Een slim kind heeft veel te leren

september 2009
Het is een misverstand te denken dat zeer slimme kinderen er vanzelf wel komen. Juist bollebozen moeten leren hoe ze hun hersens laten kraken.

Op het voetbalveld mag een kind ongestraft uitblinken, maar een leerling die slimmer is dan de rest wordt in de klas vaak over het hoofd gezien. Terwijl zo'n kind juist extra aandacht nodig heeft. En welke extra aandacht is eigenlijk de geschikte? Het onderwijs kent verrijkingslessen, plusklassen, scholen met een hoogbegaafdheidsprofiel en scholen voor hoogbegaafden. Welke vorm is het meest geschikt voor bollebozen?

Zeer begaafde en hoogbegaafde kinderen leren niet alleen sneller, ze leren ook anders. Ze kunnen makkelijk complexere taken aan en leggen snel verbinding tussen bestaande en nieuwe kennis. Daardoor verfoeien ze niet alleen herhaling, maar vallen ze ook bijna in slaap bij ellenlange uitleg. Veel liever zoeken ze zelf uit hoe dingen werken. En is een taak niet prikkelend genoeg, dan dagen ze zichzelf uit door extra opdrachten of spelregels te verzinnen. Hoogbegaafde kinderen zijn van jongs af geneigd de zaken te ordenen, regelmaat te ontdekken in een wirwar van gegevens en verbanden te leggen tussen oorzaak en gevolg. Hun onderzoeksdrang is onuitputtelijk. Ze hebben een brede interesse en doen bijna alles met heel veel energie.

Maar op school wordt de basis gevormd door stapsgewijs leren, uitgebreide instructies en herhaling. 'Kinderen met een bovengemiddelde intelligentie hebben zowel thuis als op school behoefte aan een uitdagende omgeving waarin niet alles al bekend voor ze is,' zegt psychologe Lianne Hoogeveen. Ze is coördinator van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (cbo) aan de Radboud Universiteit. Heel lang heerste het idee, zegt ze, dat een geniale leerling er wel vanzelf kwam en niet extra hoefde te worden gestimuleerd. 'Dat vooroordeel leeft op sommige scholen nog steeds. Maar een kind dat niet wordt uitgedaagd om over de grenzen van zijn leervermogen heen te gaan, leert niet om te leren.'

En leren betekent omgaan met de frustratie van het niet kunnen en je dan toch te blijven inspannen. Het betekent planningen maken en doorzetten, een leerstrategie ontwikkelen. Hoogeveen: 'Het is treurig dat er nog steeds kinderen zijn die acht jaar basisonderwijs doorlopen zonder iets te leren. Ze hebben alleen maar gehoord wat ze al wisten of wat puur logisch is. Een kind moet leren omgaan met falen.'

Extra uitdagende klassen

Hoogbegaafde kinderen zijn zogenoemde top-down-denkers: ze leren achterstevoren. Eerst gaan ze op zoek naar het geheel - het doel van een opdracht - en daarna naar de kennis die daarvoor nodig is. Door deze andere manier van denken hebben ze minder instructie en herhalingsoefeningen nodig. De gewone lesstof moet daarom worden ingedikt - minder instructie en herhaling - en verbreed, verdiept en verrijkt. Verbreden betekent de gewone lesstof uitbreiden met bijvoorbeeld vakken als sterrenkunde, filosofie, techniek of Spaans, of met taal- en rekenopdrachten waarbij leerlingen moeten zoeken naar een creatieve oplossing. Verdiepen is het dieper ingaan op de stof door een kind bijvoorbeeld de opdracht te geven op internet nog meer uit te zoeken over een onderwerp en daar een powerpointpresentatie van te maken. Vooruitwerken is geen optie omdat een kind dan veel te snel door de lesstof vliegt en lang voor het eind van zijn lagereschooltijd vastloopt omdat het alle stof al beheerst.

Een andere oplossing is kinderen te plaatsen in een plusklas of (in Vlaanderen) een kangoeroeklas: een extra uitdagende lagereschoolklas. Hoogeveen: 'Daar heeft een kind contact met vergelijkbaar denkende kinderen, kinderen die zijn grapjes wel begrijpen. Het risico is wel dat kinderen in de praktijk alleen maar gezellig worden beziggehouden en dat hun te weinig wordt geleerd.' In eigen onderzoek ontdekte Hoogeveen tot haar verbazing dat leerlingen uit plusklassen later op de middelbare school minder presteren. 'De logica hiervoor ontbreekt. Waarom zouden ze het slechter doen dan kinderen voor wie het onderwijs niet is aangepast? Onze verklaring daarvoor is dat de aanpassing eigenlijk te laat kwam. Je moet niet wachten tot het misgaat voordat je deze kinderen in een plusklas zet.'

Een van de effectiefste methoden, zo blijkt uit verschillende onderzoeken, is snelle leerlingen een klas te laten overslaan. 'Een keer "versnellen" is voor veel hoogbegaafde kinderen gunstig,' zegt Hoogeveen stellig. Ze benadrukt dat de lesstof daarna alsnog moet worden aangepast. 'Leerkrachten zeggen vaak dat het kind sociaal-emotioneel nog niet toe is aan een klas overslaan. Terwijl een hoogbegaafd kind vaak juist emotionele en sociale problemen heeft als reactie op te lang en gedwongen onder het eigen niveau werken.'

Enthousiaste leerlingen

Sinds 2007 bestaan er Leonardoscholen, speciaal voor hoogbegaafden. Volgens Hoogeveen zijn aparte scholen voor sommige kinderen heel geschikt. 'Als ouder wil je dat je kind goed onderwijs krijgt en gelukkig is. Sommige hoogbegaafde leerlingen hebben een zware tijd in het onderwijs. Op een Leonardoschool bloeien ze vaak op. Vooral voor kinderen die geneigd zijn zich aan te passen en daardoor gaan onderpresteren, is het beter om met vergelijkbare kinderen in een klas te zitten. Maar een kind dat sterk in zijn schoenen staat, heeft meestal al baat bij ander lesmateriaal.'

Een punt van kritiek op deze scholen is dat kinderen er worden geïsoleerd. Hoogeveen maakt zich er dan ook enige zorgen over dat het aantal Leonardoscholen zo sterk groeit. Maar, zegt ze, 'een prettige bijwerking daarvan is dat reguliere scholen zich nu op het achterhoofd gaan krabben. Blijkbaar bieden we die kinderen te weinig, denken ze.'

Een van de grote obstakels in het onderwijs aan slimme kinderen is het herkennen van hoogbegaafdheid. Uit een grootschalig onderzoek op basisscholen bleek dat het daarmee slecht is gesteld. Veel docenten meenden nog nooit een hoogbegaafd kind in de klas te hebben gehad, terwijl dat statistisch gezien onmogelijk is (zie kader links). Belangrijk is ook dat docenten onderpresteren herkennen, wat bij zo'n 20 procent van de hoogbegaafde kinderen voorkomt. Vooral meisjes, kinderen met minder hoog opgeleide ouders en allochtone kinderen dreigen daardoor passend onderwijs mis te lopen.

Uit onderzoek door het cbo blijkt dat de meeste aanpassingen voor hoogbegaafden pas in de bovenbouw worden ingevoerd, en vaak pas als er al problemen zijn. Voor hoogbegaafde kinderen moeten alle opties beschikbaar zijn, zegt Hoogeveen: aanpassing van de lesstof, plusklassen, en de mogelijkheid een klas over te slaan. Volgens haar zijn er nog steeds leerkrachten die, ten onrechte, denken dat begaafde en hoogbegaafde kinderen ouders hebben die hen pushen. 'Die docenten vergeten dat het ontzettend leuk is om het onderwijs aan te passen aan deze groep. Eenmaal enthousiast zijn het geweldige kinderen om mee te werken en levert het de leerkracht uiteindelijk alleen maar tijd en energie op.'n

Naar schatting 2,5 procent van de kinderen is hoogbegaafd. Hoewel de definities van hoogbegaafdheid variëren, is een IQ van minimaal 130 altijd een van de kenmerken. Tel je de kinderen met een meer dan gemiddelde intelligentie daarbij op, dan heeft een op de tien kinderen behoefte aan extra uitdaging.

Meer weten over hoogbegaafdheid?

Is uw kind superslim of zelfs hoogbegaafd? Bekijk de checklist in het extra dikke dossier op psychologiemagazine.nl/hoogbegaafd: deze maand ook toegankelijk als u geen plusabonnee bent!

Plusabonnees krijgen op psychologiemagazine.nl persoonlijk advies van hoogbegaafdheidsexpert Lianne Hoogeveen.

Gerelateerd

Dossiers

Afvallen met de training Denk je slank.

Afvallen met psychologische trucjes

Gezonder en slanker worden: het kan met de online training van Psychologie Magazine 'Denk je slank'.



Wat leer ik?

Ontdek hoe u kunt afvallen met psychologische trucjes. Psychologie Magazine ontwikkelde de online training 'Denk je slank' in samenwerking met psychologe Tatjana van Strien van de Radboud Universiteit Nijmegen, expert op het gebied van eetgedrag en afvallen.

In acht weken:
• leert u verleidingen makkelijker te weerstaan
• ontdekt u uw persoonlijke valkuilen
• Verbetert u met eenvoudige trucjes uw eetgewoonten
• Creëert u een positievere kijk op uzelf

Psychologie Magazine interviewde psycholoog Tatjana van Strien over het verlangen naar emotioneel eten. Lees hier het artikel 'Emotionele eter? Doe er iets aan'.

Wat krijg ik als cursist?

Als cursist ontvangt u acht weken lang:
• Wekelijks twee à drie mailtjes met daarin een filmpje, game, schrijf- of doe-opdracht
Sms'jes met verrassende oefeningen
• Sms-steun voor moeilijke momenten
• De mogelijkheid om elkaar onderling te coachen en ervaringen uit te wisselen
• Om lekker verder te lezen krijgt u het boek Afvallen op maat (t.w.v. € 19,95) van psycholoog Tatjana van Strien cadeau.
Bekijk het trainingsplatform

Inschrijven, mét korting voor abonnees

U kunt er ook voor kiezen de training cadeau te krijgen bij een abonnement op Psychologie Magazine. Schrijf u nu in!

Inschrijven niet-abonnees

€ 49,95

Bestellen

Inschrijven abonnees

€ 44,95

Bestellen

Inschrijven plusabonnees

€ 42,45

Bestellen

Cadeau bij abonnement

€ 68,95

Bestellen


Reacties van deelnemers


‘Deze training heeft me geweldig geholpen – en ik eet echt nog wel eens chocola’


‘Ideaal: een sms die je op het juiste moment voor je valkuil behoedt’

Lees meer

Eetstoornis? Let op!


Deze online training is geen vervanging voor therapie.
De training kan wel een goed begin zijn om inzicht te krijgen in het eetgedrag, zelfbeeld en gevoelens die samenhangen met eten en het lichaam. Maar als u een eetstoornis heeft, of ernstig overgewicht, zoek dan professionele hulp.