ADOPTIE

Op haar vijfde hoorde Anna dat ze geadopteerd was en kreeg ze het verbod om er met anderen over te spreken. Pas toen ze zelf moeder werd, begon de serieuze zoektocht naar haar familie. 'Bij míjn geboorte was niemand blij. Integendeel.'

‘Ik voel me een buitenstaander’

‘Ik heb het vroeger alleen aan mijn beste vriendin verteld, verder wist niemand dat ik geadopteerd ben. Als kind zweeg ik. Zelfs met mijn broer, die ook geadopteerd is, heb ik er nooit over gesproken. Ik denk dat mijn ouders uit zelfbescherming hebben gezegd dat ik er niet met anderen over mocht praten. Ze waren bang dat ik gepest zou worden en bovendien hadden ze zelf slechte ervaringen. ‘Zou je het wel doen, je weet nooit wat je in huis haalt’, zeiden andere mensen tegen hen, als ze vertelden dat ze een kindje wilden adopteren. Toen ik een jaar of zeventien was, kreeg ik daar last van. Ik weet nog dat ik met mijn vriendje en zijn familie op wintersport ging, en dat zijn vader bij de grens de paspoorten verzamelde. Ik kreeg het helemaal warm, werd zenuwachtig, en wilde mijn paspoort niet aan hem geven. Ik had een Duits paspoort – mijn natuurlijke moeder is Duitse – en ik was doodsbang dat ze erachter zouden komen dat ik geadopteerd was. Absurd, natuurlijk, maar het tekent wel het enorme taboe dat eromheen hing.

Ik was vijf jaar toen mijn moeder het me vertelde. Eerst zei ze dat

ik niet uit haar geboren was, later liet ze me de adoptiepapieren zien. Het deed me niet zoveel, ik schrok niet eens. Pas in de puberteit, toen ik vaak ruzie had met mijn moeder, drong het meer tot me door en fantaseerde ik weleens dat mijn natuurlijke moeder een prinses was. Dan dacht ik: ‘Ik ben toch niet jouw kind.’ Het feit dat ik niet echt hun kind was, gaf me het gevoel dat ik er niet echt bijhoorde, een gevoel dat me ook weleens op school en bij vriendinnen overviel. In die tijd dacht ik heel positief over mijn natuurlijke moeder. Ik had gehoord dat ze me had afgestaan, omdat ze een alleenstaande moeder was. Ik kon me dat wel voorstellen: ze was natuurlijk ongewild zwanger geworden, haar vriend had haar verlaten, en in die tijd kon dat niet, een kind zonder man. Ik vond het ook heel begrijpelijk dat mijn ouders, die geen kinderen konden krijgen, me liefdevol opnamen.

Na mijn studie ging ik werken in Groningen, en omdat ik langzamerhand nieuwsgierig was geworden naar mijn natuurlijke moeder, zocht ik stiekem in de adoptiepapieren naar het adres van de organisatie die bij mijn adoptie had bemiddeld. Mijn moeder mocht niet weten dat ik dat deed, ik vond dat niet loyaal ten opzichte van haar. De aanleiding was simpel: ik wilde gewoon weten hoe ze eruitzag, of ik op haar leek. Ik wilde vooral weten of ze dik was, omdat ik volgens mijn moeder aanleg had om dik te worden.

De ontmoeting was snel geregeld, maar toen het moment daar was, en ik bloedzenuwachtig in dat kantoortje zat te wachten, kwam ze niet opdagen; ze belde op het laatste moment af. Ik maakte een nieuwe afspraak en ging er opnieuw naartoe, gespannen als een veer. En toen kwam ze. Het was helemaal niet zoals bij Spoorloos, dat je elkaar in de armen valt en dat je allebei ontzettend blij bent. Ze was gewoon een vreemde vrouw. Ik voelde me raar, lamgeslagen, alsof ik een black-out had. En zij praatte en praatte maar. ‘Je lijkt op mij’, zei ze, maar dat vond ik helemaal niet. Ik vond haar koud. Ze vertelde dat ze een jaar na mij nog een dochter had gekregen, Esther, die ze zelf had opgevoed. Deze ontmoeting was goed, maar nu was het genoeg geweest, zei ze. Ze wilde verder geen contact, en ik vond het best.

Joodse identiteit

In mijn adoptiepapieren stond ook dat mijn natuurlijke moeder joods is. Mijn moeder had me dat vroeger al verteld en toen dacht ik alleen maar: als de oorlog komt, ga ik dood. Maar toen ik een jaar of 25 was, begon die joodse achtergrond me te intrigeren. Ik verhuisde naar Amsterdam en schreef me in bij een praatgroep voor tweede generatie oorlogsslachtoffers. In die groep heb ik voor het eerst in het openbaar verteld dat ik geadopteerd ben, en heb ik enorm moeten huilen.Maar toen ik de verhalen van de anderen hoorde over het oorlogsverleden van hun ouders, schaamde ik me diep. Hier hoor ik helemaal niet bij, dacht ik; dit heb ik allemaal niet meegemaakt.

De adoptie werd pas weer actueel toen ik jaren later zwanger werd. De verloskundige zei tegen me dat ik er weleens last van kon krijgen, ze had dat vaker meegemaakt met vrouwen die niet bij hun natuurlijke ouders waren opgegroeid. Als je zelf moeder wordt, krijg je kennelijk de behoefte om je eigen oorsprong te achterhalen. Ik wuifde het aanvankelijk weg, ik had mijn moeder immers ontmoet. Dat veranderde toen mijn dochter Nora een jaar werd. Toen ik terugdacht aan de bevalling en hoe blij ik met haar was, realiseerde ik me met een schok: met mijn geboorte was niemand blij. Integendeel. Ik wist opeens dat mijn moeder nooit zulke overweldigende gevoelens voor mij gehad kon hebben, dat kan volgens mij alleen als je je kind zelf hebt gedragen en gebaard. Misschien klopt het niet wat ik zeg, maar in elk geval dacht ik dat toen. En vanaf dat moment wilde ik het verhaal van mijn natuurlijke ouders weten. Ik wilde weten waarom ze mij had afgestaan, wie mijn vader was, waarom hij mijn natuurlijke moeder in de steek had gelaten.

Het ging in die tijd slecht met me, ik had geen werk, ik was neerslachtig, voelde me ellendig. De huisarts verwees me naar een psycholoog en na wat omzwervingen kwam ik bij een psychiater die me antidepressiva voorschreef. In dezelfde tijd ging ik op zoek naar mijn familie. Samen met mijn man zocht ik in Groningen in de wijk waar mijn moeder had gewoond, belde bij buren aan, ging naar het politiebureau, vroeg in winkels en kroegen. Het leek Spoorloos wel. Ik ondernam van alles om erachter te komen waar ze was. Het was geen keuze, ik moést dit gewoon doen. Uiteindelijk vond ik via het Duitse telefoonboek op internet het telefoonnummer van Esther, mijn zus. Ik belde haar, deed me voor als een vage kennis van haar moeder, en vroeg haar telefoonnummer. En toen brak het moment aan waarop ik mijn natuurlijke moeder ging bellen. Maar het werd een enorm fiasco. Ze wilde niks van me weten en wilde geen antwoord geven op mijn vragen. ‘Ik wil niet dat je nog belt’, zei ze. ‘En ík houd er niet mee op voordat je het hele verhaal hebt verteld’, antwoordde ik.

Enfin, uiteindelijk kwam ik toch weer terecht bij mijn zus. Met trillende vingers en bonzend hart draaide ik haar telefoonnummer, We hebben dezelfde moeder, zei ik in mijn beste Duits. ‘Dan zijn we zussen’, riep ze. We hebben die eerste keer een uur met elkaar gepraat en het was heerlijk. Opeens had ik ook familie. We mailden en belden die eerste tijd. Het was heel spannend, het leek wel of ik verliefd was. Als ik thuiskwam, rende ik naar mijn computer om te kijken of ik mail van haar had. Kreeg ik op mijn 36ste opeens een zus, een zwager en nichtjes.

Huilend door Amsterdam

Het contact tussen Esther en mij bleef niet zo sprankelend als in het begin. Al gauw bleken er verschillen tussen ons te bestaan. Zij had een rotjeugd gehad, op een internaat gezeten, en wilde dat allemaal vergeten. Ze was op de toekomst gericht, terwijl ik in het verleden zat te wroeten. Onze levens leken ook absoluut niet op elkaar. Als ze mijn zus niet was geweest, had ik haar nooit uitgekozen om mee om te gaan. Ik voelde me soms ook een beetje schuldig: alsof ik haar gebruikte om met mijn natuurlijke moeder in contact te komen. Bovendien wilde Esther niet dat ik contact zocht met mijn natuurlijke moeder. ‘Je wordt er alleen maar verdrietig van’, zei ze dan.

Maar ik blijf moeite doen, ik wil nog steeds het verhaal van mijn adoptie weten. Zolang ik dat niet weet, voel ik me buitenstaander. Nog steeds heb ik moeite om Nora ergens achter te laten. Toen ik haar voor het eerst naar een oppasmoeder bracht, liep ik huilend door Amsterdam. Misschien is het met zussen anders, misschien kan ik haar ooit met een gerust hart bij Esther achterlaten. Daar is familie toch voor?’ n

Praat mee

In verband met de privacy zijn de namen van de betrokkenen veranderd

Heeft u ook een drang gevoeld om uw natuurlijke ouders te vinden? Is het eigenlijk wel mogelijk om als geadopteerd kind het verleden met rust te laten en onwetend, maar tevreden door het leven te gaan? Geef u mening op het discussieforum. www.psychologiemagazine.nl

auteur

Suzanne Weusten

» profiel van Suzanne Weusten

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Advies

Stress door klagende collega

Op kantoor zit ik naast een collega die vaak humeurig is. Hij klaagt dan over het werk, over de baas...
Lees verder
Advies

Stress door klagende collega

Op kantoor zit ik naast een collega die vaak humeurig is. Hij klaagt dan over het werk, over de baas...
Lees verder
Training

Coach worden: de eerste stap

Ontdek de eerste stappen om coach te worden.
Lees verder
Column

Hoofdredacteur Sterre van Leer: Gewoon bijzonder

Herken je dit: dat je soms volschiet om dingen die een ander niet eens ziet – van zielige honden t...
Lees verder
Advies

Ik twijfel over een schaamlipcorrectie

Ik ben een verstandig meisje van 20 jaar en ik twijfel soms om een schaamlipcorrectie te ondergaan. ...
Lees verder
Interview

Sanny Verhoeven-Ruis over de boeken die haar hebben geraakt

Presentatrice en YouTuber Sanny Verhoeven-Ruis kiest de boeken uit haar kast die haar het meest hebb...
Lees verder
Artikel

6 tips om je hoogsensitieve kind te helpen

Ze zijn creatief en zorgzaam, maar ook emotioneler en sneller vermoeid. Wat je kunt doen om een hoog...
Lees verder
Artikel

Plezier: je bent ervoor gemaakt

Genot is goed voor ons. Als de natuur niet had gewild dat we seks hebben of snoepen, had ze er wel v...
Lees verder