Roeland Muurmans wilde graag ruim voor Kerstmis thuis zijn. Ongeduldig wachtte hij die avond van de 20ste december 1984 op zijn vliegtuig, een dc 747, dat hem en driehonderd andere passagiers vanuit Toronto naar Amsterdam zou brengen. De zakenman zag op tegen de vliegreis, maar troostte zich met de gedachte aan zijn vrouw en kinderen. Kerst in Nederland was beter dan zakendoen in Canada. Moe en tevreden installeerde hij zich in de comfortabele stoel van de business class.

Angst: een trucje van het brein

Last van angstgevoelens? Aan de onzekere tijd van nu kunnen we weinig veranderen. Maar inzicht in an...

Lees verder

Het vliegtuig was nog maar drie kwartier onderweg toen Muurmans een luide knal hoorde. ‘Van cockpit tot staart golfde er een enorme schok door het toestel. Mijn hart stond bijna stil, maar de steward maande iedereen rustig te blijven zitten.’ Een van de vier motoren was ontploft, zei de steward, maar dat was niet erg. Het vliegtuig zou een tussenlanding maken in Halifax, zodat de motor gerepareerd kon worden.

‘Mijn hart bonkte als een gek in mijn borst’, zegt Muurmans. ‘Ik kreeg het warm, en ik wachtte trillend op de landing. Toen ontplofte de tweede motor. Met rokende banden en gierende motoren vlogen we uit de landingsbaan. Bonkend kwamen we tot stilstand, de bagagerekken klapten open en de zuurstofmaskers kwamen naar beneden. De lucht rook naar kerosine en verbrand rubber, mensen om mij heen gilden en wilden uit hun stoelen komen.

‘Ik had maar één gedachte’, vertelt hij aangeslagen. Na achttien jaar kan hij het verhaal nog steeds niet zonder emoties vertellen. ‘Ik wilde weg, naar buiten. Het was erg egoïstisch van me, maar ik gaf de steward die mij wilde tegenhouden een dreun. Ik duwde anderen opzij en vloog in hemdsmouwen de trap af. Ik hoorde het geluid van sirenes, om me heen renden huilende mensen.’

Vier dagen later was Muurmans al zijn haren kwijt. Een shock, constateerde de huisarts. Veroorzaakt door paniek.

Wie zich in Muurmans verplaatst, beseft wat een afschuwelijke ervaring dit vliegtuigongeluk is geweest. Natuurlijk raak je dan in paniek. Rampenonderzoekers menen echter dat paniek vrijwel niet voorkomt in crisissituaties. Socioloog Lee Clarke zegt in het vakblad van de Amerikaanse sociologische associatie Contexts, dat mensen naar omstandigheden heel rustig blijven. Vijftig jaar onderzoek naar rampen laat zien dat mensen dezelfde normen en waarden houden als in het dagelijks leven en weloverwogen beslissingen nemen.

Eén grote vuurzee

In de van Dale staat dat paniek ‘de plotselinge, algemene, hevige schrik of angst (is), die veroorzaakt wordt door een reëel of verondersteld gevaar, en die leidt tot buitensporige of onoordeelkundige pogingen zich daarvoor te beveiligen’. Vooral het laatste deel van de definitie stuit bij onderzoekers op bezwaren .

Lee Clarke beweert dat mensen weliswaar extreem angstig kunnen zijn in een crisissituatie, maar dat zij zich zelden onoordeelkundig gedragen. Nadat het World Trade Center in New York was geraakt door twee vliegtuigen, verlieten mensen hun werkplek en begonnen met evacueren. Vrijwel iedereen die onder de direct getroffen verdiepingen zat, heeft het overleefd. Dat komt volgens Clarke omdat mensen niet hysterisch werden. Ze raakten niet in paniek. Ook de reactie van Roeland Muurmans zou Clarke niet eens paniek noemen. Hij deed namelijk wat op dat moment het meest logisch was: vluchten.

Louis Boer doet onderzoek naar panieksituaties bij tno Technische Menskunde in Soesterberg. Hij bestudeerde de Volendamse cafébrand. Daar moet wel sprake zijn geweest van paniek en irrationeel gedrag: de nooduitgangen waren nauwelijks gebruikt en bij de ingang van het café lag een stapel mensen die tevergeefs hadden geprobeerd de vlammen te ontvluchten. ‘Nee’, zegt Boer, ‘ook daar kun je niet spreken van paniek.’ In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken bouwde tno het café ‘Het Hemeltje’ na, compleet met kersttakken, om de ontwikkeling van de brand te onderzoeken. Boer filmde de brand.

De totale duur van de brand is slechts vijftig seconden. De eerste dertig seconden is er weinig te zien op het filmpje en het lijkt allemaal wel mee te vallen. Maar binnen vijf seconden verspreidt het vuur zich razendsnel over het plafond, brandende takken vallen naar beneden en de ernst van de situatie wordt duidelijk. ‘Er zitten driehonderd mensen in dat café, die hebben nu nog vijftien seconden om de ruimte te verlaten. Vind je het gek dat ze eruit willen gaan zoals ze binnen zijn gekomen?’, zegt Louis Boer. ‘Die mensen doen niet irrationeel. Ze doen wat het meest logisch is gezien de omstandigheden.’ Een paar seconden later is de hele ruimte één grote vuurzee en de hitte loopt op tot tussen de 800 en 1000 graden. Omdat na vijftig seconden de zuurstof op is, verdwijnt de brand even snel als hij oplaaide.

Het is volgens Boer onzin om te beweren dat paniek ervoor heeft gezorgd dat er zoveel doden zijn gevallen. De brand zelf veroorzaakte dertien doden, het gedrang drie. Het is zinvoller om de omstandigheden waarin paniek ontstaat te verbeteren, in plaats van te focussen op de paniek zelf.

Waar is de nooduitgang?

Mensen zijn niet geneigd nooduitgangen te gebruiken. Louis Boer: ‘In een noodsituatie vertrouw je op dat wat bekend is, en dat zijn de nooduitgangen meestal niet. Je zou, om dat te verbeteren, standaard kunnen invoeren dat als een horecagelegenheid sluit, de mensen via de nooduitgang het pand moeten verlaten. Dan raken in elk geval de stamgasten gewend aan het gebruik van een andere uitgang.’

Ook aan de bordjes kan nog het een en ander worden verbeterd. ‘Dit vind ik bijvoorbeeld een heel slecht mannetje’, zegt Boer terwijl hij naar een nooduitgangbordje wijst. ‘Hij is veel te dik. Je moet bedenken dat door de rook alles waziger wordt. Zo’n aanduiding wordt dan een vage klont. Het beste is als de tekening uit dunne lijnen bestaat en losse elementen. Dat beeld blijft het langst zichtbaar.’

Een belangrijke bevinding zou je denken, maar vreemd genoeg zijn er geen duidelijke regels die in heel Nederland of Europa gelden. Bovendien is nauwelijks onderzocht waar mensen eigenlijk naar kijken als ze moeten vluchten en hoe ze zich precies gedragen. Louis Boer wil het graag onderzoeken, maar stuit op ethische bezwaren. Een ramp in scène zetten kan eigenlijk niet, en videomateriaal van rampen wordt niet vrijgegeven, in verband met de privacy van de slachtoffers. ‘Er worden wel calamiteitenoefeningen gedaan met zogenaamde lotus-slachtoffers. Die proberen zo natuurlijk mogelijk te spelen dat ze slachtoffer zijn van een ramp. Maar ja, of dat klopt met de werkelijkheid, is maar de vraag.’

Boer deed zelf een keer een gedragsproef die in de ogen van sommigen misschien niet helemaal ethisch is. Hij nodigde automobilisten uit om mee te doen aan een onderzoek naar rijgedrag. Ze kregen te horen dat ze een paar keer heen en weer door een tunnel moesten rijden. De automobilisten begonnen met een kennismakingsrit. In werkelijkheid was dit de enige rit, maar dat wisten ze niet.

Tijdens de kennismakingsrit leek een vrachtauto voor hen in de problemen te zijn. Er kwam rook uit de laadruimte, hij kwam tot stilstand en blokkeerde de weg. Dit was de gedragsproef: wat doen mensen in zo’n situatie? Het schokkende antwoord op die vraag is: niets. Zes van de zeven keer dat de proef werd uitgevoerd, bleven mensen gewoon in hun auto zitten. Zelfs als de tunnel helemaal blauw stond van de rook.

Paniek als zondebok

Als de nood zo hoog is dat mensen niet meer om de urgentie van de situatie heen kunnen, komen ze in actie. Maar als het even kan, doen ze dat liever niet. ‘Passiviteit is het grootste probleem bij evacuaties’, aldus Louis Boer. ‘Mensen hebben de neiging gevaar te ontkennen. Ze proberen hun oorspronkelijke plan te handhaven. Dat is wat ik noem ‘homeostase’, het natuurlijke streven van een organisme om in balans blijven. Ze interpreteren de situatie zo dat ze niets hoeven te ondernemen. Ze staan ‘gewoon’ in de file, een luide knal is ‘gewoon een uitlaat’. De auto voelt bovendien veilig aan, uitstappen is enger. Dus blijven ze zitten, draaien hun raampjes dicht en wachten tot het overgaat.’ Heel onverstandig, want zo kon het gebeuren dat mensen in de Gotthardtunnel in Zwitserland zittend in hun auto verbrand zijn.

Eén keer ging het wel goed in het onderzoek van Boer. Een actief persoon begon meteen met evacueren, en de rest volgde. Boer: ‘Als maar 10 procent van de mensen weet hoe het moet, gaat het goed. Het is dus zaak mensen op de hoogte te stellen van de gang van zaken bij noodgevallen. Bijna niemand weet bijvoorbeeld dat alle tunnels in Nederland met camera’s bewaakt worden. Wanneer er iets gebeurt, kan de operator aanwijzingen geven. Maar als er ineens een stem klinkt in de tunnel, is het alsof God spreekt en begrijpt niemand het. Dat kan met een publiekscampagne worden veranderd.’

Mensen hebben weliswaar de neiging gevaar te onderschatten, de onderzoeksbevindingen zijn verder gunstig. Mensen worden geen onnadenkende, hysterische wezens. Ze doen wat naar omstandigheden het beste is, hoe irrationeel dat achteraf ook kan lijken. Bovendien zijn ze vaker altruïstisch dan wordt verondersteld. ‘Paniek wordt vaak als de oorzaak van een groot aantal doden en gewonden aangewezen’, stelt Lee Clarke. ‘Uit onderzoek blijkt echter dat de bron van de problemen in noodsituaties niet bij de slachtoffers ligt, maar bij de organisaties.’

Protocollen voor crisissituaties zijn er nu vaak op gericht paniek te voorkomen, maar we kunnen ons beter richten op organisatorische problemen: te veel mensen in een kleine ruimte, slechte informatievoorziening op het moment van de crisis en slechte bekendheid met en aanduiding van nooduitgangen. Clarke: ‘Om de aandacht van fouten van organisaties af te leiden, worden de slachtoffers vaak beschuldigd. Paniek wordt als zondebok gebruikt. Dat moet afgelopen zijn.’

Vijf mythes over paniek

1: Als mensen in gevaar zijn, raken ze in paniek

Uit vijftig jaar onderzoek naar rampen blijkt dat mensen meestal niet in paniek raken als er extreem gevaar dreigt. Mensen rennen niet doelloos rond, storten niet hysterisch in elkaar zoals in de meeste Hollywood rampenfilms, maar bewegen juist heel doelgericht.

2: Mensen denken alleen nog aan zichzelf als ze gevaar lopen

Volgens rampenonderzoekers krijgen egoïstische daden de meeste aandacht in de media, maar die zijn feitelijk in de minderheid. Volgens onderzoeker Louis Boer van TNO Technische Menskunde in Soesterberg komen zowel egoïsme als altruïsme voor in crisissituaties.

3: Te veel informatie werkt paniek in de hand

Veel overheidsinstanties denken dat mensen niet goed kunnen omgaan met informatie in een gevaarlijke situatie. Ze zouden overreageren en de kans op paniek zou toenemen. Het klopt dat als informatie on-volledig, vaag en dubbelzinnig is, het effect op een groep mensen onvoorspelbaar is. Daarom heeft het achterhouden van informatie in het geval van de Amerikaanse antraxbrieven, juist averechts gewerkt. Bovendien zijn mensen geneigd de realiteit van een gevaar te ontkennen. Teksten als ‘Er is geen gevaar, blijf kalm’ zouden moeten worden vermeden, tenzij dat helemaal zeker is.

4: In crisissituaties gaan mensen zich irrationeel gedragen

Klopt niet. Mensen laten in stresssituaties meestal meer rationaliteit zien dan gewoonlijk. Er staat veel op het spel, dus worden alternatieven afgewogen. Zelfs de mensen die uit het World Trade Center zijn gesprongen, handelden niet irrationeel. Als je moet kiezen tussen levend verbranden of uit het raam springen, is dat laatste op dat moment de betere optie, hoe afschuwelijk de afloop daarvan ook is.

5: Bij groot gevaar raken mensen zo in shock dat ze niets meer kunnen ondernemen

Als er geen paniek uitbreekt, wordt vaak gedacht dat mensen verstenen van angst en overgeleverd zijn aan de hulp van anderen. Ook dat gebeurt zelden. Als mensen passief zijn, komt dat eerder omdat ze het gevaar ontkennen, dan dat het gevaar hen overweldigt.