Het promotieonderzoek van Renske Keizer ging over kinderloosheid. Geen kinderen krijgen zou voor vrouwen erger zijn dan voor mannen. Een vrouw ontleent immers een groter deel van haar identiteit aan het moederschap dan een man aan zijn vaderschap?

De cruciale rol van een vader in een meisjesleven

De relatie tussen vader en dochter is net als het lampje in de koelkast: het is er, maar we merken h...

Lees verder

Dat bleek niet te kloppen. De impact van kinderloosheid op mannen is anders dan op vrouwen, maar niet minder groot. Maar wat doet het vaderschap dan precies met mannen?

Dat is de vraag die Renske Keizer onderzocht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waaraan ze is verbonden als familiesocioloog en begin dit jaar tot voltijds hoogleraar werd benoemd. Daarbij doet ze als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam sinds een paar jaar onderzoek naar wat betrokken vaderschap doet met kinderen.

Haar drijfveer: over de grenzen tussen wetenschapsgebieden heen denken. Vanuit de pedagogiek wordt vooral gekeken naar het gedrag van het individu, vanuit de sociologie naar structuur en context. Die twee perspectieven wil Keizer samenbrengen.

Waarom is meer inzicht in vaderschap zo belangrijk?

‘Door twee tendensen kwam er meer aandacht voor de rol van de vader en de ontwikkeling van het kind. In de jaren zestig en zeventig steeg het echtscheidingspercentage enorm, dat begon in Amerika.

Onderzoekers daar zagen dat het met kinderen uit gezinnen zonder vader minder goed gaat. Daarnaast was er de tendens dat steeds meer vrouwen na de geboorte van hun kind bleven participeren op de arbeidsmarkt. Daardoor ontstond in gezinnen meer ruimte voor de man om de rol van een betrokken vader op zich te nemen.

Die twee tendensen hebben geleid tot een tweedeling in het vaderschap. Aan de ene kant heb je de meer betrokken vaders van intacte gezinnen. Die zijn vaak hoger opgeleid, hebben een betere relatie met de moeder, een stabiele carrière en ze beschikken over sociale en financiële hulpbronnen, waardoor ze kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van hun kind.

Aan de andere kant heb je de minder betrokken vaders, die vaker laagopgeleid zijn, gescheiden zijn of een minder goede relatie hebben met de moeder en weinig of geen contact hebben met de kinderen. Wat mij intrigeert is: zien we hier een polarisatie?

En daaraan gekoppeld: wat zijn de implicaties daarvan voor kinderen? Ontstaat er als gevolg van die polarisatie ook een groeiende kloof tussen de kinderen als het gaat om hun cognitieve, sociaal-emotionele en gedragsontwikkeling?’

Afwezige vaders benadelen de ontwikkeling van het kind?

‘Ja, maar ik wil breder kijken dan alleen naar de band tussen vader en kind. Relaties binnen een familie zijn afhankelijk van elkaar. Het effect van de vader op de ontwikkeling van het kind kan ook afhangen van wat een moeder, een stiefvader of de grootouders doen.

In een van mijn studies heb ik bijvoorbeeld gevonden dat als de kwaliteit van de relatie tussen ouders slecht is, de positieve invloed van de vader op het kind sterker is. Blijkbaar vervullen vaders dan een bufferfunctie.

Ook wil ik over landsgrenzen kijken. Het meeste onderzoek naar de invloed van de vader komt uit Amerika. Maar de populatie vaders daar is meer divers als het gaat om etnische achtergrond, en er zitten meer vaders in de gevangenis. Betaald vaderschapsverlof kennen ze er niet.

In Scandinavië proberen ze ongelijkheid in de mate waarin ouders kunnen investeren in hun kinderen zo veel mogelijk op te heffen. Om een goed beeld te krijgen van wat vaders nu echt doen met de ontwikkeling van het kind, moet je internationaal vergelijkingsonderzoek doen.’

Wat is er uniek aan vaders?

‘Het stereotiepe idee is dat in de opvoeding de moeders de veilige haven zijn. Zij stellen de kinderen gerust en bieden troost. Zoals de moeder de veilige haven is, is de vader het bootje dat uitvaart.

TEST
Doe de test »

Durf je je te binden in relaties?

Vaders verleggen meer dan moeders de grenzen van kinderen, door nieuwe situaties aan te gaan en spannende dingen te doen. We weten alleen niet in hoeverre dat uniek is aan vaders. Komt het door het geslacht of is het meer de rolverdeling?

Er zijn onderzoekers die zeggen dat uniek aan de vader bijvoorbeeld zijn taalgebruik is. Moeders doen aan scaffolding, het aanpassen van het taalniveau aan dat van het kind. Verkleinwoordjes, hogere stem, het gebruik van simpele woorden. Vaders doen dat niet en dat zouden ze bewust doen om het kind voor te bereiden op de buitenwereld.

Maar er zijn ook wetenschappers die zeggen dat vaders complexere taal hanteren doordat ze hun kinderen minder vaak zien dan moeder en dus minder goed op de hoogte zijn van het taalniveau van het kind. Dat voedt de discussie of het verschil in taalniveau veroorzaakt wordt door het geslacht of door de rollen die beide ouders op zich nemen.’

Wat heeft een kind precies aan een betrokken vader?

‘Onderzoek lijkt te laten zien dat kinderen met betrokken vaders gelukkiger zijn, het beter doen op school en minder delinquent gedrag vertonen.

Verder blijkt dat jongens met een betrokken vader op latere leeftijd meer gelijkwaardig denken over mannen en vrouwen en over de rolverdeling thuis. Ze hebben ook echt een groter aandeel in de zorgtaken. Bij dochters met een betrokken vader zie je dat ze later meer participeren op de arbeidsmarkt.’

Kinderen van gescheiden ouders zijn vaker bij de moeder. Worden vaders benadeeld?

‘Het is niet meer zo dat kinderen uitsluitend of voornamelijk aan hun moeder worden toegewezen. Wel is het zo dat in Nederland de moeder vaak de primaire opvoeder is.

In veel gezinnen is de vader de kostwinner en is de moeder vaker thuis bij de kinderen. Beide ouders zorgen op die manier voor de kinderen, maar in een scheiding wordt vaak besloten dat de primaire opvoeder, meestal de moeder dus, de kinderen de meeste dagen van de week krijgt.’

Is het typisch Nederlands, die moeder-ideologie?

‘Ja, en dat heeft een geschiedenis. In de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal, in tegenstelling tot Duitsland, België en Frankrijk.

In die landen sneuvelden veel mannen en moesten de vrouwen gaan werken in de fabrieken. Vanaf de jaren tien, twintig in de vorige eeuw werden vrouwen daar dus gedwongen te participeren op de arbeidsmarkt.

In de Tweede Wereldoorlog had Nederland een relatief kleine rol vergeleken met de landen om ons heen. Wederom waren hier dus minder vrouwen genoodzaakt te werken.

Tijdens de wederopbouw bleven de vrouwen in het buitenland werken. Hier vonden we het eigenlijk wel een luxe als vrouwen dat niet hoefden. Laat hen de opvoeding doen, was het idee, dan halen we arbeidsmigranten uit het buitenland om de economie weer te laten draaien. Zo heeft de vrouw hier een grotere rol gekregen in de opvoeding.’

Veel vrouwen trekken opvoedtaken naar zich toe omdat ze denken dat ze het beter kunnen – het zogenoemde maternal gatekeeping.

‘Als het idee is dat je als vrouw niet hoeft te werken en je belangrijkste taak het gezin is, wil je liever geen inmenging. Zo van: ik ben de koningin op dit domein, laat mij dan ook die rol vervullen.

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Voor ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd
Bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Hoe je met de zorgtaken omgaat, is denk ik afhankelijk van waar je woont en wat er aan voorziening mogelijk is. In België gaan kinderen al met 2,5 jaar naar de voorschool. Ze zijn daar vijf dagen per week en krijgen er een warme maaltijd. Dat maakt het voor moeders mogelijk fulltime te werken. In Scandinavië hetzelfde. Daar hebben ze een hoge kwaliteit kinderopvang die niet duur is. In die landen laat een goede moeder haar kind fulltime naar de kinderopvang gaan.

In Nederland besteed je een kind hooguit drie dagen uit, anders ben je geen goede moeder, is het idee. Maar het heeft ook te maken met hoe we denken over de kwaliteit en de kosten van de opvang. Laagopgeleide vrouwen zeggen vaak niet te gaan werken omdat het geld rechtstreeks naar de kinderopvang gaat. Waarom zou je dan kiezen voor al die stress van de combinatie werken-zorgen?’

U heeft drie kinderen en werkt fulltime. Doet u zelf ook aan maternal gatekeeping?

‘Mijn man doet veel in de opvoeding, maar als hij de kinderen een paar dagen achter elkaar heeft weggebracht, denk ik: ik moet het weer doen. Dan voel ik toch dat het mijn domein is.’

Begrijpt uw omgeving uw keuze voor fulltime werken?

‘Mijn jongere, vrouwelijke collega’s hebben vaak iets van: wauw, wat goed. Maar op de school van mijn oudste heb ik weleens meegemaakt dat iemand vroeg of ik iets kon doen voor een knutselmiddag – en vervolgens meteen een hand op mijn arm legde met de woorden: “O nee, jij werkt zo veel.” Zo van: dat had ik niet hoeven vragen, jij komt toch niet.

De consequentie van veel werken is dat je niet elke dag om drie uur op het schoolplein kunt staan. Maar ik denk dat ik een goed rolmodel kan zijn voor mijn kinderen als ik ze laat zien dat thuis voor mij heel belangrijk is, maar dat ik ook nog andere rollen wil vervullen in mijn leven.’

Vaders nemen vaak alleen verlof op als ze betaald krijgen…

‘Dat klopt, 30 procent van de Nederlandse vaders geeft aan meer betrokken te willen zijn bij de kinderen, maar zegt dat het financieel niet haalbaar is, of dat ze vrezen voor consequenties voor hun carrière.

We weten uit onderzoek dat vaders die parttime werken inderdaad gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt en minder promotie maken. Als in Nederland dan toch de belangrijkste rol van de vader het kostwinnerschap is, dan denk je als vader nog wel drie keer na voordat je verlof opneemt.

Een Deens voorbeeld is interessant. Het idee is dat daar gelijkwaardig wordt gedacht over mannen en vrouwen. Er was voorheen goede wetgeving voor vaderschapsverlof, en als een man dat opnam, werd het ook geaccepteerd. Vaders deden dat in groten getale.

Maar toen schafte de nieuwe, rechtsere regering, het betaalde verlof af. De veronderstelling was dat vaders wel verlof zouden blijven opnemen, gezien de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen en de cultuur waarin het vaderschapsverlof geaccepteerd was. Niet dus.

Toen de wetgeving en de financiële bijdrage wegvielen, namen de vaders geen verlof meer op. Dat sterkt me in het idee dat, ook als de cultuur goed is, wetgeving en financiële prikkeling nodig zijn om vaders verlof te laten opnemen.’

Renske Keizer (1983) is bijzonder hoogleraar pedagogiek aan de UvA. Ze bekleedt een leerstoel over de rol en pedagogische betekenis van vaderschap. De leerstoel is ingesteld door het Vader Kennis Centrum, dat wil stimuleren dat beide ouders actief betrokken zijn bij de opvoeding. Keizer is ook hoogleraar familiesociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.