De schrijver

Hoe belangrijk is privacy voor u?

‘Volgens mij is er een oneindig veel grotere deugd dan privacy, namelijk eerlijkheid. Het is natuurlijk goed dat bijvoorbeeld de overheid belemmerd wordt in haar neiging lles van burgers te willen weten. Maar de modieuze overschatting van privacy werkt in de hand dat in het menselijk verkeer oneerlijkheid de norm dreigt te worden. Nooit zeggen wat je van iemand vindt, tot de dood erop volgt. Privacy als excuus, als gemakkelijke schuilplaats. Privacy mag hoe dan ook géén criterium zijn om een gedicht, roman of dagboek op te beoordelen. Je krijgt slechte literatuur, en dus ook een slecht dagboek, als de auteur zich bij voorbaat als een soort privacy-politie opstelt.’

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

En de privacy van anderen? Laat u weleens bewust bepaalde dingen weg?

‘Uiteraard geeft de kwaliteit van de aantekeneningen bij het persklaar maken van de dagboeken steeds de doorslag. Een dagboek als het mijne staat of valt immers met de oprechtheid ervan. De privacy van derden wordt enigszins gewaarborgd door onbekende figuren schuilnamen te geven en soms al te herkenbare omstandigheden te veranderen. Bij bekende persoonlijkheden lukt dat natuurlijk niet, die behoeven ook minder bescherming. Schrappen doe ik soms ook, bijvoorbeeld

onnodige schimpscheuten of onbenullige onthullingen die er in het ‘verhaal’ niet toe doen, maar die wél voor veel verdriet zouden zorgen.’

Hebben mensen weleens geklaagd over uw openhartigheid jegens hen?

‘Blijkbaar ga ik alleen met heel verstandige mensen om. Lieden kunnen jaren blijven zeuren over een ongunstige boekbespreking. Maar over dingen die ik mijn dagboek schrijf, heb ik van direct betrokkenen zelden of nooit iets onaangenaams gehoord. Al weet ik dat sommigen ervoor hebben gekozen de dagboeken niet te lezen. Uit zelfbescherming, om niet geconfronteerd te worden met pijnlijke feiten uit het verleden. Maar men is zo wijs niet de boodschapper te blameren: dat verleden zelf is pijnlijk, niet de weergave ervan in het dagboek. Dat serieuze klachten uitblijven, heeft wellicht te maken met de waarachtige intentie van mijn notities, met het feit dat het zo nadrukkelijk mijn strikt persoonlijke visie is, én dat ik ook de meest duistere kanten van mezelf laat zien.’

U houdt tot op de dag van vandaag uw dagboek bij. Bent u anders gaan schrijven, bijvoorbeeld over uw seksualiteit of verliefdheden, sinds u weet dat uw ontboezemingen te zijner tijd in de openbaarheid zullen komen?

‘Na zo’n zestig jaar is dagboek schrijven een tweede natuur geworden. Ik geloof daarom ook dat ik met dezelfde instelling schrijf als vroeger, toen ik nog geen idee had dat de geheimen openbaar zouden worden. Als ik mijn dagboek uit de bureaulade pak, doe ik dat nog steeds louter en alleen voor mezelf en ik denk dan absoluut niet aan de lezer van later. Dat – wie weet – de hartstochten in de jaren negentig minder fel zullen overkomen dan die uit de jaren vijftig, ligt zeker niet aan de dagboekschrijver Hans Warren, maar aan de mens Hans Warren, die inmiddels de jeugd behoorlijk ver voorbij is.’