Het was een radicaal experiment. Zes maanden voor haar bruiloft besloot sociologe Kjerstin Gruys om niet meer in de spiegel te kijken. Geen week, geen maand, maar een heel jaar lang. 365 dagen zou ze haar spiegelbeeld niet zien.

Training

Denk je slank

  • Ontwikkel een sterke wilskracht
  • Ontdek eetgewoontes die bij je passen
  • Afvallen met blijvend resultaat
bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

De Amerikaanse nam geen halve maatregelen: ze dekte de spiegels af in haar huis en ontweek haar reflectie in winkelruiten. Als ze naar de wc ging op haar werk, koos ze dat hokje waar ze niet direct oog in oog stond met zichzelf als ze weer naar buiten stapte. Anderen moesten haar na het eten vertellen of ze nog een stukje spinazie tussen haar tanden had.

De reden? Ze was het zat om steeds maar bezig te zijn met de vraag hoe ze eruit zou zien in haar trouwjurk. ‘Ik dacht steeds: als ik een paar kilo afval, zal die jurk me veel beter staan. Ik had weinig plezier in het voorbereiden van mijn huwelijk.’ Ze wilde zich focussen op het feit dat ze ging trouwen met de liefde van haar leven, niet op hoe ze eruitzag.
De tijd zonder spiegel werkte inderdaad bevrijdend, blijkt uit het boek dat Gruys over haar ervaringen schreef. Ze merkte dat haar gedachten over haar uiterlijk steeds minder plek innamen. Niet direct, want in het begin namen ze alleen maar toe. Maar na ruim een maand had ze meer ruimte in haar hoofd voor vrienden, familie en werk. Meer ruimte, zoals ze later in een interview zei, ‘voor de dingen die er écht toe doen’.

Ons lichaamsbeeld is het subjectieve beeld dat we van ons eigen lichaam hebben. Subjectief omdat het beeld niet per se hoeft te kloppen met de werkelijkheid. Veel vrouwen overschatten bijvoorbeeld de breedte van hun lichaam: ze denken dat hun billen, benen en buik dikker zijn dan ze in werkelijkheid zijn.
Verder bestaat ons lichaamsbeelduit verschillende componenten, zegt klinisch psychologe Jessica Alleva, die verbonden is aan de Universiteit Maastricht. Het is niet alleen hoe je over je lichaam denkt en wat je daarbij voelt, maar ook hoe je je gedraagt, of je bijvoorbeeld vaak op dieet bent, veel in de spiegel kijkt, of strakke of juist verhullende kleding draagt.

Het is lastig om exact te zeggen hoeveel mensen – net als de spiegelmijdende Gruys – een negatief lichaamsbeeld hebben, maar dat het er een hoop zijn is duidelijk. Uit internationaal onderzoek zou blijken dat ongeveer de helft van de vrouwen een negatief lichaamsbeeld heeft, waarvan weer de helft zo ontevreden is dat ze er echt last van heeft. Cijfers die volgens Alleva ook op Nederlandse vrouwen van toepassing zijn. Mannen zijn tevredener: ‘Bij hen heeft zo’n 30 procent een negatief lichaamsbeeld en zou graag gespierder zijn.’

Opvallend genoeg stijgt de tevredenheid van vrouwen maar mondjesmaat met het klimmen der jaren. Alleva: ‘Oudere vrouwen zijn inderdaad vaak net zo ontevreden als jonge. Wel neemt het belang wat ze aan hun uiterlijk hechten af. Ze zijn niet blij met hun rimpels, maar hebben wel meer respect voor hun lijf; ze waarderen dat ze gezond zijn of kinderen hebben gebaard.’

Grote opoffering

Hoe ver de ontevredenheid met ons uiterlijk kan gaan, bewijst een opmerkelijke enquête die een paar jaar geleden werd gedaan door een stichting tegen eetstoornissen en een Britse universiteit. Ze vroegen studentes op campussen door het hele land wat zij zouden overhebben voor het perfecte uiterlijk. Drie op de tien studentes waren bereid een aantal jaar van hun leven te geven voor het perfecte lichaam. Anderen zouden in ruil voor een prachtig lijf een paar duizend pond salaris inleveren of een promotie aan hun neus laten voorbijgaan.

Wat we overhebben voor een mooie buitenkant laten ook de jongste cijfers zien van de International Society of Aesthetic Plastic Surgery. Wereldwijd werden er afgelopen jaar zo’n 20 miljoen cosmetische en plastische ingrepen uitgevoerd, waaronder 5 miljoen botoxbehandelingen, 2,7 miljoen behandelingen met fillers en bijna 1,5 miljoen borstvergrotingen.

Het is sowieso al akelig om ongelukkig te zijn met je lichaam, maar het heeft ook nog allerlei onprettige en soms zelfs verstrekkende consequenties. Alleva somt moeiteloos een lijst op van zaken die gerelateerd zijn aan een negatief lichaamsbeeld, zoals gebrekkig zelfvertrouwen, eetstoornissen en depressies. Onvrede met je lichaam werkt bovendien demotiverend. ‘Veel mensen denken dat wie niet blij is met zijn lichaam gemotiveerder is om bijvoorbeeld te gaan sporten of gezond te eten. Maar het is juist het tegenovergestelde: wie slecht over zijn lichaam denkt zorgt er minder goed voor en blijft eerder op de bank zitten.’

Nog onzekerder

Een negatief lichaamsbeeld beïnvloedt ook je sociale leven. Wie slecht over zijn of haar uiterlijk denkt, denkt ten onrechte dat anderen dat óók doen. In haar promotieonderzoek bewees Alleva dit met een ingenieus experiment. Daarin kregen de deelneemsters op de computer foto’s van zichzelf of van een onbekende vrouw te zien. Na elke foto kwam er een matrix met verschillende gezichten in beeld: sommige keken goedkeurend, andere afkeurend of neutraal. Achteraf moesten de deelneemsters schatten hoeveel van de gezichten afkeurend hadden gekeken. Wat bleek: hoe negatiever de vrouwen over hun eigen lichaam dachten, hoe meer ze de hoeveelheid afkeurende gezichten overschatten nadat hun eigen foto te zien was geweest. Ging het om de foto van de onbekende vrouw, dan overschatten ze de negatieve feedback niet.

Wat de gevolgen zijn van die neiging tot overschatten heeft Alleva niet onderzocht, maar ze heeft er wel een idee over: ‘Als je denkt dat anderen je uiterlijk afkeuren, ben je wellicht minder geneigd om andere mensen te benaderen. Ook kan er een self-fullfilling prophecy ontstaan: omdat je er minder gelukkig uitziet, stappen anderen minder snel op je af en daardoor word je nog onzekerder.’

Fijner vrijen

Ons seksleven is een ander gebied waar twijfels over ons uiterlijk roet in het eten gooien. De Amerikaanse onderzoeker Thomas Cash en zijn collega vergeleken vijftig vrouwen die zich erg bewust waren van hun lichaam met vijftig vrouwen die dat niet waren. Het bleek dat deze laatste groep veel meer plezier tussen de lakens had: ze beleefden bijna twee keer zo vaak een orgasme. De oorzaak is volgens Cash iets wat hij spectatoring, toeschouwer-zijn, noemt. Door je te richten op hoe je lichaam eruitziet is het minder makkelijk om op fysieke sensaties te letten, jezelf daarin te verliezen en te genieten.

Training

Denk je slank

  • Ontwikkel een sterke wilskracht
  • Ontdek eetgewoontes die bij je passen
  • Afvallen met blijvend resultaat
bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

Wie het wetenschappelijk onderzoek leest, zou bijna vergeten dat er gelukkig ook nog mensen zijn die blij zijn met hun lichaam. Volgens psychologe Tracy Tylka, verbonden aan de Ohio State-universiteit, is er tot nu toe dan ook vooral gekeken naar wat je kunt doen om een negatief lichaamsbeeld te verminderen. Weinig onderzoek is er gedaan naar hoe je een positief lichaamsbeeld krijgt. ‘Hoe je mensen kunt helpen om hun lichaam te waarderen, respecteren, eren en vieren.’
Dat is een belangrijk verschil, benadrukt ze, want de afwezigheid van een negatief lichaamsbeeld hoeft niet per se te betekenen dat je een positief lichaamsbeeld hebt. En inderdaad lijken er drie groepen mensen te bestaan: degenen met een negatief, een neutraal en een positief lichaamsbeeld.

Wat is het geheim van deze laatste groep? Wat kunnen anderen van hen leren? Tylka nam de literatuur door en ontdekte dat deze vrouwen een aantal dingen met elkaar gemeen hebben. Sommige overeenkomsten zijn vrij voor de hand liggend. Zo richten deze vrouwen als ze in de spiegel kijken hun aandacht op de dingen die hun bevallen, niet op de minpunten. Ook zijn ze ervan overtuigd dat wat iemand mooi maakt bepaalde eigenschappen zijn, zoals enthousiasme of vriendelijkheid, en niet hun fysieke kenmerken. Bovendien zorgen ze goed voor hun lijf, door te sporten, zichzelf af en toe te verwennen met een dagje naar de sauna, en hebben ze een gezond eetpatroon. Alleva: ‘Deze vrouwen eten intuïtief: ze eten wanneer ze honger hebben – niet als reactie op stress of emoties – en ze stoppen als ze genoeg hebben.’

Wat je lichaam allemaal kán

Verrassender is de constatering dat deze vrouwen met een heel andere blik naar hun lichaam kijken: ze richten zich niet op hun uiterlijk, maar op de functionaliteit van hun lichaam. Ze waarderen hun lijf om wat het doet, en niet om hoe het eruitziet. Naar deze strategie deed ook Alleva onderzoek. Ze gaf vrouwen met een negatief lichaamsbeeld een aantal keren de opdracht om te schrijven over wat hun lichaam allemaal kan, en waarom ze daar zo blij mee waren.
Ter inspiratie kregen de vrouwen een lange lijst met voorbeelden, zoals praten, kussen, rennen, knuffelen, eten, slapen, schrijven, tekenen, en voedsel verteren. Alleva: ‘Dat deden we omdat eerder bleek dat het voor veel vrouwen lastig is om in dit soort termen over hun lijf te denken. Puur omdat ze het niet gewend zijn. Terwijl ze zó kunnen opsommen wat ze niet mooi vinden aan zichzelf.’
De ene keer schreven de vrouwen over hun gezondheid, de andere keer wat hun lichaam betekende in relatie tot anderen, of welke creatieve dingen hun lichaam kon. ‘Eén vrouw schreef bijvoorbeeld dat ze met haar lichaam kon dansen, en dat dat belangrijk voor haar was omdat het een manier was om plezier te maken en zichzelf te uiten.’ Al na drie keer schrijven voelden de vrouwen zich beter over hun lichaam, zegt Alleva. Een krachtig middel dat een week later nog steeds effect had. Hoewel de vrouwen in het onderzoek van Alleva een erg negatief lichaamsbeeld hadden, verwacht de psychologe dat deze methode ook werkt voor vrouwen met een minder negatief, neutraal of zelfs positief lichaamsbeeld.

Barbie versus Emme

Wat het erg lastig maakt om niet te veel te focussen op hoe ons lichaam eruitziet, is dat we dagelijks een stortvloed aan perfecte beelden over ons heen krijgen. Plus de boodschap dat we gelukkiger zouden zijn als ons pluishaar zou zijn getemd, onze benen permanent onthaard en rimpels weggesmeerd. Als je alle onderzoeken – zowel experimenteel als correlationeel – bij elkaar neemt, wordt duidelijk dat we door al die boodschappen minder tevreden zijn met ons uiterlijk. Vooral als we daar toch al onzeker over zijn.

Was het vroeger alleen in bladen en op tv, nu zien we ook op Facebook en Instagram de mooiste foto’s voorbijschieten. Onbekende bloggers laten hun wasbordjes zien en onze vrienden posten precies die foto’s waarop ze het beste voor de dag komen – dat doen we zelf natuurlijk ook. In een onderzoek werd gekeken hoeveel tijd jonge vrouwen besteden aan Facebook. Hoe meer tijd ze doorbrachten op dit platform, hoe ongelukkiger ze waren met hun uiterlijke verschijning. Ook hier valt te leren van de deelneemsters uit Tylka’s onderzoek die een positief lichaamsbeeld hebben. Ze zijn – in de woorden van de psychologe – ‘mediawijs’: ze beseffen dat zulke foto’s bewerkt zijn of niet de hele waarheid laten zien, en staan er kritisch tegenover.

De invloed van onrealistische beelden begint overigens al vroeg. Zo heeft 99 procent van de meisjes in de Verenigde Staten een of meer barbiepoppen: hoogblond, slank, met onmogelijk lange benen en een wespentaille. Hoewel er veel gespeculeerd is over de negatieve invloed van Barbie op het lichaamsbeeld van meisjes, was er tot voor kort nog geen direct onderzoek naar gedaan. Daarom besloten de Britse psychologe Helga Dittmar en haar collega’s dat te doen. Ze lieten meisjes van 5 tot 8 jaar oud boekjes zien waarin óf Barbie de hoofdrol speelde, óf Emme, een pop met gangbare proporties. De meisjes die de boekjes met Barbie-plaatjes hadden gezien, waren minder tevreden met hoe ze er zelf uitzagen en wilden vaker dunner zijn.

Realistischere blik

Het is lastig om je te onttrekken aan de invloed van perfecte plaatjes, zegt psychologe Jessica Alleva. ‘Ook al weet je dat de beelden onrealistisch zijn, toch internaliseer je deze idealen. Je weet dat dit is wat mensen mooi vinden.’ Daarom is het volgens haar niet genoeg om met een kritisch oog naar dit soort foto’s te kijken. ‘Daarnaast is het belangrijk om je te richten op de functionaliteit van je lichaam én om een breed concept te hebben van wat “mooi” precies inhoudt. Dat je denkt: ja, die vrouwen in advertenties zijn mooi, maar een vollere vrouw is óók prachtig.’

En het ‘spiegelvasten’? Helpt dat om een positief lichaamsbeeld te krijgen? Hoewel het bevrijdend kan voelen, is het volgens experts nog maar de vraag of het werkt om je eigen reflectie zo drastisch te vermijden. Ook Alleva is er kritisch over: ‘Voor iemand die de hele dag in de spiegel kijkt, helpt het vast om zichzelf wat beperkingen op te leggen. Maar als mijn collega’s en ik werken met mensen die problemen hebben met hun lichaamsbeeld, vragen we hun juist om voor de spiegel te gaan staan; we leren ze daar te focussen op lichaamsdelen die ze wél mooi vinden.’ Precies het tegenovergestelde van ‘vasten’ dus.
Het lijkt erop dat dit de beste strategie is om je lekkerder in je lijf te voelen: niet meer over je lichaam nadenken in termen van mooi of lelijk, en het niet bekritiseren omdat het imperfect is. Beter is het om je te richten op wat je lichaam allemaal voor je doet. Het draagt je tenslotte door het leven, en daar mag het best wat waardering voor krijgen.

Bronnen o.a.: Th.F. Cash, L. Smolak (editors), Body Image, second edition, A handbook of science, practice, and prevention, The Guildford Press, 2012 / J. Alleva, Body matters; interventions and change techniques designed to improve body image, Universitaire Pers Maastricht, 2015 / S. Grogan, Body Image: understanding body dissatisfaction in men, women and children, Routledge, 2007

Fat talk

Je negatief uitlaten over je eigen lichaam, is iets wat veel vrouwen doen: ‘In deze broek heb ik een dikke kont’, ‘Met die heupen van mij kan ik maar beter niet snoepen’. Dat is niet goed voor hun lichaamsbeeld, maar volgens de Amerikaanse lichaamsbeeldonderzoeker Thomas Cash denken vrouwen dat fat talk van hen wordt verwacht. In een experiment liet hij zijn proefpersonen allerlei scenario’s lezen, waarin ene Jenny positief (‘Ik ben tevreden met mijn gewicht, ik denk niet dat ik op dieet moet’) of juist negatief (‘Ik ben ontevreden met mijn gewicht, ik moet echt op dieet’) over zichzelf sprak. Een grote meerderheid van de vrouwen – én mannen – dacht dat anderen Jenny aardiger zouden vinden als ze zich negatief uitliet over haar gewicht. Volgens Cash voelen vooral vrouwen met overgewicht druk om zich negatief over hun uiterlijk uit te laten.

7 x het ideale lichaam

Vrouwen die blij zijn met hun lichaam hebben de volgende eigenschappen, ontdekte de Amerikaanse psychologe Tracy Tylka:

1 Ze waarderen hun lichaam om wat ze ermee kunnen, zoals liefhebben, lopen en slapen, in plaats van hoe het eruitziet.
2 Ze accepteren hun lichaam inclusief de imperfecties en richten zich op de dingen die ze mooi vinden in plaats van op de minder sterke punten.
3 Ze hebben een ruime opvatting van wat ‘mooi’ is. Ook vinden ze dat iemand mooi is dankzij bepaalde eigenschappen en niet dankzij uiterlijke kenmerken.
4 Ze zijn mediawijs en kijken met een kritisch oog naar perfecte plaatjes in bladen, op internet en op televisie.
5 De belangrijke mensen in hun leven waarderen hen om wie ze zijn, niet om hoe ze eruitzien. Als ze complimenten krijgen over hun uiterlijk, is dat over dingen die veranderbaar zijn, zoals haarstijl of kleding.
6 Ze hebben mensen om zich heen verzameld die óók positief over hun lichaam denken. Uit onderzoek blijkt dat wie deel uitmaakt van dezelfde vriendenclub, zich vaak in dezelfde mate zorgen maakt over haar uiterlijk en even vaak op dieet is.
7 Ze zorgen goed voor hun lichaam door te ontspannen, te sporten en gezond te eten. Lijk ik dik in deze broek?