Liefde

‘Deze waarde heb ik toevallig bovenaan gezet, maar dat vind ik eigenlijk ook wel een goede plek, omdat ik het zonder de liefde wel heel kaal zou vinden. Helemaal aan het einde van haar leven zei Annie M.G. Schmidt: “Uiteindelijk draait het allemaal om de liefde”, en dat zal denk ik ook voor mij gelden. Liefde is een soort kacheltje – je kunt best overleven zonder, maar de wereld wordt er een stuk kouder en ongezelliger van.

In mijn boeken gaat het vaak over de liefde. In Sonny Boy bijvoorbeeld wagen de twee hoofdpersonen hun leven voor anderen, en ik denk dat de liefde tussen die twee daar een belangrijke rol bij speelde. Zoals een oude verzetsvrouw tegen me zei: “Mensen die het gevoel hebben dat ze veel krijgen, kunnen ook veel geven.”

Je vrienden en familie kunnen natuurlijk ook goed in basiswarmte voorzien, maar wat ik mooi vind van de romantische liefde is dat het een van de weinige krachten is die mensen ertoe brengt zichzelf echt ter discussie te stellen, of zelfs te veranderen. Vrienden, familie en collega’s kunnen nog met een boog om je heen lopen als je je onuitstaanbaar gedraagt, maar je partner zit zo dicht op je huid dat hij er wel iets van móét zeggen. Als mens heb je de natuurlijke neiging jezelf te blijven, en dat wordt in de huidige samenleving natuurlijk ook flink toegejuicht. Maar volgens mij kan het helemaal geen kwaad om door je omgeving eens een beetje gecorrigeerd en in vorm geduwd te worden. Weinig mensen komen tenslotte als volledig perfecte producten uit hun jeugd rollen.

Ik kom bijvoorbeeld uit een Fries, calvinistisch onderwijzersgezin, terwijl mijn vriend een vrolijke, sociale Limburger is. Waar hij is, is gezelligheid. Hij is gericht op genieten en plezier. Ik ben het ijverige type: eerst al je werk afmaken, dan pas mag je genieten. Het is dus heel goed dat mijn vriend mij af en toe achter de computer vandaan trekt: “Kom op, kijk eens naar het weer, we gaan nu naar buiten, zwémmen!” Hij heeft me echt leren genieten.

De liefde biedt mij dus de grootste uitdaging als het gaat om het verlaten van mijn eigen vooropgezette meningen over wat goed is. Ik ken mijn vriend nu veertien jaar, dat kan botsen en schuren, maar ik groei er wel van. Uiteindelijk is ’t het allemaal waard, omdat ik iemand heb van wie ik weet: hij kent me zó goed, hij kent me op mijn allerleukst en op mijn allerstomst, en hij houdt tóch van me.’

Innerlijke rust

‘Ik maak deel uit van een generatie vrouwen die is grootgebracht met het idee dat je alles kon en eigenlijk ook móést hebben. En die geweldige carrière, én die fantastische man, én die perfecte kinderen. Ondertussen is het lang niet iedereen gegeven om dat allemaal ook te kunnen, en in de praktijk leidt het vaak tot van die jachtige levens.

Ik ben er al vrij snel achtergekomen dat ik daar zelf niet voor in de wieg was gelegd. Ik ben er misschien te lui voor, of te dromerig. Ik heb veel tijd nodig om een beetje te lummelen en na te denken. Als er iets is waar ik diep ongelukkig van word, dan is dat wel om voortdurend van hot naar her te moeten rennen. Dus ik heb in een vrij vroeg stadium bedacht dat het misschien ook wel een geruststellend idee is dat je simpelweg niet alles kunt hebben.

Van kinderen is het bijvoorbeeld in mijn leven niet gekomen – niet omdat ze niet welkom waren, maar omdat de omstandigheden zich er niet voor leenden. Tegelijkertijd weet ik zeker dat als ze er wél waren geweest, ik nooit boeken was gaan schrijven. En dat is iets waar ik ook erg van geniet en wat me veel goeds heeft gebracht. Dus ik kan er heel goed mee leven dat het zo gelopen is.

Maar natuurlijk gebeuren er in mijn leven voortdurend onverwachte dingen die die innerlijke rust verstoren. De afgelopen jaren is mijn leven drastisch veranderd door het succes van mijn boeken. Dat heeft allerlei prettige consequenties. Ik hoef bijvoorbeeld niet meer zoveel over mezelf uit te leggen: als je mijn boeken kent, ken je mij ook wel. En nog altijd vind ik het geweldig dat mensen zoveel plezier beleven aan iets wat ik gemaakt heb. Maar er zijn ook minder leuke kanten aan. Zakelijk gedoe, geldkwesties, het feit dat ik ook mensen met minder goede bedoelingen aantrek. Het kost allemaal geweldig veel aandacht, en houdt me af van wat ik het liefst doe: schrijven.

Dat is eigenlijk de belangrijkste reden dat “innerlijke rust” zo hoog op mijn wensenlijstje staat: ik heb het nodig, wil ik überhaupt kunnen schrijven. Het huis op orde, iedereen in mijn omgeving tevreden en gelukkig, de plantjes water gegeven, de post beantwoord, een heerlijk lege agenda – dan pas ontstaat er bij mij ruimte om echt tot iets te komen. Achteraf denk ik met enige weemoed terug aan de twee jaar dat ik aan Anna werkte. Niemand kende me, niemand wilde wat van me, ik had niets en ik was niets – en kon me dus helemaal wijden aan mijn werk. Heel plezierig. Nu komt de wereld voortdurend binnen, en aangezien ik niet zo’n dikke huid heb, slecht nee kan zeggen en erg goed ben in het me zorgen maken over van alles en nog wat, ben ik voortdurend met dingen bezig waarmee ik goedbeschouwd helemaal niet bezig wil zijn.

Ook mijn behoefte aan privacy botst vaak met dit nieuwe leven. Ik ben best openhartig tegen mijn vrienden en familie, maar ik wil niet dat ik straks bij Albert Heijn in de rij sta en een wildvreemde mevrouw achter mij heeft net Psychologie Magazine gekocht met daarin de meest intieme details over mijn leven. Contacten met mensen definieer je aan de hand van hoe open je tegen ze bent – en als je alles publiek maakt, waar blijft dan het bijzondere dat je met je vrienden deelt?

Weet je, ik deed een keer mee aan een rubriek in een tijdschrift, waarin ik antwoord moest geven op vragen als: “Wanneer heb je voor het laatst gehuild?” en “Waar ben je het meest bang voor?” Vervolgens werd ik bij een lezing in Enschede geïntroduceerd door een mevrouw: “Vanavond hebben we een wel héél bijzondere gast. Ze verkocht honderdduizenden boeken, ze huilde voor het laatst toen haar vader een hartaanval kreeg, en ze is het meest bang om alleen dood te gaan! Hier is… Annejet van der Zijl!!!” Het enige wat ik toen kon denken, was: Mag ik nu alsjeblieft ergens anders naartoe?’

Toewijding

‘Deze waarde is een logisch vervolg op de voorgaande. Ik heb innerlijke rust nodig om met toewijding en concentratie ergens aan te kunnen werken. Dat is voor mij absoluut een vorm van geluk. Ik kan helemaal opgaan in wat ik doe.

Overigens betekent dat niet dat ik makkelijk schrijf of zelfs maar begin met schrijven. Ik moet, om Annie M.G. nog maar eens aan te halen, met stokken worden geslagen om aan het werk te gaan. Ik kan ook eindeloos tutten met woorden. Ik ben nooit tevreden, herschrijf alles honderd keer en uiteindelijk moet de uitgever het manuscript zo ongeveer uit mijn handen trekken om het eens gepubliceerd te krijgen. En dan wil ik nog het liefst inbreken bij de drukkerij omdat ik bedacht heb dat dat ene zinnetje op pagina 448 nog net iets beter kan.

Als ik eenmaal aan het werk ben, vergeet ik echt alles om me heen. En heel soms doet zich dan het wonderbaarlijke moment voor dat ik iets optik waarvan ik zeker wist dat ik dat nog helemaal niet had bedacht – en wat toch helemaal goed is. Dat zal dan de Godin der Inspiratie wel zijn die je even een aaitje over je bol is komen geven. Haar lok je alleen met toewijding.

Inspiratie krijg ik trouwens niet van niets doen of afleiding – inspiratie krijg ik juist van, of tijdens, heel geconcentreerd en monomaan werken. Daarna kan ik dan enorm genieten van het eindresultaat. Toen ik het laatste hoofdstuk van Sonny Boy af had, liet ik het aan m’n vriend lezen, en terwijl hij daarmee bezig was, zag ik kippenvel op zijn armen en wist ik: het wérkt! Dat was zó’n goed moment.

Ik denk dat ik zo veel toewijding heb voor het schrijven omdat het me in staat stelt vanuit m’n veilige schrijfstoel een tweede leven te leiden, en vakantie te nemen van mezelf. Ik heb behoefte aan weidse vertes, maar dan wel al dromend. In mijn werk ben ik uitgesproken avontuurlijk, in mijn leven helemaal niet. In m’n studietijd ging ik naar Londen om inter­nationale journalistiek te studeren. Ik dacht: dan heb ik een excuus om de wereld te bekijken. Ik zag mezelf al helemaal in Zuid-Amerika zitten, spannende oorlogen verslaan. Maar het pakte een beetje anders uit: ik ben geen primeurjager, was doodeenzaam in een nare flat in East End en kreeg verschrikkelijke heimwee. Gauw terug naar Amsterdam.

Ach, ik ben niet zo dol op verandering, ik houd de dingen graag zoals ze zijn. Ik hecht moeilijk aan, en ik hecht moeilijk af.’

Schoonheid

‘Al even onontbeerlijk. De wereld is maar al te vaak een tranendal. Er is zoveel narigheid, oneerlijkheid en lelijkheid. Ziektes, dood, oorlogen – je hoeft er de krant maar voor open te slaan. Ik denk dat de mensheid gevoel voor schoonheid heeft gekregen als troost. Mooie muziek, mooie beelden, kunst, natuur… het is balsem voor je ziel.

Het verhaal van Sonny Boy, bijvoorbeeld, is eigenlijk intens triest, en dat vond ik ook een lastig element bij het schrijven. Ik wilde geen boek maken dat alle hoop uit mensen zou slaan. Daarom heb ik geprobeerd het verhaal zo op te schrijven dat het toch te harden zou zijn – net zoals droevige muziek zo mooi kan zijn dat je er op een vreemde manier heel gelukkig van wordt.’

Plezier

‘Deze laatste waarde is vooral een wens. Van nature ben ik een werkezeltje dat meent dat er pas plezier mag worden gemaakt als al het werk gedaan is. Sinds ik boeken ben gaan schrijven, ben ik mijn eigen baas en is er niemand meer om mij met ­vakantie te sturen. Dat betekent dus dat ik, als ik niet oppas, mezelf met drie dagen boodschappen in huis opsluit en nooit plezier maak – niet bepaald gezond voor dat ezeltje, en op den duur ook slecht voor de prestaties.

Vorig jaar was ik daar op een gegeven moment echt wel ongelukkig onder. Ik dacht: “Als ik nu onder de tram kom, heb ik het niet goed gedaan. Dan heb ik alleen maar gewerkt en gerend, maar ondertussen eigenlijk helemaal niet genoten van al die geweldige dingen die me de laatste jaren zijn overkomen.” Gelukkig heeft mijn vriend een heel andere instelling. Vroeger vond ik het onbegrijpelijk dat hij zo luchthartig met het leven om kon springen, maar de laatste tijd zie ik er behalve de lol ook steeds meer de zin van in.’[/wpgpremiumcontent]