‘Er zijn soms situaties waarin we onze ware emoties liever verbergen,’ houdt psycholoog en trainer Job Boersma zijn toehoorders voor. ‘Maar hoe graag we dat ook willen doen, er “lekt” altijd wel iets van die gevoelens naar het gezicht of de rest van het lichaam.’ Wie die emotionele lekkage kan ontdekken en ontcijferen, heeft volgens Boersma een machtig wapen. ‘Geen leugen gaat meer ongemerkt voorbij en je mensenkennis wordt enorm.’

TEST
Doe de test »

Hoe goed herken je emoties?

Zo’n super-emotieherkenner wil ik wel zijn. Daarom heb ik me opgegeven voor een intensieve tweedaagse training emotieherkennen. Wat zou het handig zijn voor mijn journalistieke werk als ik het meteen zie als iemand iets voor me verborgen houdt! Mijn interviewvaardigheden zouden met sprongen vooruitgaan.

Honderden signaaltjes

De training is gebaseerd op de ontdekkingen en theorie van emotie-expert Paul Ekman. Deze Amerikaanse psycholoog onderzocht jarenlang emotionele gezichtsexpressies over heel de wereld, en ontwikkelde een uitgebreid systeem waarmee honderden expressies ontcijferd kunnen worden. Emotionele lekkage bestaat in de vorm van zogenoemde micro-expressies: heel korte flitsen van emotie op het gezicht die tonen wat iemand werkelijk voelt.

Kunnen wij dat ook echt leren? Ja, dat kan. Maar trainer en psycholoog Job Boersma stelt ons aan het begin van de training gerust: ‘Negentig procent van de mensen ziet geen enkele micro-expressie en leeft gewoon verder. Maak je dus geen zorgen als je weleens iets mist. Als je micro-expressies wél gaat zien, en gevoelig wordt voor de subtiele signalen die mensen uitzenden, ga je snappen wat ze werkelijk bedoelen en willen.’

En daar is het het grootste deel van de cursisten om te doen. Er zitten mensen bij die in hun werk te maken kunnen krijgen met misleiding: een keuringsarts, een fraudedeskundige, een mediator. Sommige deelnemers, zoals ik, willen om andere redenen graag beter leren emoties te lezen. Weten of je bedonderd wordt, of een glimlach oprecht is, of iemand krokodillentranen huilt.

Zeven basisemoties

Aan het begin van de eerste dag worden we meteen getest. Is een glimlach echt of onecht? Die test gaat me goed af. Nul fouten! Vervolgens krijgen we een ‘nulmeting’, om ons niveau bij aanvang van de training te bepalen. We krijgen gezichten te zien die superkort, om precies te zijn minder dan eenvijfde van een seconde, een flits van emotie laten zien. We moeten kiezen welke van de zeven basisemoties het betreft. Paul Ekman vond deze basis overal ter wereld terug: angst, boosheid, verdriet, blijdschap, verrassing, minachting en walging. In alle culturen tonen mensen deze emoties op dezelfde manier in het gezicht.

Micro-expressies: gezichten leren lezen

Psychologie Magazine vloog naar San Francisco voor een training bij ’s werelds meest deskundige me...

Lees verder

Gegrinnik klinkt uit de groep: dit is toch bijna niet te doen! Het gaat veel te snel! Even met je ogen knipperen kan niet, want dan is het moment al voorbij. Toch is dit precies hoe emoties in de praktijk ook voorbijflitsen. Een fractie van boosheid, die iemand met een vette lach probeert te maskeren; een flits van verdriet, terwijl je vriendin zegt dat alles goed gaat; een korte minachtende expressie van de collega die je voorstel slecht vindt, maar dat niet durft te zeggen.

Ik concentreer me en probeer de emotie die ik langs zie flitsen, te voelen. Met mijn eigen gezicht doe ik telkens de expressie na die ik meen te zien, en ik voel wat dat bij me losmaakt. Dat helpt me bij het kiezen tussen de basisemoties. Ik heb er maar twee van de twaalf fout. ‘Dat is uitzonderlijk goed voor een eerste keer,’ zegt trainer Job Boersma. Ben ik een natuurtalent? Eén op de duizend mensen die zonder enige training micro-expressies feilloos kan herkennen? Of heb ik in de praktijk emoties leren lezen?  Natuurtalenten scoren zonder training rond de 95 procent goed, en ik zit daar nog wel iets onder, op ongeveer 83 procent. Er is dus ruimte voor verbetering.

Is het woede of walging?

We nemen de zeven basisemoties onder de loep. Elke emotie heeft een bepaald ‘thema’, zoals Boersma dat noemt, met een evolutionaire achtergrond. Angst staat voor ‘ontwijken of verlammen’, verdriet voor ‘opgeven en terugtrekken’ en blijdschap voor ‘vrije interactie’. Soms zie je dat thema letterlijk terug in de gezichtsexpressie. Zo worden bij walging de neus en de bovenlip opgetrokken. Het waarom daarvan is te vinden in het ‘thema’ van walging: ‘afsluiten en verwerpen’. Het optrekken van de neus sluit de neus af en het optrekken van de bovenlip doen we ook wanneer we iets vies uitspugen. Later in de evolutie heeft dit thema zich gegeneraliseerd van walging van smaken en geuren naar walging van ideeën, maar de expressie bleef hetzelfde.

Na de uitleg gaan we oefenen met micro-expressies, met een trainingsprogramma dat Paul Ekman ontwikkelde. Wanneer we het fout doen kunnen we de micro-expressie vertraagd opnieuw bekijken, net zolang tot we de kunst beheersen. Als ik me heel goed concentreer gaat het redelijk, maar al snel blijk ik met sommige expressies meer moeite te hebben dan met andere. Dat is normaal, zegt Boersma; woede en walging lijken bijvoorbeeld op elkaar, angst en verbazing ook. Toch zijn ze duidelijk verschillend, merk ik als ik ze terugzie. Woede heeft meer focus in de ogen en spanning in de mond dan walging. Angst en verbazing zijn uit elkaar te houden door subtiele verschillen in de stand van de wenkbrauwen, de hoeveelheid oogwit die zichtbaar is en de stand van de mond. En dat allemaal in een fractie van een seconde.

Gedachtenlezen

Uiteindelijk, na vele oefensessies, scoor ik 96 procent en mag ik me officieel expert noemen. Maar in het echte leven is het nog niet zo makkelijk. In één gesprek kunnen er wel honderden micro-expressies voorbijflitsen, praat je met meerdere mensen tegelijk, moet je ook over je eigen woorden nadenken, en luisteren naar de inhoud van iemands verhaal. Tijdens de training oefenen we met een actrice, bekijken we filmpjes van micro-expressies ‘in het wild’ en oefenen we op elkaar. Maar dat valt niet mee. Je zou, als je dit voor je werk doet, haast met een camera moeten werken en de beelden later vertraagd afspelen.

‘Het is inderdaad niet makkelijk,’ geeft Boersma toe. ‘De winst zit erin dat je je gaat realiseren dat er naast de verbale communicatie nog een heel andere laag van communicatie is waarop je kunt gaan letten als dat nodig is.’

Hoewel je kunt leren emoties op te merken die iemand liever verborgen houdt, wil Boersma ons waarschuwen: ‘Je gaat emoties zien, maar je weet niet waar ze mee te maken hebben. Als je een micro-expressie van boosheid ziet bij een verdachte, wil dat niet zeggen dat hij de moord heeft gepleegd. Misschien is hij wel boos omdat hij onterecht vastzit. Je moet altijd een theorie opbouwen, waarbij je behalve op de gezichtsexpressie, ook let op de intonatie, lichaamstaal, de inhoud van iemands verhaal en de context. Dat je emoties kunt herkennen betekent nog niet dat je gedachten kunt lezen.’

Zo betrap je iemand op bedrog

  • Timing is essentieel:
    • Verrassing die langer dan een seconde duurt, is nep.
    • Woede die heel plotseling ontstaat, is nep. Echte woede bouwt langzaam op.
  • Let op de ogen: de spiertjes rond de ogen staan niet in verbinding met het planningscentrum in het brein. Een neplach herken je dus vooral aan het ontbreken van samentrekking van spiertjes dicht rond het oog.
  • Hoewel vaak wordt gedacht dat iemand die veel wegkijkt, liegt, duidt veel oogcontact juist op liegen. De leugenaar wil namelijk checken hoe zijn leugen aankomt bij zijn gesprekspartner.