Veel auteurs schrijven over hun eigen getormenteerde persoonlijkheid of die van anderen. Psycholoog Ranne Hovius vroeg zich af of er een relatie is tussen waanzin en creativiteit. Daar vindt ze weinig bewijs voor in haar nieuwe boek Vogels van waanzin, maar het staat wel vol spannende verhalen over gekke mensen die vervreemd raken van de maatschappij. Van de hoofdpersoon in Couperus’ begin twintigste-eeuwse De boeken der kleine zielen tot die in het recente Bonita Avenue van Peter Buwalda. En passant schetst Hovius de verandering in het denken over psychiatrische aandoeningen in die periode. Het is een boeiende speurtocht geworden naar de betekenis van waanzin in de literatuur, die appelleert aan een van onze eigen basisangsten: de angst om gek te worden.