Angst
‘Ik was een angstig kind, en ik heb altijd gedacht dat dat kwam doordat mijn moeder overleed toen ik 6 was. Nu denk ik dat het in mijn genen zit. Angst heeft me van veel weerhouden. Toen ik meedeed aan Wie is de Mol? heb ik verteld dat ik niks durfde. Gelukkig mocht ik elke opdracht weigeren. Dat deed ik aan de lopende band omdat ik alles eng vond. De anderen dachten daardoor heel lang dat ik de mol was.’

Woede
‘Thuis hadden we allemaal een kort lontje. Iedereen kon om alles woedend worden. In mijn ouderlijk huis hebben de buren weleens de politie gebeld omdat er zo geschreeuwd werd. Ik vind het heerlijk om kwaad te worden, ik ga helemaal los. Meestal ben ik gelijkmatig, maar als ik ontplof, ben ik heel hard.’

Verdriet
‘Mijn moeder was 34 toen ze stierf aan huidkanker. Ze liet drie jonge kinderen achter. Mijn vader was door verdriet bevangen. Hij kon het alleenstaand ouderschap niet goed aan. Het was een groot drama. Hij kon er niet goed tegen als we om mijn moeder huilden. Ik vond mijn vader heel zielig, maar ik was er zelf ook nog natuurlijk. Daar kwam ik twintig jaar later in therapie achter – dat ik ook verdrietig mocht zijn.’

Blijdschap
‘Ik had een barre start, maar nu ben ik een heel vrolijk en luchtig iemand. Dat komt door Gijs, mijn vriend. Hij en onze twee kinderen maken mij gewoon volstrekt gelukkig.’ //

 

Aaf Brandt Corstius schreef het toneelstuk Een flinke linkse vrouw, dat eind vorig jaar in première ging. Dit najaar gaat de voorstelling op tournee. Zie voor speeldata: mugmetdegoudentand.nl