|
Home
Tests
Trainingen
Vraag advies
Experimenten
Dossiers
Zoek een artikel
Forums
Doe mee aan onderzoek
Neem 'n abonnement
NieuwsbriefMeld u aan voor de wekelijkse nieuwsbrief Bekijk nieuwsbriefBekijk nieuwsbrieven op onderwerp |
Lichter leven
Psychologie Magazine positiviteitsonderzoek laat zien: Het kan een stuk vrolijkerPsychologie Magazine onderzocht bij 400 Nederlanders hoe positief of negatief ze in het leven staan. Dit zijn de uitkomsten:Download hier het hele artikel over positiviteitTest uzelf
Hoe positief bent u eigenlijk? Doe de test en bereken uw positiviteitsratio!
Ontdek het geheim van positiviteit
Meer vreugde, liefde en plezier ervaren: dat wil iedereen toch wel? Geef uzelf meer positieve gevoelens met deze simpele oefeningen. Plus de uitkomsten van het Psychologie Magazine-positiviteitsonderzoek (negativiteit is een echte vrouwenkwaal).
Hij was er al eerder langsgereden. Tussen het zwerfafval langs de weg was het kartonnen bordje in de grond geprikt: ‘Toeter als je gelukkig bent’. De eerste keer had hij er, in een cynische bui, geen gehoor aan gegeven. Maar nu hij het bordje voor de tweede keer passeerde, zingend met zijn tweejarige dochter en vrouw op weg naar het strand, had hij het geluk gevoeld. En hij had zijn toeter een vrolijke klap gegeven. Bij die eerste klap kon de Amerikaan Will Bowen, auteur van het boek Een betere wereld, nog niet bevroeden wat hij met zijn getoeter teweegbracht. Ja, hij voelde de kleine, vrolijke golf die door de auto rolde en die hem en zijn gezin even optilde – ‘Wat doe je?’ ‘Ik ben gelukkig!’ Maar steeds als hij het bord daarna passeerde en toeterde, voelde hij zich beter dan seconden ervoor. Eerst maar heel even en maar een beetje, maar met het aantal ritjes over de Highway 544 steeg Bowens emotionele thermostaat steeds verder. Tot hij al vrolijk werd als hij überhaupt de afslag nam – en vervolgens zingend de hele weg uitreed. Sterker, hij reed ervoor om. De Amerikaanse psycholoog Barbara Fredrickson, hoofdonderzoeker van het Positieve emoties- en Psychofysiologielab van de Universiteit van North Carolina, kan zich dat goed voorstellen. ‘Dit verhaal laat perfect zien hoe opbouwend de werking van positiviteit is.’ Je bent vrolijk, vestigt daar met een simpele handeling een paar keer de aandacht op, en een paar weken later heb je van een paar seconden vrolijkheid een halve dág vrolijkheid gemaakt. Fredrickson, van wie in september het boek Positiviteit verschijnt, wijdt al haar onderzoek aan het effect van positieve gevoelens. Dat emotieonderzoek vormt een grappig contrast met haar rationele aard; zelf is ze geen emotioneel natuurtalent. ‘Ik ben meer van de cijfers. Met een enorme hoeveelheid meetinstrumenten heb ik alle kanten van positiviteit objectief belicht. En juist daarom kan ik zonder twijfel zeggen dat positiviteit je leven kan veranderen. Ik ben een leerling van mijn eigen werk geworden.’ Iets anders dan tsjakka Meer positiviteit – mochten beelden van ‘Tsjakka!’ en ‘Tijgerrrr’ roepende mensen zich opdringen, dan wijst Fredrickson die resoluut de deur. Het gaat om de korte momenten van opréchte positiviteit. Gevoelens van inspiratie en liefde, plezier en trots. En dankbaarheid, hoop, ontzag, belangstelling, sereniteit en vreugde, om precies te zijn. Dat zijn de tien vormen van positiviteit die, zo blijkt uit onderzoek, het dagelijks leven van mensen het meest kleuren. Het dankbare gevoel wanneer de zon doorbreekt als je net even een lunchwandeling maakt. De inspiratie die de chemie tussen jou en een ander teweegbrengt. De lol om een peuter die stralend komt laten zien hoe hij zijn schoenen helemaal zelf heeft aangetrokken – maar wel aan de verkeerde voet. U kunt er zó een teug van nemen. Vraag u nu, terwijl u dit leest, even af: wat is er goed er aan mijn huidige omstandigheden? Wat maakt me blij dat ik hier zit? Hoe heb ik of hebben anderen er profijt van? Positieve gevoelens zijn heel individueel: waar een bulderende zee de een vult met ontzag, slaat de ander de angst om het hart. Bovendien zijn ze kwetsbaar. Die onhandige peuter is leuk als jij er ontspannen een ontbijtje naast zit te eten, maar een bron van stress als jullie veel te laat zijn voor crèche en werk. Positieve gevoelens gaan dieper dan het genot van een vrijpartij, een bad of een heerlijke maaltijd. Een warm, verzachtend bad voelt weliswaar heerlijk aan, maar het serene gevoel dat het kan veroorzaken blijkt de emotie die er op langere termijn toe doet. En die lekkere vrijpartij blijkt vooral van waarde door de liefde of het plezier dat je erdoor ervaart. Genot hangt samen met onmiddellijke bevrediging en kent een beperkt blikveld. Ware positiviteit verbreedt je geest juist en bevredigt op lánge termijn. Dat dit soort positieve gevoelstoestanden nooit zo lang duurt, maakt helemaal niet uit. ‘Ze komen en gaan als perfect weer’, stelt Fredrickson in haar boek Positiviteit. ‘De kunst is om ze niet te stevig vast te willen houden en daarmee hun voorbijgaande aard te ontkennen. Het is de kunst om er juist meer van in je leven te zaaien; om in de loop der tijd de hoeveelheid positiviteit te vergroten.’ De ideale verhouding Fredrickson ontdekte dat er een ideale positiviteitsverhouding of -ratio bestaat; het aantal positieve gevoelens dat ieder mens tegenover elk negatief gevoel zou moeten kunnen zetten om een gezond mens te blijven of worden. Die ideale verhouding blijkt minimaal 3:1. Ten minste drie vrolijke, dankbare of nieuwsgierige oplevingen tegenover elk stressmoment. Dat is nodig omdat negativiteit veel intenser voelt dan positiviteit – een rotopmerking komt veel harder aan dan een compliment goed doet. Gelukkig komt positiviteit wel weer vaker voor dan negativiteit. Mensen voelen zich veel vaker goed dan niet goed. Eigenlijk is je slecht voelen vrij zeldzaam, op een heel leven aan gevoel. Toch halen de meeste Nederlanders die verhouding van 3:1 niet. Dat blijkt uit onderzoek van Psychologie Magazine (zie boven). De uitkomst: 58 procent van de Nederlanders is chagrijniger dan goed voor hen is. Dat betreft vooral vrouwen: 64 procent van de vrouwen en 52 procent van de mannen halen het evenwicht van drie positieve gevoelens tegenover elk negatief gevoel niet. Het effect van positiviteit blijkt een omslagpunt te kennen, en daarom is die verhouding zo belangrijk. Steeds als de mensen met een verhouding van 3:1 of hoger werden vergeleken met de mensen die ónder die verhouding scoorden, bleek de eerste groep het zowel op mentaal als fysiek front veel beter te hebben. Positievelingen vinden meer voldoening in hun leven en hebben minder last van depressies. Hun bloeddruk is lager, net als het niveau van het stresshormoon cortisol in hun lijf. Ze kunnen beter omgaan met tegenslag, leven meer in het nu, hebben betere sociale banden; de lijst is lang. En waar de positieven zich blijven ontwikkelen, blijken de negatievelingen stil te staan of zelfs achteruit te gaan. Blikverruimende werking Een van de belangrijkste redenen voor het verschil tussen de twee groepen is het feit dat positiviteit de blik verruimt. Even een experimentje tussendoor: kijk eens naar het onderstaande beeld. Wat ziet u hier?
Bent u in een goede bui, dan zult u veel eerder het grotere geheel in dit plaatje zien – een driehoek. Mensen die zich neutraal of negatief voelen, hebben een beperktere blik en zien vooral de vierkantjes. Dat bleek althans uit het onderzoek van Fredrickson. In een ander experiment vroeg ze mensen om een lijst te maken van de dingen die ze nu graag zouden gaan doen als ze ineens een half uurtje vrij zouden krijgen. Proefpersonen die ze eerst had ‘geïnjecteerd’ met positiviteit, bijvoorbeeld door ze te laten terugdenken aan het vreugdevolste moment uit hun leven, maakten veel langere lijsten dan in neutrale toestand. Het verschil met mensen die eerst een zielig filmpje hadden moeten bekijken, was nog groter. Positiviteit verbreedt dus je geest en maakt creatiever en oplossingsgerichter. Studenten scoren beter op tentamens als ze eraan beginnen met een zelf opgewekte positieve emotie. Artsen die in een positieve stemming worden gebracht met een klein cadeautje, blijken de informatie over hun patiënten beter op te nemen en minder gefixeerd te zijn op vooronderstellingen waaruit te snel conclusies worden getrokken. Nog eentje om in uw zak te steken: positiviteit geeft een grotere kans van slagen bij onderhandelingen. Onderhandelaars die vreugde, belangstelling en plezier vertonen, slagen er vaker in concessies los te krijgen, overeenkomsten te smeden en contracten te sluiten met nieuwe zakenrelaties. Niks pokerface of hard onderhandelen, dus; vriendelijk en coöperatief moeten we zijn om iets voor elkaar te krijgen. Meer positiviteit creëren is eenvoudig. Het gaat om drie zaken, waarvan de ‘vergulde positiviteit’ het belangrijkste is: het goede in het goede zien. De liefde, vreugde of inspiratie waarderen als ze voorbijkomen, en er meer van creëren (zie de tips op pagina 27). Daarnaast kun je proberen zinloze negativiteit te verminderen door die eens wat vaker te negeren – gewoon níét verzuchten dat het weer regent. En ten derde kun je proberen vaker het goede in het slechte te zien. Je bent weliswaar ontslagen, maar ziet daarin ook de kans om in de komende periode te ontdekken wat je nu eigenlijk écht wilt. Zulke ‘zilveren randjes’-positiviteit zal een negatieve situatie niet volledig neutraliseren. Dat geeft niet, het gaat om de stroom die je op gang brengt. Uit onderzoek onder rouwenden blijkt bijvoorbeeld dat je sneller herstelt als je naast je verdriet ook enige oprechte positiviteit kunt ervaren: zoals dankbaarheid voor de mooie tijd die je samen hebt gehad. Tirannie van de positievelingen Toch is er ook een tegengeluid. Als je het klinisch psycholoog Barbara Held vraagt, is het pure onderdrukking, dat Amerikaanse ideaal van alles maar van de positieve kant bekijken. Zij noemt het de ‘tirannie van de positieve houding’ en maakte zich er zo kwaad over, dat ze het boek Stop smiling, start kvetching schreef. Niet lachen maar klagen: bij het uitkomen van haar boek stelde ze zelfs een Nationale Klaagdag in. Volgens Held doet het benadrukken van het positieve soms meer kwaad dan goed. Wie zich slecht voelt, kan zich schuldig gaan voelen over het feit dat hij al die positieve dingen niet ziet. Waarop hij zich alleen maar slechter voelt. Fredrickson kan haar geen ongelijk geven. ‘Als je héél erg gefocust bent op “Ik móét positief zijn”, dan wordt het vergif. Ik pleit dan ook voor een lichtere variant: stel je open voor oprechte bronnen van positiviteit.’ Sowieso is het niet raadzaam om negativiteit volledig uit te bannen. Negatieve gevoelens zoals boosheid of schuldgevoel kunnen heel productief zijn. Opkomen voor iets dat je goed of eerlijk vindt, bijvoorbeeld, kan weliswaar woede of spanning veroorzaken, maar misschien krijg je zo wel je werkteam weer bij elkaar, of haal je de spanning in je relatie uit de lucht. Bovendien weten we uit ander onderzoek dat het gezond is om af en toe je hart te luchten. Mensen die alles opkroppen, lopen uiteindelijk een veel groter risico op hart- en vaatproblemen. Evolutionair gezien blijken negatieve emoties bovendien van belangrijke waarde. Waar positiviteit de geest verruimt, vernauwt negativiteit het blikveld juist en dat is handig in gevaarlijke situaties. Een negatief gevoel als angst zorgt er via die blikversmalling voor dat je op cruciale momenten snel en effectief handelt. Zodat je een brandend huis meteen verlaat, bijvoorbeeld. Positieve emoties pasten in eerste instantie helemaal niet zo goed in die mal die het nut van emoties verklaarde. Totdat onderzoekers ontdekten dat je dankzij positieve gevoelens vaardigheden en eigenschappen ontwikkelt die je in de toekomst tegen ellende beschermen. Een mooie illustratie komt van onderzoek onder huzaaraapjes. Net als mensen spelen deze dieren als ze jong zijn tikkertje. Daarbij passen ze steeds een slim trucje toe: ze gebruiken een flexibel boompje om zich in een onverwachte richting te katapulteren. Volwassen huzaarapen doen dat nooit. Tót ze moeten ontsnappen aan een roofdier – dan komt deze truc goed van pas. Al spelend ontwikkelen huzaarapen dus een vaardigheid die op een dag hun leven kan redden. In tijden van tegenslag Ontslag of liefdesverdriet, lichamelijke kwalen of een baan die je boven het hoofd groeit: in moeilijke tijden is negativiteit onvermijdelijk. Juist positiviteit blijkt een belangrijke manier om met tegenslagen om te gaan. Positiviteit, zo ontdekte Fredrickson, is de kern van de menselijke veerkracht. Mensen die na alle angst en stress van de terroristische aanslagen van 9/11 makkelijk terugveerden, bleken grotere emotionele complexiteit te vertonen in de omgang met stress dan minder veerkrachtigen. ‘In plaats van gewoon te zwichten voor negativiteit bewaren deze mensen ook hun positiviteit,’ schrijft Fredrickson in haar boek. Ze lijken positieve gevoelens makkelijker te kunnen aanspreken en kunnen ook sneller schakelen tussen negatieve en positieve gevoelens. Ze ontkennen de realiteit van negativiteit niet, maar wentelen zich er ook niet in. Maar wat als je van nature niet zo positief bent ingesteld? Dan kun je het volgens Fredrickson prima leren. Dat blijkt ook uit haar onderzoek met niet-veerkrachtigen, die ze positieve gevoelens ‘toediende’. Bij een stressvolle opdracht gaf ze hun vooraf een aanmoediging: ‘Zie de opdracht die je nu gaat doen als een uitdaging die je verder brengt.’ Hun razende hartslag en bloeddruk, die voorheen veel langer onrustig bleven, bleken nu ineens net zo snel te kalmeren als die van de veerkrachtigen. Het gaat om de interpretatie die je kiest bij de dingen die je overkomen, wil Fredrickson maar zeggen. Vlindereffect De mooiste ontdekking in al het positiviteitsonderzoek is misschien nog wel het aan de chaostheorie ontleende ‘vlindereffect’: een beetje meer positief gevoel kan een hele keten van positieve gebeurtenissen in gang zetten. Precies wat Will Bowen, de toeteraar uit het begin van dit artikel, ontdekt als hij op zoek gaat naar de bron van zijn toeterplezier. In een huis vlak bij het bord treft hij een vriendelijke man die er samen met zijn vrouw al jaren gelukkig is. Zijn vrouw is ziek – artsen hebben haar opgegeven. ‘Op een dag zat ik op de veranda terwijl zij probeerde te slapen,’ vertelt hij Bowen. ‘Maar dat lukte niet vanwege de pijn. Ik was de wanhoop nabij. Maar terwijl ik daar zat, hoorde ik de auto’s die op weg waren naar het strand. Iedereen is gelukkig als hij met vakantie gaat. Je maakt plannen, spaart, en gaat met je gezin op reis en geniet. Dat is toch heerlijk? Ik besefte dat haar dood niet het einde van alle geluk hoefde te betekenen. Het geluk was overal om ons heen, in al die auto’s die dagelijks op nog geen honderd meter van ons huis voorbijreden. En dus maakte ik dat bordje.’ Het getoeter bleek zijn vrouw goed te doen. ‘Terwijl ze daar lag, hoorde ze de claxons, en dan putte ze troost uit de gedachte dat ze daar niet alléén lag dood te gaan. Ze maakte deel uit van het geluk in de wereld en werd er letterlijk door omringd.’ Als Bowen vervolgens haar kamer binnengaat om haar een hand te geven, vertelt ze dat ze het leven mooier vindt dan ooit. Dag en nacht hoort ze wel honderden keren de gekste claxongeluiden, die haar laten weten dat de wereld vol geluk is. Geraakt en geïnspireerd verlaat Bowen het huis. Een jaar later is het bordje verdwenen en Bowen constateert mismoedig dat de vrouw is overleden. Tot hij een paar dagen later weer over de 544 rijdt. In plaats van het kleine, kartonnen bordje treft hij in de berm een enorm knalgeel bord aan, omzoomd met knipperlichtjes, dat hem aan beide zijden in grote oplichtende letters toeroept: ‘Toeter als je gelukkig bent!’ En met tranen in zijn ogen geeft Bowen nog maar eens een klap op zijn toeter.
|
Login plusabonnees: |



