Superkinderen

Ouders proberen tegenwoordig op allerlei manieren hun kind zo slim mogelijk te maken. De markt speelt daar gretig op in. Wat beweegt mensen om van hun pasgeborene een 'superbaby' te maken? En werken al die tips nu echt?

Zwangere zus van een vriendin aan de telefoon: 'Wil je nog wat boekjes lezen over hoe je je kind zo intelligent mogelijk maakt? Ik heb er hier genoeg liggen.' 'Nee joh, ik heb alles al. Ik zet tegenwoordig 's avonds Mozart op. Wordt-ie slim van.' Van je eigen kind een uitblinker maken, is in. Boeken, cd-roms, spelletjes, koopvideo's: ze staan in het teken van het stimuleren van de intelligentie. 'Met bewezen resultaat: slimme kinderen', kopt het persbericht van het onlangs verschenen boek Het Babytalk-programma. En er is meer: Superbaby, What's going on in there, of, ambitieuzer nog Raising your child to be gifted.

'Je hebt geen flauw idee van wat er in zo'n kind omgaat als het net geboren is', vertelt kersverse moeder Lisa Groenbeek. 'Maar je wilt wel graag alle mogelijkheden bieden om je kind tot volle bloei te laten komen. Om mijn onzekerheid en onwetendheid een beetje weg te werken, heb ik tijdens mijn zwangerschap wat boeken in huis gehaald. Sommige mensen vinden het overdreven. Die zijn van mening dat het kind zich vanzelf wel ontwikkelt. Ik vind dat je een kind een beetje op weg moet helpen.'

Volgens sommige auteurs is de baby al in de baarmoeder in staat tot leren en zouden ouders daar gebruik van moeten maken. Sterker nog, er moet haast worden gemaakt met het prenatale leerproces, want de bedrading van de helft van de cellen in de foetus is slechts losjes aangebracht.

'Als ze geen minimum aantal verbindingen met andere hersencellen tot stand brengen, zullen ze uiteindelijk wegkwijnen en vlak voor de baby wordt geboren sterven,' aldus Sarah Brewer in het boek Superbaby. Dit moeten ouders voorkomen door tips in boeken als dat van Brewer nauwkeurig op te volgen. Het intelligentiequotiënt van het kind zou zodoende tien punten hoger kunnen uitvallen. Opbrengst: het kind is net zo slim, of misschien wel slimmer dan de kinderen van vrienden of kennissen van de hardwerkende ouder.

Die sociale vergelijking is volgens Dolph Kohnstamm, emeritus hoogleraar in de ontwikkelingspsychologie, een van de belangrijkste drijfveren achter de trend. 'Het is besmettelijk. Een bepaalde groep begint ermee en de rest wil niet achterblijven. Ik denk dat vooral ouders met minder slimme kinderen er de zenuwen van krijgen. Ouders zijn bang dat hun kind het niet maakt in deze prestatiemaatschappij. Heeft-ie een laag iq? Dan moet er iets aan gedaan worden. Maar het materiaal waarmee ze moeten werken, is niet altijd even goed. De verdeling van intelligentie blijft zoals die is.'

Ook Ad Dudink, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit van Amsterdam, merkt hoe sterk ouders naar elkaar en de vorderingen van hun kinderen kijken. 'Je hoort ouders vergelijken. "Hoe ver is die van jou nou? Die van mij kan al lezen." Als je je kind op de kleuterschool lekker laat spelen en rotzooien, dan is het "O? Kan hij nog geen klokkijken?" Dus hup, ouders gaan thuis met het kind aan de slag. Dat is toch erg.'

Melodieus babygepraat

Prestatiedrang is een typisch kenmerk van deze tijd en is medeverantwoordelijk voor de trend superkinderen te creëren. Maar er is meer veranderd in de samenleving. Kohnstamm: 'Ouders zijn veel bewuster met hun kinderen bezig. Vroeger had een vrouw thuis zes jengelende kinderen om zich heen. Er was helemaal geen tijd voor dat soort zaken. De weinige kinderen die ouders nu hebben, moeten perfect zijn en het leerproces begint dus vroeg.'

Dat dit proces vroeg kan beginnen, belooft de gebruiksaanwijzing van de 'BabyPlus-unit'. De moeder moet het apparaatje, bij voorkeur vanaf de zesde maand van de zwangerschap, twee keer per dag om de taille bevestigen. De BabyPlus-unit zendt ritmische geluiden uit, die de foetus opvangt. Hersencellen en hersencelverbindingen worden zo gestimuleerd, met als gevolg dat de eenmaal geboren baby een grotere creativiteit bezit, intelligenter is, de mijlpalen in de ontwikkeling eerder bereikt en ga zo maar door. Doel bereikt, zou je zeggen.

Maar als de ergste pijn van de bevalling is verdwenen, is er meer werk aan de winkel. Naast het lekker – maar gericht! – spelen met de baby, moeten ouders zich gaan bezighouden met de 'klanktoevoer'. Moeder moet ervoor zorgen dat 'Koele-koele-koele' melodieus klinkt, dat de toonhoogte van haar stem net iets hoger is dan normaal, dat ze langzaam spreekt en vooral veel herhaalt. Dit alles moet plaatsvinden in een rustige omgeving, tijdens het dagelijkse halfuurtje dat de moeder voor haar baby inruimt. En dat is pas het begin.

Elke periode in het vroege leven van het kind kent specifieke leertaken. Vader moet zaklantaarns afplakken met kleurige doekjes, hij moet zigzagpatronen en eenvoudige gezichten op karton tekenen en een 'voelspeeltje' aan elkaar naaien voor de ontwikkeling van de tastzin, en natuurlijk moet licht klassieke muziek standaard in de cd-speler aanwezig zijn. Volgens Brewer gaat hierbij de voorkeur uit naar 'De vier jaargetijden' van Vivaldi of een pianoconcert van Mozart. Dit laatste met het oog op het zogenoemde Mozart-effect (zie kader).

De markt voor superbaby's en -kinderen houdt niet op bij boekjes. Er zijn videobanden als The first three years last forever, educatieve cd-roms en spelletjes. Fine Trossèl heeft zich bij fabrikant Jumbo een tijd lang beziggehouden met het zojuist verschenen spel Op weg naar groep 3. Het is de Nederlandse versie van een Israëlisch spel. En dan niet een spel in de gangbare zin van het woord, maar echt een wetenschappelijk verantwoord programma, dat de ouder samen met het kind dient te doorlopen. Het is tot stand gekomen met behulp van een specialist in de onderwijspsychologie van het 'Child Development Institute' in Israël.

Het doel is het verbeteren van de vaardigheden van kinderen op het gebied van ruimtelijke oriëntatie, rekenen, het herkennen van vormen, kleuren en details en het verwerken van reeksen. Trossèl: 'Er is een behoefte bij ouders om iets met het kind te doen dat structureel bijdraagt aan het gevoel een goede ouder te zijn. Omdat ze druk zijn en ook omdat het hebben van kinderen nu een zeer individuele aangelegenheid is. Vroeger was er meer omgang met oma's, schoonmoeders en tantes, maar het gat tussen de generaties wordt steeds groter. Daardoor ontstaat er bij de ouders die heel bewust kinderen 'nemen', een enorme informatiehonger. Die willen weten wat je allemaal kunt doen voor een kind om het een goede start te geven. Het feit dat zo'n spel helemaal gericht is op de ouders, en wetenschappelijk is onderbouwd, valt inderdaad onder een nieuwe trend.'

In Amerika – het land waarvan de ontwikkelingspsycholoog Piaget ooit al zei dat ze er de ontwikkeling willen versnellen – gaan ze nog een stap verder. Daar bestaan kinderdagverblijven waar kinderen vanaf hun zesde week tot hun twaalfde jaar terecht kunnen voor een individueel programma, vijf dagen per week, van halfnegen 's ochtends tot halfzes 's avonds. De ontwikkeling van de kinderen wordt op de voet gevolgd en zodra er ook maar enige stagnatie lijkt op te treden, wordt extra 'therapie' ingezet.

Dolph Kohnstamm vindt het idioot, overbodig en misschien zelfs schadelijk. 'Zoals overal, zitten daar natuurlijk ook kinderen met een wat lager iq, en daar worden eisen aan gesteld waar het kind niet aan kan voldoen. Ouders raken teleurgesteld en ontwikkelen een negatieve houding ten opzichte van het kind, in plaats van het te respecteren zoals het is.' Het op deze manier inrichten van een kinderdagverblijf, is, net als de boekjes, de banden en de spelletjes, tekenend voor een maatschappij waarin veel ouders los van hun kinderen ook al een druk bestaan hebben. 'Mensen proberen geld te verdienen aan de schuldgevoelens van ouders – gevoelens die niet alleen ontstaan doordat ze het zelf zo druk hebben, maar ook doordat ze met zoveel spullen op dit gebied worden geconfronteerd', aldus Kohnstamm.

Receptenboek voor intelligentie

James Reed Campbell maakt het wel heel bont met zijn boek Raising your child to be gifted. Kohnstamm: 'Dat is niet alleen belachelijk, het is ook nog eens een contradictio in terminis. Je bent hoogbegaafd of je bent het niet. Je kunt een kind niet zo opvoeden dat het hoogbegaafd wordt. Dat is een leugen.'

Maar hoe zit het met het kweken van een hoger iq? Volgens de boekjes kunnen ouders ervoor zorgen dat het intelligentiequotiënt van hun kind tussen de tien en dertig procent hoger uitvalt. Gezien het feit dat de helft van het functioneren van een mens genetisch is bepaald en de andere helft door de omgeving, twijfelen ook de psychologen Dudink en Kohnstamm er niet aan dat ouders de intellectuele ontwikkeling kunnen bevorderen.

Kohnstamm: 'Er zijn genoeg voorbeelden uit de geschiedenis waaruit blijkt dat dat kan. Neem de gezusters Polgar. Vader Polgar wilde bewijzen dat het ook mogelijk was om vrouwelijke schaakgrootmeesters te creëren en kreeg dat voor elkaar. Of neem Mozart. Of, een wat recenter voorbeeld, de tennisspeelsters Venus en Serena Williams. Die zijn ook door hun vader naar de top geleid.' Dudink vertelt dat uit onderzoek is gebleken dat ouders die een begaafd kind hebben, een zogenoemde autoritatieve opvoedingsstijl hebben. Kinderen worden gepusht om door te zetten, niet op te geven, maar wel op een warme manier. Campbell maakt daar dankbaar gebruik van in het hoofdstuk 'Druk uitoefenen op een intelligente manier'.

Dudink plaatst vraagtekens bij de waarde van de boeken en spelletjes die de intelligentie van het kind moeten verhogen. 'Ik geloof niet dat je kinderen echt slimmer kunt maken aan de hand van een boekje. Alsof er een soort receptenboek zou zijn voor intelligentie… Nee, dat bestaat helaas niet. Ouders kunnen al die boekjes natuurlijk wel kopen, maar ze zouden ook moeten leren hoe je daar intelligent mee omgaat. Als er bijvoorbeeld in het boekje staat: "Na het bekijken van een televisieprogramma, moet u er met uw kind over praten", dan maakt het nogal uit op welke manier daarover wordt gesproken.'

Of het kind echt gebaat is bij optimale stimulatie en ontwikkeling van de intellectuele vermogens, is nog maar de vraag. Kohnstamm: 'Ik weet het zo net nog niet. Kijk maar naar het verknipte karakter van Mozart. Zelf ben ik meer voor de 'liefdevolle verwaarlozing'. Láát dat kind gewoon, geef het de ruimte. Ga er niet zo aan zitten trekken, maar creëer wel een omgeving voor het kind waarin het die dingen kan ontdekken waar het aan toe is. En zorg bovenal voor warmte. We leven onderhand in een samenleving waarin iedereen vooruit geholpen moet worden. Er is een neiging om iedereen afhankelijk te maken. Maar de mens moet het zelf doen.'

Ook Dudink is ervoor om het kind een beetje te laten aanmodderen. 'Kinderen voelen zich veel slimmer als ze het idee hebben dat ze iets zelf hebben ontdekt. Iemand zei eens: "Ik zou veel dingen begrepen hebben, als ze niet waren uitgelegd." En bovendien kun je er veel trotser op zijn als je de dingen zelf uitzoekt.'

Het Mozart-effect

Nadat studenten tien minuten naar de 'Mozart Sonata voor twee piano's in D-Majeur' hadden geluisterd, bleek er een tijdelijke vooruitgang in hun ruimtelijk redeneren te ontstaan. Dit 'Mozart-effect' werd in 1993 ontdekt in Amerika. Natuurkundige Gordon Shaw en expert in cognititeve ontwikkeling Frances Rauscher, bestudeerden het effect van de muziek van Mozart op studenten. Ook bij ratten deed Rauscher een muziekexperiment. De beestjes bleken sneller door een doolhof te rennen en daarbij minder fouten te maken, als ze in de baarmoeder en tot zestig dagen na de geboorte waren blootgesteld aan muziek van Mozart.

Deze bevinding werd al snel gegeneraliseerd naar het jonge kind. Ook bij baby's en kinderen tot en met drie jaar, zou er een versnelde hersenontwikkeling plaatsvinden door ze naar dergelijke muziek te laten luisteren. Nadat deze conclusie was getrokken, kwam er in Amerika een hele hype op gang. In Tennessee en Georgia werden programma's gestart, waarbij iedere pasgeborene een cd met muziek van Mozart kreeg en in mei 1999 kregen honderden ziekenhuizen gratis cd's met klassieke muziek.

Volgens Sceptic's Dictionary, een kritische site op internet, worden de onderzoeksbevindingen uitgebuit en opgeblazen, terwijl ze nauwelijks herhaald zijn en inmiddels zelfs zijn weerlegd. Onderzoekers Kenneth Steele, Karen Bass en Melissa Crook bijvoorbeeld, volgden de protocollen van Shaw en Rauscher nauwkeurig op, maar vonden geen effect.

Onderzoeker Steven Halpern ondervond zelfs dat sommige mensen dommer worden van het luisteren naar Mozart. De marketing gaat echter onverminderd verder en de massamedia doen er nog een schepje bovenop. 'Een kleine suggestie in een wetenschappelijk tijdschrift, wordt binnen enkele maanden een universele waarheid en uiteindelijk zelfs geloofd door de wetenschappers die in eerste instantie erkenden dat hun werk door de media verdraaid en overdreven was', aldus het woordenboek van de skepticus.

Peggy van der Lee, april 2001



Zomeractie

Login plusabonnees:

Gebruikersnaam
Wachtwoord