1. Leer liever voelen dan denken
  2. Pijn hoort bij het leven, en pijn mág je voelen
  3. Je gedachten hoeven niet waar te zijn
  4. Je kunt niet alles weten, en dat is prima
  5. Anderen letten minder op je dan je denkt
  6. Iederéén twijfelt of hij het wel kan
  7. Fouten maken hoort bij groei
  8. Angst verdwijnt pas als je de confrontatie aangaat
  9. Kwetsbaarheid maakt je juist sterker
  10. Je kunt meer aan dan je denkt
  11. Je staat niet alleen

11 wijze lessen waar je kind een leven lang iets aan heeft

1. Leer liever voelen dan denken

‘Waarom voel ik me zo slecht/raar/onzeker? Ben ik nou knap of lelijk, slim of dom?’ Tieners kunnen zich eindeloos bezighouden met dit soort gedachten, maar ook jongere kinderen kunnen er al wat van. We menen dat we met hard nadenken meer grip kunnen krijgen op onze emoties en tekortkomingen, zeggen de psychiaters Zindel Segal, Mark Williams en John Teasdale. Maar uit onderzoek blijkt dat door dat gepieker ons probleemoplossend vermogen juist minder wordt. En: door zo bezig te zijn met onze negatieve stemming, versterken we die gevoelens juist. Daarbij voelen we ons er slecht over dat we ons zo slecht voelen, wat het leed verdubbelt.

Kijk dus liever naar je gevoelens in plaats van naar je gedachten. Daar kun je je kind bij helpen. Vraag hem of haar niet: ‘Waarom ben je onzeker?’, maar: ‘Waar in je lijf voel je de onzekerheid?’ En leg vervolgens uit dat je die gevoelens toe kunt laten zonder erover te oordelen. En dat ze dan vanzelf weer overwaaien.

TEST
Doe de test »

Hoe positief betrokken ben je bij je kind?

2. Pijn hoort bij het leven, en pijn mág je voelen

‘We leven in een complexe, prestatiegerichte tijd, en dan is de puberteit ook nog een lastige levensfase. Als ik dat tegen pubers zeg, zie ik al opluchting,’ zegt psycholoog Gijs Jansen. Speciaal voor die doelgroep schreef hij het boekje Verboden voor ouders, met inzichten uit de Acceptance and Commitment Theory – inzichten die hij zelf graag had gehad toen hij puber was. ‘Er wordt ons altijd verteld dat de dingen wel zullen lukken als we maar hard genoeg ons best doen. Dus denk je dat het aan jezelf ligt als het niet gaat, of als je het moeilijk vindt. Terwijl het gewoon loei-ingewikkeld is om op te groeien.’

3. Je gedachten hoeven niet waar te zijn

‘Onze gedachten stuiteren alle kanten op,’ zegt Gijs Jansen. ‘Zie ik er wel leuk uit? Wil er wel iemand met me spelen? Sta ik niet voor paal bij die spreekbeurt? Dat innerlijke stemmetje kan doodvermoeiend zijn en het zegt vaak niet eens de waarheid. Daarom geef ik altijd de opdracht om het te zien als een “gedachtenmannetje”. Mijn innerlijke stem heet Harry. Ik neem hem overal mee naartoe. Als ik een praatje houd, vertel ik het publiek bijvoorbeeld: “Harry zegt nu dat ik ga flauwvallen van de spanning.” Een gedachtenmannetje geeft vrolijkheid en afstand van je gedachten. Dat laatste is hard nodig, want het gedachtenmannetje zegt vaak: “Ja maar dat kun je niet, dat wordt een ramp, enzovoorts.” En dan kun je tegen het mannetje zeggen: “Nou én?”’

4. Je kunt niet alles weten, en dat is prima

Jansen: ‘Als kind kom je net kijken en alles is nieuw, dus je kúnt nog niet alles weten. Je hebt nog genoeg jaren voor je om te leren. “Niet lullen, maar poetsen” is een goede levenshouding. Het is gewoon een kwestie van klooien en uitproberen, en wel zien waar je uitkomt.’

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

5. Anderen letten minder op je dan je denkt

Na een blunder of met die pukkel op zijn hoofd durft je kind zich amper te vertonen in de klas. Als ouder kun je een geruststellende boodschap meegeven: anderen letten veel minder op je dan je denkt. Die zijn namelijk veel te druk bezig met zichzelf. Het spotlight-effect noemt de Amerikaanse sociaal-psycholoog Thomas Gilovich dit. Hij liet een willekeurige student tijdens een groepsopdracht een T-shirt dragen met een afbeelding van singer-songwriter Barry Manilow – volgens diezelfde studentengroep vreselijk gênant. De drager van het foute shirt vreesde dat zeker de helft van de groep dat zou opmerken. In werkelijkheid was het maar 25 procent. Toen hetzelfde experiment werd overgedaan met een extra stoer shirt, verwachtten de dragers wederom dat 50 procent hun shirt zou opmerken. In werkelijkheid was dat nu zelfs maar 10 procent.
Doordat we het centrum van onze eigen wereld zijn, zien we onze eigen daden en woorden als enorme kwesties, legt Gilovich uit. Vooral als we iets afwijkends doen, in goede of slechte zin, hapert ons relativeringsvermogen.

6. Iederéén twijfelt of hij het wel kan

Het imposter-fenomeen wordt het genoemd: de angst dat je eigenlijk helemaal niet zo goed bent in wat je doet, en elk moment door de mand kunt vallen. Ook je kind kan daar last van hebben. ‘Pfff, deze keer heb ik geluk gehad,’ denkt het bijvoorbeeld als het een werkstuk of toets heel goed heeft gemaakt. Of: ‘Ja, maar nu heb ik ook wel extréém hard gewerkt; geen wonder dat het is gelukt.’ Ondertussen heeft je kind het idee dat zijn klasgenoten nergens last van hebben, terwijl in feite bijna iedereen in meer of mindere mate aan dit fenomeen lijdt. Zelftwijfel zegt dus niets over onze capaciteiten. Zelfs actrice Jodie Foster vraagt zich na tal van onderscheidingen nog bij elke nieuwe film af of ze wel kan acteren.

7. Fouten maken hoort bij groei

Intelligentie, vaardigheden en talenten moet je niet zien als dingen die vaststaan. Doen kinderen dat wel, dan kunnen ze het gevoel krijgen dat ze telkens weer moeten bewijzen dat ze slim en goed zijn, en dat ze bang worden voor fouten en nieuwe uitdagingen, zegt de Amerikaanse hoogleraar Carol Dweck. Help je kind dus in te zien dat zijn talenten een beginpunt zijn van waaruit hij zich verder kan ontwikkelen. Dat het elke keer een stukje beter wordt als het zijn best doet, fouten maakt, en daarvan leert. Mensen die ervan uitgaan dat fouten onderdeel zijn van het groeiproces, leren en bereiken meer.

8. Angst verdwijnt pas als je de confrontatie aangaat

Kinderen blijven graag weg van dingen die ze eng vinden: een spreekbeurt, voorspelen bij piano, een sportwedstrijd. Maar elke keer dat ze vermijden, wordt de drempel hoger. ‘We geloven dat er vanzelf een dag komt waarop we minder bang zullen zijn om voor een publiek muziek te maken,’ zegt de Amerikaanse psychologe Susan Jeffers. ‘Maar dan kunnen we wachten tot we een ons wegen. De enige manier om de angst te verminderen, is door het te dóén. Angst hoort bij groei.’ Maar het hoeft ook weer niet allemaal in één keer. Laat je kind op een veilige manier oefenen met spannende situaties.

9. Kwetsbaarheid maakt je juist sterker

We snakken naar verbondenheid, zegt de Amerikaanse psychologe en onderzoeker Brené Brown. Maar de angst voor afwijzing maakt het lastig. Dat begint al in de kindertijd. ‘Vinden de meiden uit mijn hockeyteam mij wel leuk?’ ‘Is het raar als ik op die nieuwe klasgenoot afstap?’ Uit angst proberen kinderen grip te houden, perfect te zijn, en stoppen ze hun kwetsbaarheid weg.
In haar onderzoek ontdekte Brown dat juist mensen die hun kwetsbaarheid en imperfectie durven omarmen, het meest verbonden zijn met anderen. Bovendien zijn ze het gelukkigst en bereiken ze het meest in hun leven. Help je kind dus net als deze mensen te doen en zichzelf te laten zien. Kwetsbaarheid betekent juist dat je lééft.

10. Je kunt meer aan dan je denkt

Liefdesverdriet, een verhuizing, een chronische ziekte, ouders die scheiden… Van tevoren denken we dat we er helemaal kapot van zullen zijn. En het komt ook hard aan, maar – en dat is een fijne eyeopener voor je kind – veel minder hard dan we voorspellen. De ‘impact bias’, noemen psychologen deze denkfout: we overschatten systematisch hoelang we ons ergens rot over voelen, en hoe intens onze gevoelens zullen zijn. Dat komt doordat we vergeten dat er, behalve die nare gebeurtenis, genoeg andere zaken zijn die onze gedachten en gevoelens beïnvloeden: we gaan naar een feestje, het is zwembadweer, de poes krijgt jonkies en yes, woensdag patatdag!

11. Je staat niet alleen

‘Als dingen niet gaan zoals je wilt, gaat dat vaak gepaard met een gevoel van isolement,’ weet de Amerikaanse expert op het gebied van zelfcompassie Kristin Neff. ‘Mensen ontwikkelen een tunnelvisie als ze zich naar voelen.’ Je denkt dat je de enige bent die zijn rekenniveau niet heeft kunnen opkrikken. Of dat alleen jij ruziënde ouders hebt thuis, terwijl het bij al die andere klasgenoten gewoon gezellig is. Maar daarmee ga je voorbij aan wat Neff common humanity noemt: het besef dat je nooit alleen staat in je moeilijkheden. Neff: ‘Wie zelfcompassie heeft, ziet in dat lijden en tekortschieten onderdeel uitmaken van het menszijn: het overkomt ons allemaal. In je falen ben je juist verbonden met anderen.’