|
|
Waarom huilen we? OnderzoekVrouwen huilen vaker van woede; mannen van vreugde of ontroering. Wat de wetenschap ons leert over de traan. En: de uitkomsten van het landelijke Psychologie Magazine-onderzoek.
Gisteren na een heerlijk weekend afscheid genomen van mijn geheime, onmogelijke liefde met wie ik gelukkig eens in de zoveel tijd een poosje kan doorbrengen. Vond een briefje van hem in mijn tas en toen kwamen de tranen.’ Een 45-jarige vrouw beschrijft waarom ze vandaag heeft gehuild. ‘Ik had spijt dat ik zo lelijk deed tegen mijn vrouw tijdens een ruzie’, schrijft een man van 65 over zijn huilbui van ongeveer een maand geleden. Wat opvalt in het huilonderzoek van Psychologie Magazine onder zo’n achthonderd Nederlanders is dat we om vreselijk veel verschillende dingen in tranen kunnen raken. Van zware, levensveranderende gebeurtenissen – ‘Bij de bespreking over de begrafenis van mijn vader, die binnen nu en drie maanden doodgaat’ – tot ‘ik stootte heel hard mijn teen tegen de tafel’ en ‘toen Jennifer uit As the world turns doodging’. Zelfs heel positieve dingen kunnen ons doen huilen: ‘Ik had gigantisch veel lol tijdens een spel,’ zegt een man van 27 over de tranen die hem een week geleden over de wangen biggelden. Hoe kan het dat we huilen bij zoveel verschillende emoties? En waarom zijn wij het enige dier dat huilt met tranen? Charles Darwin begreep al weinig van de menselijke traan. Een hulpeloos dier piept, krijst of jammert. En hoewel de meeste dieren traanklieren hebben, produceren die alleen vocht om vuil en bacteriën uit het oog te verwijderen en het hoornvlies gezond te houden – er vloeien geen waterlanders als ze zich hulpeloos of alleen gelaten voelen. Waarom bij mensen dan wél? Waarom is dit overmatig produceren van traanvocht ontstaan in de loop van de evolutie? Krachtig signaal Tranen zouden geschreeuw volgens Kottler extra kracht bijzetten en onze hulpbehoevendheid ondubbelzinnig duidelijk maken. Uit onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Randolph Cornelius blijkt inderdaad dat wij huilende gezichten zonder tranen veel minder goed kunnen duiden dan gezichten mét waterlanders. Maar goed, na onze kindertijd kunnen we met woorden prima uitdrukken dat we hulp nodig hebben. Toch blijven we als volwassene nog volschieten, en lang niet alleen als we hulpeloos zijn. Volgens emotiepsychologen Agneta Fisher en Tony Manstead van de Universiteit van Amsterdam hebben tranen een aantal boodschappen. Ten eerste het noodsignaal: ‘Ik kan het niet meer aan’, ten tweede de witte vlag: ‘Staakt het vuren!’, om woede en agressie af te weren. Ten derde tonen tranen gevoeligheid en weerspreken ze onverschilligheid. Als laatste kunnen tranen verbondenheid en meeleven tonen. Ontlading Dé deskundige op het gebied van huilen is psycholoog Ad Vingerhoets van de Universiteit van Tilburg. Hij schreef het boek Huilen is menselijk en ontwikkelde een biopsychosociaal model van huilen waarin plaats is voor alle kanten van het ‘vochtig worden van de ogen om emotionele redenen’. Daarom vroegen wij hem om commentaar bij de uitkomsten van ons landelijke onderzoek naar de vraag waarom wij Nederlanders huilen. Vingerhoets is er echter nog lang niet uit: ‘Hoe meer ik ervan weet, hoe minder ik er eigenlijk van snap.’ De uitkomst van ons onderzoek Psychologie Magazine deed onderzoek onder 807 Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar. Dit zijn de belangrijkste resultaten 1. Een kwart van de Nederlanders huilde deze week 6% van de Nederlanders huilde vandaag nog 10% – 1% 14% huilde vandaag of gisteren 22% – 5% 24% huilde deze week nog 36% – 10% 44% huilde deze of vorige week 61% – 25% 59% huilde deze maand 76% – 40% 76% huilde het afgelopen halfjaar 92% – 60% 85% huilde het afgelopen jaar 95% – 74% We vroegen de Nederlander: wanneer huilde u voor het laatst? Zoals uit de tabel blijkt, heeft slechts 15 procent van de Nederlanders langer dan een jaar niet gehuild. Ruim een kwart van de mannen huilde niet in het afgelopen jaar, tegenover slechts 5 procent van de vrouwen. 1 procent van de mensen heeft, naar eigen zeggen, langer dan twintig jaar niet meer gehuild. Daartegenover huilt ook 1 procent elke dag. Dit zijn vooral vrouwen. Bijna een kwart van de vrouwen in Nederland huilt wekelijks of vaker. Gemiddeld huilden de Nederlanders in het afgelopen jaar 1,75 keer per maand. Mannen huilden het afgelopen jaar gemiddeld 9 keer, terwijl vrouwen gemiddeld 33,1 keer volschoten. Vrouwen huilen dus meer dan mannen, dat is overduidelijk. Maar bij heel jonge kinderen is dat nog niet het geval. Kleine jongetjes lijken zelfs iets meer te huilen dan kleine meisjes. Men denkt dat dit komt doordat jongetjes vaker aangeboren ziektes hebben, waardoor ze meer ongemak ervaren. Ook zoeken jongetjes meer de risicovolle activiteiten en spelen ze ruwer, waardoor ze eerder kleine ongelukjes hebben. In het latere leven is het echter overduidelijk: vrouwen huilen veel vaker dan mannen. Wat is er sinds de babytijd veranderd? In de eerste plaats: we zijn opgevoed. We hebben boodschappen gekregen van onze ouders en van de omgeving waarin we opgroeiden. Ad Vingerhoets: ‘Een twaalfjarig jongetje gaat af voor zijn vriendjes als hij een potje staat te grienen. Vaak horen jongens dat ze een flinke vent moeten zijn.’ En bij flink zijn horen geen waterlanders. Zo schrijft een man van 61 die zegt al meer dan twintig jaar niet te hebben gehuild: ‘De laatste keer dat ik huilde was omdat ik niet mocht huilen. Na een pijnlijke val kreeg ik klappen.’ Zo leer je het wel af, natuurlijk. Maar dat verklaart niet alles. Vrouwen hebben wellicht ook door hormonen een lagere huildrempel dan mannen. Het vrouwelijke hormoon prolactine stimuleert huilen, en het mannelijke hormoon testosteron werkt juist remmend op de tranenvloed. Mannen die chemisch gecastreerd moeten worden vanwege prostaatkanker blijken na de ingreep inderdaad veel meer te gaan huilen, weet Vingerhoets. Ook transseksuelen die mannelijke of vrouwelijke hormonen krijgen toegediend, merken dat hun huildrempel hoger of lager wordt. De huildrempel wordt bepaald door je lichamelijke gesteldheid, je psychische gesteldheid, het gebruik van alcohol of drugs, je persoonlijkheid, je opvoeding en eventuele nare ervaringen. Het mag voor zich spreken dat iemand die een paar nachten slecht geslapen heeft, een paar glazen wijn gedronken heeft en al een tijd onder druk staat, eerder in tranen zal zijn dan een superfitte geheelonthouder die geleerd heeft dat huilen voor slapjanussen is. Op een moment dat je huildrempel laag is, kun je werkelijk om alles in snikken uitbarsten. Zoals een vrouw van 37 zegt over haar laatste huilbui: ‘Hormonen en een mooie film. Goeie combi.’ 2. Mannen huilen vaker van vreugde, vrouwen vaker van woede ‘Welke emoties voelde u die laatste keer dat u huilde?’, vroegen we. 65% van de Nederlanders voelde verdriet bij de laatste keer dat hij of zij huilde 38% voelde onmacht 26% ontroering 19% teleurstelling 18% woede 9% vreugde 9% lichamelijke pijn Ook in de gevoelde emoties tijdens een huilbui zijn er sekseverschillen. Vrouwen huilen vaker uit woede, angst en teleurstelling, en mannen voelen vaker ontroering en vreugde als ze huilen dan vrouwen. Volgens Vingerhoets kan dit komen doordat mannen hun frustratie of machteloosheid eerder uiten in woede of agressie, en vrouwen eerder geneigd zijn hulpeloos te reageren. Er zijn ook leeftijdsverschillen. Jongeren voelen vaker schaamte als ze huilen dan ouderen. Jongeren huilen vaker van woede en teleurstelling dan ouderen. Ouderen voelen vaker ontroering en onmacht als ze huilen dan jongeren. Zestigplussers zijn het vaakst ontroerd. 3. Huilen lucht niet op 61% zich hetzelfde 32% zich beter 7% zich slechter Uit onderzoek van Ad Vingerhoets blijkt dat de omstandigheden belangrijk zijn voor het gevoel van opluchting na een huilbui. Als er één persoon bij is, is de kans veel groter dat we ons daarna beter voelen dan wanneer er meerdere mensen bij zijn. Bovendien is de reactie van anderen op het huilen heel belangrijk. Als we getroost worden, helpt het. Als we niet getroost worden, voelen we ons misschien nog wel slechter na afloop. 4. We onderdrukken onze tranen Hoe kan het dat de meeste wetenschappers geloven dat huilen vooral een sociale functie heeft en een communicatiemiddel is, terwijl minder dan een kwart van de mensen zijn tranen daadwerkelijk aan anderen laat zien? Blijkbaar is er veel schaamte, denkt Ad Vingerhoets. ‘Mensen zien huilen in het openbaar toch nog vaak als teken van zwakte. Je wilt je wel zwak tonen bij iemand die je vertrouwt, maar niet bij vreemden.’ Toch zegt maar 17 procent van de Nederlanders in ons onderzoek het eens te zijn met de stelling: ‘Huilen in het openbaar is gênant’. Jongeren lijken zich wat vaker te schamen dan vijftigplussers. Ook is maar 20 procent van de Nederlanders het eens met de stelling: ‘Het is sterker om tranen te bedwingen dan om ze te laten gaan’. Het lijkt erop dat we weliswaar van mening zijn dat huilen gewoon moet kunnen in het openbaar, maar dat als het ons zelf overkomt, we toch liever een stiff upper lip houden. Een onderzoek toonde aan dat hoewel de sociale normen aan het veranderen zijn, bijvoorbeeld wat het huilen van mannen betreft, de daadwerkelijke snikfrequentie (nog) niet veranderd is. Uit een onderzoek van Michelle Hendriks bleek dat Nederlanders huilende mensen minder positief beoordelen dan mensen die het droog weten te houden. Grienende mensen werden onzeker, labiel, aanstellerig gevonden. En bovendien minder normaal, goed, leuk, aardig, stabiel en slim dan niet-huilende mensen. Het is dus niet helemaal voor niets dat we onze tranen niet overal laten gaan. 5. We huilen eerder om een romantische film dan om wereldleed 95% huilt om het verlies van een dierbare 76% huilt om het verdriet van iemand anders 72% huilt om een afscheid 64% om een zielige film 63% om een herinnering 58% om lichamelijke pijn 56% om het geluk van iemand anders 49% om een romantische film 49% als er iets geweldigs gebeurt 45% bij een conflict 43% om het gevoel tekort te schieten/iets fout te hebben gedaan 26% om kritiek 18% om wereldproblematiek 18% om een sportoverwinning van mezelf of anderen ‘Waar huilt u om?’, vroegen we de Nederlander. Met stip op de eerste plaats staat het verlies van een dierbare. Vrijwel niemand houdt het op zo’n moment droog. Toch huilen we daar niet het vaakst om, simpelweg omdat dit soort hevige gebeurtenissen niet dagelijks voorkomt. Ad Vingerhoets: ‘Als ik íéts heb geleerd uit al die jaren onderzoek, is het wel dat we het vaakst huilen om heel triviale, onbenullige dingen. Je krijgt een danspasje niet onder de knie, het ophangen van de gordijnen lukt niet. Als je lichamelijke en geestelijke gesteldheid wat zwakker is, hoeft er maar iets kleins te gebeuren of daar komen de tranen al.’ Vrouwen huilen in alle situaties meer dan mannen, maar opvallend veel vaker om kritiek, als ze het gevoel hebben iets fout te hebben gedaan of tekort te schieten, bij een conflict, bij zielige of romantische films en als ze hun zin niet krijgen. Slechts 7 procent van de mannen heeft weleens gehuild om wereldproblematiek, tegenover 29 procent van de vrouwen. Dat we meer om romantische films huilen dan om het leed in de wereld, komt volgens Vingerhoets doordat we ons meer identificeren met karakters in films. ‘Zelfs Bambi doet ons meer dan het feit dat er zoveel procent van de wereldbevolking anoniem ligt te creperen.’ 6. Manipuleren we met onze tranen? Mensen reageren anders op mannelijke tranen dan op vrouwelijke tranen. Vooral vrouwen zijn meer geraakt door een huilende man dan door een huilende vrouw, blijkt uit ons onderzoek. Omdat een man veel minder snottert dan een vrouw, worden mannelijke tranen serieuzer genomen, zo is de theorie. Er moet immers wel echt iets heel belangrijks aan de hand zijn, wil hij ontdaan zijn. ‘Vrouwentranen zijn eerder verdacht,’ zegt Vingerhoets. Ook in de politiek zien we dat een goed getimede traan van een man enorm veel impact kan hebben: ‘Wat een betrokkenheid!’ Een huilende politica is eerder ‘zwak’, ‘ongesteld’ of ‘hysterisch’. Omdat huilen bij zo veel verschillende emoties voorkomt en in zo veel soorten en maten, is er voor de toeschouwer veel ruimte voor interpretatie. Het hangt erg af van de omstandigheden of wij een huiler oprecht vinden of niet. Uit een experiment bleek dat mannen sympathieker werden gevonden als ze huilden bij een emotionele film, terwijl vrouwen leuker gevonden werden als ze géén emotionele reactie vertoonden. Maar een man moet ook weer niet te veel huilen. Vochtige ogen krijgen de meeste waardering: die tonen authentieke emotie én de kracht van zelfbeheersing. Tranen worden over het algemeen passend gevonden als een persoon werkelijk machteloos is in een situatie. Een collega die huilt omdat hij slecht nieuws heeft gekregen over zijn gezondheid, wordt beter gewaardeerd dan een collega die huilt omdat hij geen promotie kreeg. 'Nu schiet ik alweer vol...' Vroeger was ik niet zo emotioneel. Ik was verkoper. Verkocht bijna alles, van zonnebrillen tot medische instrumenten en schoenen. Ik was wel altijd meer geïnteresseerd in de achtergrond van mensen dan in het vak. Ik herinner me een drogist die nagellakflesjes met een liniaal recht in het schap zette. Ik vroeg hem hoe het ging. “Goed,” zei hij. “Maar hoe gaat het nou echt?” zei ik. Toen begon hij te janken. Er zit bij mij van binnen een snaar, en als die geraakt wordt… Ik heb veel foto’s uitgeknipt uit de krant die me raakten. Toen er oorlog uitbrak in de Balkan na Tito bijvoorbeeld; een man die met zijn moeder in een kruiwagen moest vluchten… Ja, nu schiet ik weer vol. Hoor je? Wat een nare man ben ik toch! Ik heb een keiharde opvoeding gehad. Eigenlijk geen kindertijd gehad. “Mannen huilen niet,” was de boodschap. Daarom zonder ik me af als ik het voel opkomen. Ik ken niemand die het begrijpt, ook mijn vrouw en kinderen niet. Ik bewonder de koningin als ze zich goed houdt bij een droevige bezigheid. Welk medicijn is er om stoïcijns te blijven?’ Onderzoek: RM Interactive Analyse: Esther Bremer Duik in je dip Ga lekker verder snikken met deze tearjerkersAls u nu een plusabonnement neemt, leest u alle artikelen gratis!
Dagmar van der Neut, mei 2008
|
|