” De juiste uitspraak is “Pim-a Chod-ron”.’) Het gebeurt als haar partner op vakantie niet doorheeft dat ze een enorm gevoel van verbondenheid tegen hem uitspreekt, en hij antwoordt met een opmerking over de kwaliteit van het zwemwater. Het gebeurt als ze een hotelkamer moet delen, tijdens een congres waar ze toch al niet wilde zijn, met iemand die het gezamenlijke bankstel gebruikt om de saus van haar handen te vegen.

Ze ontploft vanbinnen. Eén moment is er ruimte voor verbijstering – Hoort hij niet wat ik zeg? Ziet ze niet wat ze doet? – en dan begint haar hart als een razende te pompen. Ze voelt de woede door haar aderen jagen. Alles in haar maakt zich klaar om verbale klappen uit te delen. ‘Kwets ze voordat ze jou kwetsen. Of op z’n minst zodra ze jou kwetsen. Zo heb

Log in om verder te lezen.