De onderzoeksvragen over de ‘andere kant van het tweeling zijn’ hebben in zijn algemeenheid te maken met de verwarring die tweelingen in hun omgeving zaaien en de afhankelijkheid respectievelijk onafhankelijkheid ten opzichte van elkaar. Voorbeelden van vragen zijn: ‘Lijken jullie als twee druppels water op elkaar?’, ‘Werden jullie als kind door je ouders met elkaar verward? Door andere familieleden? Door vreemden?’ ‘Is het leuk om er een van een tweeling

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

te zijn?’ ‘Trekken jullie veel met elkaar op?’ ‘Zijn jullie het altijd met elkaar eens?’

Zoals verwacht, blijkt dat eeneiige tweelingen veel vaker vinden dat ze ‘als twee druppels water’ op elkaar lijken dan twee-eiige tweelingen. Slechts één twee-eiig paar vindt dat het sprekend op elkaar lijkt. Het is dan ook niet zo vreemd, dat eeneiige tweelingen als kind soms door hun ouders, geregeld door familieleden en meestal door vreemden door elkaar werden gehaald. Daarentegen is het wel opmerkelijk dat ook een aantal twee-eiige tweelingen daar last van heeft gehad. Niet alleen eeneiige tweelingen worden regelmatig door vreemden met elkaar verwisseld, maar ook twee-eiige tweelingen, hoewel natuurlijk in veel mindere mate.

Vraag je tweelingen op de man of vrouw af, of ze het leuk vinden

Log in om verder te lezen.