‘Kijk,’ zegt Dick Bierman halverwege het gesprek, en hij plukt een A4’tje van de wand van zijn werkkamer. Het is een snelle schets van een poppetje op een bed, met een kruis boven zijn hoofd en een ander mannetje naast zich.

De vraag was waarom het buitenzintuiglijke hem zo boeit. Of hij ooit iets heeft beleefd wat kan verklaren dat hij zijn loopbaan heeft gewijd aan het onderzoeken van paranormale verschijnselen. Bierman (63) is al sinds 1994 hoogleraar in de parapsychologie, eerst aan de Universiteit Utrecht en sinds januari dit jaar aan de Universiteit voor Humanistiek, dus die vraag ligt voor de hand. Maar de professor heeft het duidelijk niet zo op deze insteek. Van hem hoeft het gesprek niet zo persoonlijk te worden.

Bovendien: het persoonlijke, het anekdotische, daar gáát zijn werk helemaal niet over. Hij hoort ze genoeg natuurlijk, de verhalen over A die de dood van B voorzag en over X die altijd precies weet wanneer Y gaat bellen. Mooie verhalen, maar wat hem betreft alleen als aanleiding voor laboratoriumonderzoek. ‘Want anekdotes zijn gebaseerd op hoe mensen zich achteraf iets herinneren. En daar zijn de meesten ongelooflijk slecht in. Bovendien zijn mensen niet goed in kansen schatten.

Ze maken iets opvallends mee en zeggen: dat kan geen toeval zijn. Bijvoorbeeld dat ze aan een liedje dachten en even later precies dát liedje op straat hoorden. Maar Nederland telt zestien miljoen mensen en die hebben regelmatig liedjes in hun hoofd. Allicht dat er dan altijd een aantal bij zitten die net dat éne in gedachten hadden.’

Dobbelsteen

Bierman baseert zich in zijn werk dus uitsluitend op data die in een gecontroleerde, experimentele setting zijn verkregen. Maar goed, hij snapt ook wel dat een artikel in Psychologie Magazine vraagt om meer dan verslagen van labsessies plus de daaruit gedistilleerde statistieken. Dus vooruit: als sappig voorbeeld, en vanwege de human interest, zijn schets van de man op het bed met het kruis boven zijn hoofd. Die hij overigens wel heeft gemaakt in het kader van een officieel wetenschappelijk experiment waaraan hij ooit deelnam, dus helemaal anekdotisch is het nou ook weer niet.

Het betrof een precognitie-experiment, vertelt de hoogleraar zakelijk; een proef waarin gekeken werd in hoeverre mensen in staat zijn te voorzien wat gaat gebeuren. Eerst moesten alle deelnemers achteloos, zeg maar alsof ze een krabbeltje maakten tijdens het telefoneren, een tekening van hun ‘doel’ produceren, daarná pas werd met de dobbelsteen voor elke deelnemer een eigen doel aangewezen. Een grote plaat was dat, met daarop in zijn geval…

Zijn stem verraadt toch een zekere emotie als hij naast het schetsje een foto op tafel legt. Daarop zien we een man in een bed, met naast zich een priester die een kruis slaat. ‘Een exorcismescène uit een film,’ zegt Bierman. Het valt niet te ontkennen: er is een frappante gelijkenis tussen foto en tekening. De opbouw klopt, de sfeer is raak.

‘Een kippenvelervaring,’ zegt Bierman desgevraagd. Van het ónprettige soort, voegt hij toe. Maar op de vraag wat er zo onaangenaam aan was, blijft het lang stil. Dan, zacht: ‘Goeie vraag. Weet ik niet. Want op zichzelf was ik natuurlijk blij dat ik de studenten een schoolvoorbeeld kon geven van een spectaculaire hit. Toch was het onaangenaam. Ik moest echt even een blokje om.’

Erotische beelden

Blokje om of niet, het favoriete onderzoeksterrein van Dick Bierman was en bleef sindsdien precognitie en presentiment. Het voorschouwen van de toekomst dus. In het geval van precognitie – voorkennis – gaat het dan om vrij concrete voorspellingen, in het geval van presentiment meer om een onbestemd gevoel.

Vooruit, de hoogleraar is niet te beroerd om het onderscheid tussen die twee ook even te verduidelijken met behulp van een anekdote: die van de Amerikaanse die wilde boarden op een van de vliegtuigen die op 11 september 2001 door terroristen gekaapt zouden worden. Ze ging nooit aan boord – een aanval van diarree kluisterde haar op het moment suprême aan het vliegveldtoilet. Bierman: ‘In haar geval kun je dus niet van voorkénnis spreken, maar misschien wél van een soort van voorgevóél.’

Op dat voorgevoel concentreert Bierman zich de laatste jaren in zijn experimenten. Hij laat mensen bijvoorbeeld kijken naar reeksen plaatjes – sommige neutraal, andere erotisch of gewelddadig – terwijl hij nauwgezet vastlegt wat er in hun lichaam gebeurt vóór, tijdens en na ieder nieuw plaatje. En of hij nou de huidgeleiding van de proefpersonen meet, de verwijding van hun pupillen of de bloedstromen in hun brein, keer op keer ziet hij dat ze meer voor­activiteit vertonen wanneer er een sensuele of weerzinwekkende afbeelding op komst is dan wanneer er een neutraal plaatje gaat volgen. Het effect is nooit groot, maar altijd significant. Oftewel: onze lichamen lijken te kunnen voorvoelen dat er iets emotionerends op komst is.

Wat doen zulke uitkomsten met Bierman? Hebben ze hem ervan overtuigd dat er ‘meer tussen hemel en aarde’ is dan wij denken? De hoogleraar corrigeert deze vraag meteen streng: Overtuigd is hij nergens van. ‘Dan zou ik er iets belangrijks om moeten kunnen, wíllen verwedden – en dat wil ik niet.’

Maar, vervolgt hij: ‘Ik denk wel dat wie echt serieus, met een open blik naar deze data kijkt, moet toegeven dat…’ Hij zoekt even naar woorden. Dan: ‘Verreweg de meest waarschijnlijke hypothese is dat er iets mis is met ons wereldbeeld. Het alternatief zou zijn dat wij de boel belazeren of systematisch onderzoeksfouten maken. Maar ik vind dat minder waarschijnlijk dan dat er iets mis is met het gangbare wereldbeeld. Daarin gaan oorzaken vooraf aan het gevolg. In mijn wereldbeeld kan de oorzaak ook ná het gevolg komen.’

Achterstevoren

Een bizarre opvatting? Niet voor Dick Bierman. Hij is van oorsprong namelijk natuurkundige, en in die tak van wetenschap wordt al langer aangenomen dat de tijd zowel vooruit als achteruit kan lopen. ‘Er is geen enkele mathematische reden waarom hij niet even van richting zou kunnen veranderen,’ stelt Bierman. ‘Oké, als je een ei bakt, heb je het over processen die onderhevig zijn aan de tweede wet van de thermodynamica, daar zal de tijdrichting niet zomaar terugdraaien. Maar bij de processen die in zo’n complex systeem als ons brein plaatsvinden, kan ik me best voorstellen dat het af en toe zo is dat de fysica die terugloop in de tijd even toelaat.’

En wie eenmaal die denkstap wil zetten, wie eenmaal de mogelijkheid serieus neemt dat oorzaak en gevolg soms omgedraaid kunnen zijn, die ziet ineens een verrassend sluitende verklaring opdoemen voor bijna alle paranormale verschijnselen: dat ons brein soms onbewust een reisje in de tijd maakt en zo kennis van de toekomst opdoet. Die vervolgens ingezet wordt in het heden. Bij de presentimentexperimenten van Dick Bierman bijvoorbeeld, maar ook in zijn eerdere proefjes met telepathie en helderziendheid – of bij spontane live-oprispingen daarvan, natuurlijk.

Het geheim zit ’m vervolgens in de feedback, vermoedt Bierman. Want wie zo’n tijdsprongetje maakt, heeft nog steeds geen weet van álles, maar wél van de feedback die hij zal krijgen op bepaalde uitlatingen. Waarmee hij bijvoorbeeld ook een plausibele verklaring denkt te hebben voor de ‘buitenzintuiglijke waarnemingen’ waarmee sommige deelnemers aan het kro-programma Het zesde zintuig afgelopen maanden de aandacht trokken.

Vliegramp

In die meerdelige ‘wedstrijd’ werd een groepje mensen die zichzelf voor paranormaal begaafd hielden, aan een serie tests onderworpen. De latere winnares, ene Marchien uit Schagen, viel daarbij onder andere op door de dramatische manier waarop ze in de Haagse Gevangenenpoort de moord op de gebroeders De Witt aanvoelde. Ze had naar eigen zeggen het idee dat ze gemarteld werd en dat er met lichamen werd gesleept.

Nee, Bierman heeft de serie niet gezien – hij heeft weinig met dat soort pseudo-wetenschappelijke toestanden. Wat niet wegneemt dat hij best wil geloven dat Marchiens optreden sommige kijkers de rillingen over de rug joeg. Alleen, die historische sensaties van haar, die neemt hij met een korrel zout. ‘Het lijkt alsof ze over informatie beschikte die er niet kon zijn, maar die gegevens kwamen volgens mij uit toekomstige feedback. Wat zij voorvoelde – als dat al waar is –, is dat de programmaleiding zou zeggen: o ja, zoiets is hier inderdaad gebeurd. Had ze helemaal geen reacties gekregen, dan was ze nérgens geweest. In mijn theoretisch denken in ieder geval niet. Daarin is precognitie zonder feedback onmogelijk.’

Biermans ‘tijdreistheorie’ verklaart niet alleen op elegante wijze een hele reeks verschijnselen die de mainstream-wetenschap nog paranormaal noemt

– ‘niet op natuurlijke wijze verklaarbaar’. Ze biedt ook een mooie verklaring voor het frustrerende feit dat paranormale fenomenen vaak in het niets lijken op te lossen naarmate je ze intensiever bestudeert.

Zoals in het geval van de Amerikaanse onderzoeker die het zwakke precognitie-effect waar Bierman al jaren onderzoek naar doet, wilde versterken door bij honderd mensen tegelijk de huidgeleiding te meten. Dit vanuit de gedachte: hoe meer je meet, hoe robuuster de data worden. ‘Hij wilde een early warning system voor vliegtuigen ontwikkelen,’ vertelt Bierman. ‘Het idee was dat iedereen straks tijdens de vlucht met een vinger in een meetapparaatje zit, zodat de piloot drie seconden van tevoren wordt gewaarschuwd: het gaat mis!’

Maar het onderzoek leverde niets op, het precognitie-effect verdween zelfs helemaal – en dat was precies wat Bierman de Amerikaan had voorspeld. ‘Ik heb tegen hem gezegd: Wat jij probeert is een honderd procent zekere uitspraak over de toekomst te krijgen, en dat laat de fysica gewoon niet toe.’

Want stel je nou eens voor, zegt de hoogleraar. Dan vliegen we straks massaal rond met onze vingers in zo’n meetapparaat, dan voorvoelen we met z’n allen een verschrikkelijk ongeluk, dan weet de gewaarschuwde piloot op het nippertje dat ongeluk te voorkomen – maar waar is ons voorgevoel in dat geval op gebaseerd? ‘Dan hebben we een interventieparadox gecreëerd, en van paradoxen moet de natuur niets weten. Die laat niet toe dat we meer grip krijgen op onze voorspellingen. Er zijn zelfs fysici die waarschuwen dat onze kosmos zal verdwijnen als we die presentimentexperimenten gaan manipuleren.’

En dan citeert Bierman het bekende gedicht ‘De tuinman en de dood’, waarin een man naar Isfahan vlucht omdat hij tijdens het snoeien in de rozentuin de Dood is tegengekomen. Terwijl Isfahan nou precies de stad was waar de Dood de tuinman zou komen halen. ‘Je kunt voorgevoelens wel serieus nemen,’ is zijn conclusie, ‘maar je hoeft er niet iets mee te doen. Want als ze echt waren, komen ze toch uit. Ja, ik ben fatalistisch, ik hoef de wereld niet zo nodig te beheersen. Maar dat is best een rustgevende instelling.’[/wpgpremiumcontent]