Is het gedaan met onze privacy?

De technologische vooruitgang maakt het mogelijk onze privé-gegevens in talloze onzichtbare databanken op te slaan. Ons gevoel van privacy blijft echter onaangetast, zolang we daar geen weet van hebben. Privacy heeft te maken met vertrouwelijkheid en intimiteit. Maar de grenzen tussen privéé en openbaar vervagen. En dat gaat wellicht gepaard met nieuwe psychische problemen.

‘De machtigste man van de wereld,’ zo stelde de Columbiaanse schrijver Gabriel Garc¡a M rquez begin dit jaar in de Volkskrant naar aanleiding van de verhouding tussen Bill Clinton en Monica Lewinsky, ‘kon zijn heimelijke passies niet uitleven als gevolg van de alomtegenwoordigheid van de geheime dienst, die hem niet alleen beschermt, maar ook voortdurend op de vingers kijkt.’

Het resultaat van de Lewinsky-affaire is bekend. Van je vrienden moet je het maar hebben: de als vertrouwelijk bedoelde ontboezemingen van Lewinsky aan een vriendin, bleken heimelijk op tape opgenomen en vormden de aanleiding tot een ongekende media-hype. Clinton werd tot in de intiemste details publiekelijk ondervraagd over zijn escapades. Woorden als discretie en privacy leken niet meer te bestaan.

Het is evenwel niet alleen de privacy van publieke personen als Clinton die tegenwoordig in het geding is. Ook de privacy van gewone stervelingen lijkt steeds meer te worden ingeperkt, niet in de laatste plaats door de toenemende invloed van de communicatie- en informatietechnologie.

De behoefte aan controle

Wat is privacy en waarom hechten wij eraan? In het boek Privacy and Freedom onderscheidt de schrijver Alan Westin vier belangrijke aspecten: fysieke afzondering, althans de mogelijkheid daartoe, anonimiteit, terughoudendheid

in gezelschap van anderen en tot slot intimiteit in een relatie. Fysieke afzondering (solitude) is de meest complete vorm van privacy; je bent alleen met jezelf en met je eigen lichaam. Naar de wc gaan, in je neus peuteren en masturberen zijn typisch activiteiten die als privé worden gezien. Maar ook: in je eentje een zeiltocht maken of de bergen intrekken. De essentie van afzondering is het gevoel van volledige vrijheid en controle over jezelf, waardoor pijnlijk duidelijk wordt wat gevangenschap – gedwongen isolement – betekent, namelijk een totaal gebrek aan controle over je eigen situatie. Anonimiteit, ook een vorm van privacy, is de afzondering in aanwezigheid van anderen. Het leven in een grote stad biedt door de anonimiteit een grotere privacy dan in een dorp. Ook de aantrekkingskracht van Internet is voor een deel terug te voeren op het idee volledig anoniem met anderen te kunnen verkeren en op elk gewenst moment terug te kunnen keren naar je eigen privé-bestaan.

Velen zijn echter van mening dat de technologie inmiddels zo ver ontwikkeld is, dat het in principe mogelijk is aan de privacy van mensen definitief een einde te maken. Volgens de Ameri kaanse natuurkundige en science fiction-schrijver David Brin is het zelfs al zo ver. Het zou geen enkele zin meer hebben je tegen deze technologische vooruitgang te beschermen. In zijn boek The Transparent Society schetst hij een radicaal alternatief, namelijk de totale afschaffing van privacy. Iedereen, dus niet alleen de zogenaamde verantwoordelijke personen, zou toegang moeten kunnen krijgen tot geregistreerde informatie, zoals bestanden met persoonsgegevens of beelden van bewakings camera’s. In The Economist gaf Brin toe dat zijn idee verontrustend is. Maar de privé-sfeer is volgens hem toch ten dode opgeschreven. Een totaal doorzichtige samenleving zou er in elk geval voor kunnen zorgen dat je er achter kunt komen wie wat over je weet, of kan weten. En misschien dat een dergelijke transparantie dusdanig afschrikt, dat er vanzelf meer discretie ontstaat in het omgaan met persoonlijke gegevens.

‘Vanzelf’? Dat betekent in feite dat men vanuit een gedeeld normen- en waardenstelsel elkaars behoefte aan eigenheid res pecteert. Dit hangt samen met wat Westin als derde kenmerk van privacy reserve noemt, een toestand van vanzelfsprekende terughoudendheid in het contact met kennissen en vrienden. Reserve heeft te maken met tolerantie, tact en respect voor elkaars persoonlijke opvattingen. Het betekent niet gedwongen te worden al je zieleroerselen op tafel te leggen en toch een goede relatie te onderhouden. Het duidelijkst is dat gevoel op het moment dat je privacy geschonden wordt, bijvoorbeeld wanneer je onverwacht getuige bent van iemands verdriet of wanhoop. De Amerikaanse psychotherapeute Janna Malamud Smith geeft als voorbeeld hoe zij op tv een reportage zag van de grote ravage na de aardbeving in Los Angeles en de camera te lang bleef inzoemen op het gezicht van een moeder die net hoort dat haar dochtertje dood tussen het puin is gevonden. De privacy van de moeder werd niet gerespecteerd.

Intimiteit ten slotte is de gedeelde privacy tussen hechte vrienden, familie of geliefden. Deze gaat verder dan reserve: je onthult je diepste wensen en geheimen en rekent op de discretie van de ander. Met intieme vrienden en in intieme relaties kan iemand werkelijk zichzelf zijn. Initmiteit is dan ook een levensbehoefte en zo is privacy dat ook.

Wat niet weet wat niet deert

Het recht op privacy wordt algemeen erkend, maar wordt dat ook voldoende beschermd? In Nederland hebben wij volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens het recht te weten dat er persoonlijke gegevens worden ingewonnen, wat er mee gebeurt en waarom. Maar niet iedereen vindt openbaarmaking van persoonlijke gegevens meteen een aantasting van de persoonlijke privacy.

‘Er is zeker iets paradoxaals aan de hand met privacy’, zegt Jaap van Ginneken, gespecialiseerd in massapsychologie en

-communicatie, en als universitair docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Definieer je de psychologische behoefte aan privacy heel globaal, dan kom je op zoiets als het recht om met rust gelaten te worden. Maar mensen zijn er heel dubbel in. Neem Internet. Een groeiend aantal mensen maakt er met veel plezier gebruik van, terwijl niemand zich lijkt te realiseren dat het met de privacy op Internet zeer slecht is gesteld. Elke site die je bezoekt kan achterhaald worden, al je e-mail gescreend. Vroeger werd men al hysterisch als iemand in je bureau had gesnuffeld.’

Die tweeslachtige houding tegenover privacy ziet Van Ginneken niet alleen met betrekking tot Internet: ‘Als je mensen rechtstreeks vraagt of ze allerlei privé-gegevens zouden afstaan voor commerciële exploitatie, dan zegt vrijwel iedereen nee. Toch gebeurt dat op grote schaal! En vrijwel niemand doet er wat tegen. Als je mensen bij de supermarkt een paar gulden per week korting geeft, zijn de meesten bereid diverse persoonsgegevens af te staan. Men weet wel dat dat tot allerlei direct mail kan leiden, en opname in andere bestanden. Maar mensen lijken iets fatalistisch te hebben. Mensen accepteren blijkbaar de consequentie van al die nieuwe technologieën, namelijk dat het steeds makkelijker wordt om privacy te schenden. En daar legt men zich vervolgens bij neer.’

Ongevraagde post

Persoonlijk begint de jacht op privé-gegevens Van Ginneken steeds meer te irriteren: ‘Ik ging laatst naar de Internet-site van de Volkskrant voor een proefnummer van de digitale versie van die krant. Dan moet je weer eerst allerlei persoonsgegevens verstrekken. Grote kans dat dat allemaal wordt doorverkocht.’

Een nog grotere ergernis vormen de direct mail, telemarketeers en opinie-onderzoekers. Van Ginneken: ‘Dat legt allemaal ongevraagd zoveel beslag op je aandacht en tijd. Tel het allemaal op jaarbasis eens op hoeveel tijd je kwijt bent aan het openen van ongevraagde post, aan de telefoontjes van telemarketeers en aan het weggooien van al je ongewenste e-mailtjes. Dat kost uren! Je moet tegenwoordig knokken voor de tijd die je nodig hebt om te werken en te ontspannen. Ik vind het daarom schandalig om mensen in hun vrije tijd te storen. Bij mezelf bespeur ik een toenemende behoefte om telemarketeers en opinieonderzoekers zo onbeschoft mogelijk af te blaffen.’

Maar de technische ontwikkelingen zijn niet te stoppen. En als bepaalde mogelijkheden nu zouden worden verboden, dan vindt men wel weer andere manieren om het beoogde resultaat te verkrijgen. Van Ginneken: ‘Volgens mij is het inderdaad gedaan met onze privacy. Je moet zo op je qui-vive zijn, wil je steeds weten welke informatie er over jou beschikbaar is. Neem de Franse ex-politicus en zakenman Bernard Tapie. Die werd verdacht van corruptie met uitslagen van voetbalwedstrijden. Hij had een alibi. Dat alibi is ontzenuwd, omdat via zijn benzineklantenkaart achterhaald werd dat hij ergens had getankt waar hij volgens dat alibi niet geweest kon zijn. Ook ontkende hij een telefoontje vanuit een hotel te hebben gepleegd; dat gesprek bleek echter gewoon te zijn geregistreerd.’

Politie en geheime dienst maken dankbaar gebruik van de nieuwe mogelijkheden. Bij de opsporing van misdadigers kijkt niemand daar vreemd van op. ‘Iemand als Pablo Escobar, de voormalige drugskoning van Zuid-Amerika, is doodgeschoten nadat hij een satelliettelefoon gebruikt had, die in uitgeschakelde staat getraceerd kon worden.’ Heiligt het doel alle middelen?

Het is wel duidelijk dat er geen harde criteria zijn voor wat toelaatbaar is, en wat niet. Van Ginneken: ‘In Nederland is nu een systeem ingevoerd dat niet alleen nummerplaten van auto’s screent, maar deze gegevens ook onmiddellijk koppelt aan alle bekende gegevens van de bestuurder. Wanneer technologische toepassingen ingeburgerd raken, dan schuiven de grenzen van gebruik steeds verder op. En zodra er massaal informatie beschikbaar is die geïndividualiseerd kan worden, ook voor andere dan de beoogde doeleinden, dan is het einde zoek. En daar begint het angstaanjagend veel op te lijken.’

Privacy, intimiteit en schaamte

Is het dus gedaan met onze privacy? Niet alle psychologen denken daar zo over. Willeke Bezemer, psychotherapeute en seksuologe in Maarssen, gelooft wel degelijk dat privacy nog bestaat. ‘Dat van mensen allerlei gegevens terechtkomen in computerbestanden, beschouw ik niet als bedreiging van de privacy. Dat is slechts buitenkant. Mij beangstigt dat niet. Privacy associeer ik veel meer met de binnenkant van mensen. Ik kan me best voorstellen dat mensen zich bedreigd voelen door de mogelijkheden van de communicatie- en informatietechnologie, het ‘Big Brother is watching you’-idee. Maar ik voorzie geen nieuwe psychische problematiek die daarmee zou kunnen samenhangen.’

Volgens psychotherapeute Janna Malamud Smith kun je privacy niet begrijpen zonder schaamte te begrijpen. Het is een opvatting waarin Bezemer zich goed kan vinden; schaamte illustreert immers die binnenkant van privacy. Ze geeft als voorbeeld een therapie bij een vrouw die door meerdere mannen was verkracht. Ook hadden ze geprobeerd haar te vermoorden. Bezemer: ‘Een ongelooflijk sterke vrouw, maar het zal geen verbazing wekken dat het haar nogal moeite kostte de draad weer op te nemen. In de therapie kwamen we op het punt dat zij zich schaamde om mens te zijn. Haar belagers waren immers ook mensen. Tot wat voor gruweldaden was zij zelf als mens niet in staat? Zelf ervaarde ik toen ook enorme schaamte. Tegelijker tijd vond ik dat zo intiem. Zij liet mij volledig toe in haar diepste privacy. In die zin een hoogtepunt, omdat het voor haar noodzakelijk was om door te kunnen gaan. Geleidelijk kon ze weer accepteren mens te zijn, met alle bijbehorende feilen en falen.’

Schaamte is één van de heftigste gevoelens die een mens kent, aldus Bezemer. ‘Wanneer je als therapeut iemands schaamte doorbreekt, of dat nu met seksuele zaken heeft te maken of met angst voor spinnen, dan dring je pas werkelijk door tot iemands binnenste, en kun je ook beter helpen. Schaamte heeft nog net iets meer met privacy te maken dan intimiteit.’

De privacy van de therapeut

Psychotherapie is een situatie waarin je bij uitstek te maken hebt met aspecten van privacy; niet alleen die van de cliënt, ook die van de therapeut. Bezemer: ‘De meeste therapieën geef ik bij mij aan huis, daar heb ik een aparte kamer voor. Mijn huisgenoten houden zich verre van die kamer wanneer ik bezig ben. Ik zorg er bijvoorbeeld ook voor dat er geen rotzooi ligt in die kamer of op weg daarheen. Dat zou aanleiding kunnen zijn voor een cliënt daarover te beginnen. Therapie is een sociale relatie, maar geen relatie op basis van gelijkwaardigheid, zoals met vrienden. Cliënten geven veel van zichzelf bloot en raken gaandeweg de therapie vaak nieuwsgierig naar mijn leefsituatie, waarschijnlijk omdat ze niet al te afhankelijk van mij als therapeute willen worden. Ik vind het echter een belasting als cliënten te veel van mij weten, zowel voor hen als voor mezelf. Die professionele distantie heb ik nodig om mijn privacy te beschermen.’ Dat is echter niet altijd even makkelijk, erkent Bezemer, en ze is daar ook weleens dubbel in: ‘Ooit kreeg ik van een man aan het eind van een therapie een flesje parfum van het merk dat ik altijd droeg. Hij had de geur herkend. Dan kom je bij mij over een grens, hoewel ik het ook heel attent vind. Halverwege de therapie had ik het niet aangenomen.’

Maar ook cliënten beschermen hun privacy. Dat leidt soms tot verrassende reacties. Bezemer: ‘Een echtpaar was bij mij in therapie voor hun seksuele problemen. Als er iets is dat met privacy te maken heeft, dan is het wel seksualiteit. Zij lieten mij volledig toe op dat gebied. Na een sessie liep ik met hen naar mijn agenda voor een nieuwe afspraak. Ik doe een voorstel, maar op die datum zijn ze met vakantie. Ik vraag waar ze heen gaan. Kijkt die vrouw me ijzig aan en zegt dat me dat niets aangaat. Terwijl we dus net uitgebreid over hun seksuele problemen hadden gepraat. Ik ging dus over een grens.’ Bezemer begrijpt zo’n opmerking echter wel: ‘Met die onschuldige vraag raakte ik nu juist de kern van privacy. Cliënten laten mij toe in hun probleemgebied. Maar als ik uitstapjes maak omdat ik verbanden vermoed, zal ik dat moeten verantwoorden. Is een cliënt overtuigd, dan hoort het bij het probleemgebied. Dingen daarbuiten moet ik met rust laten. Ik behandel nogal eens paren, en na verloop van tijd ga ik met één van de twee verder. Ik merk dan dat mensen heel integer zijn, hun partner niet zomaar in een kwaad daglicht stellen, heel voorzichtig zijn met de vuile was buiten te hangen. Nee, ik geloof dat mensen juist heel erg oog blijven houden voor hun eigen en elkaars privacy.’

auteur

Vittorio Busato

» profiel van Vittorio Busato

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Bestaat er nog privacy?

'Er is een oneindig veel grotere deugd dan privacy, namelijk eerlijkheid.' 'Ik werd er verschrikkeli...
Lees verder
Artikel

Bestaat er nog privacy?

'Er is een oneindig veel grotere deugd dan privacy, namelijk eerlijkheid.' 'Ik werd er verschrikkeli...
Lees verder
Interview

Sanny Verhoeven-Ruis over de boeken die haar hebben geraakt

Presentatrice en YouTuber Sanny Verhoeven-Ruis kiest de boeken uit haar kast die haar het meest hebb...
Lees verder
Interview

Sanny Verhoeven-Ruis over de boeken die haar hebben geraakt

Presentatrice en YouTuber Sanny Verhoeven-Ruis kiest de boeken uit haar kast die haar het meest hebb...
Lees verder
Verhaal

Wat Google verraadt over ons echte zelf

Eerlijker dan op Google zijn we nergens. Analyses van ons zoekgedrag leggen dan ook veel interessant...
Lees verder
Artikel

Bestaat er nog privacy?

'Je raakt gewend aan goede en slechte verhalen, en ook aan onzinverhalen.' Robin Linschoten, VVD'er ...
Lees verder
Artikel

Bestaat er nog privacy?

'Ik draai een knop om, ik ben tijdelijk iemand anders.' 'Noem me maar Gloria. Mijn klanten kennen mi...
Lees verder
Artikel

Ik heb toch niks te verbergen?

We hebben de mond vol over onze privacy, maar intussen zetten we massaal paspoortgegevens, blootfoto...
Lees verder
Artikel

Bestaat er nog privacy?

'Mijn homepage zie ik als live-entertainment.' Alex van Es, een 26-jarige ambtenaar bij de gemeente ...
Lees verder
Artikel

Bestaat er nog privacy?

'De een wil rust, de ander wil juist mensen om zich heen.' Ronald de Boer: 'Ik zelf kies voor het la...
Lees verder