Multitasken is toch niet zo handig

november 2012
De multitask-verleiding is overal: sms'en tijdens een vergadering, de krant scannen bij De Wereld Draait Door. Het lijkt ook zo efficiënt. Maar in werkelijkheid maakt het ons moe en slordig. En ook nog eens ongelukkig. Tenzij u een supertasker bent.

Midden in het drukke Amsterdamse verkeer ploinkt de iPhone in mijn broekzak. Ik kan het niet laten tijdens het fietsen te kijken van wie ik een berichtje heb gekregen. Het blijkt een vriend die vraagt of we vanavond iets gaan drinken. 'Ja, gezell' typ ik met mijn duim, maar bij de 'i' gaat het fout.

Vlak voor mijn neus komt een auto die ik voorrang had moeten verlenen abrupt en luid toeterend tot stilstand. Geschrokken stop ik mijn iPhone terug in mijn broekzak. Wanneer ga ik nu gewoon eens mijn aandacht bij één ding tegelijk houden?

Misschien dat dat wel gaat lukken nu ik me heb verdiept in de wetenschap van het multitasken. De onderzoeken hebben me ervan overtuigd: meerdere dingen tegelijk doen is niet slim. Toch blijkt dat ook weer niet het hele verhaal: er bestaan een paar geluksvogels die wél probleemloos kunnen multitasken. En, gelukkig voor de rest, er zijn situaties waarin iedereen goed kan multitasken én er voordeel van heeft. Als je maar weet wanneer je het beter wel en niet kunt doen.

De Amerikaanse psychologen David Strayer en Jason Watson van de universiteit van Utah doen al jaren onderzoek naar multitasken. Inmiddels hebben ze duizenden mensen allerlei dingen tegelijk laten doen, van lopen en luisteren tot autorijden en bellen. In principe, zeggen Strayer en Watson, is ons brein er niet voor gemaakt, omdat we onze volle aandacht nu eenmaal slechts op één ding tegelijk kunnen richten. Probeer je toch twee dingen tegelijk te doen, dan moet je je aandacht voortdurend heen en weer schakelen - want dat is waar multitasking meestal op neerkomt. En dat vele schakelen heeft nadelen.

Knelpunt: werkgeheugen
Laten we eerst even een testje doen - want u bent natuurlijk benieuwd hoe het bij uzelf zit. Kijkt u eens wat er gebeurt zodra u gaat multitasken. Neem daarvoor een stopwatch en meet hoe snel u van 1 tot 10 kunt tellen. Doe nu hetzelfde met het opnoemen van de letters A tot en met J. En meet ten slotte hoelang u erover doet als u A, 1, B, 2, etcetera opzegt.

Als het goed is, kostte de derde opdracht u niet twee, maar vier à vijf keer zoveel tijd als de luttele seconden die het u kostte zowel het eerste als het tweede rijtje op te zeggen. Het bewijs dat multitasking ons veel meer tijd kost dan de dingen een voor een doen.

Het knelpunt zit in uw werkgeheugen, een netwerkje dat zetelt in de prefrontale en pariëtale cortex: het deel van het brein dat ons in staat stelt de aandacht ergens op te focussen (u gebruikt het op dit moment, het zorgt ervoor dat u dit artikel begrijpt). In uw werkgeheugen hield u bij waar u was in de reeks, en uw langetermijngeheugen leverde telkens de volgende letter of cijfer. Zoiets gaat heel efficiënt met één reeks, maar met twee reeksen moet het werkgeheugen telkens schakelen tussen het onthouden van de huidige letter en het huidige cijfer, en dat kost veel extra tijd.

Conclusie: wie een ingewikkeld artikel wil lezen doet er dus goed aan dat leesproces zo min mogelijk te onderbreken met binnenkomende e-mails, collega's die tussendoor een belangwekkend printje voor uw neus leggen, of plotselinge ingevingen om even op de KLM-site te kijken of er nog fijne last­minutes naar Barcelona zijn. Het is het beste eerst het ene te doen en daarna het andere, dat spaart echt tijd. U maakt dan bovendien minder snel fouten en raakt minder gestrest en vermoeid. Wie veel multitaskt, heeft per nacht twintig minuten meer slaap nodig, zo hebben Britse onderzoekers ontdekt.

Impulsief en sensatiebelust
Toch lijkt multitasken in onze westerse maatschappij de basisstand te zijn. Vooral tieners kunnen er wat van. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat liefst eenderde geregeld met meer dan één informatiebron tegelijk bezig is; velen lezen bijvoorbeeld voor de televisie.

Bent u, net als ik, weleens jaloers op hen? En ook op die jonge, hippe collega's die, terwijl ze een rapport schrijven, een e-mail beantwoorden, de nieuwste cd van ik-weet-niet-wie op hun oren hebben, met een schuin oog Facebook en Twitter in de gaten houden en ook nog even spits reageren op die opmerking van een collega?

Wees dan nu gerust: uit onderzoek blijkt dat je met al dat gemultitask van de regen in de drup raakt. Mensen die vaak op die manier bezig zijn, of ze nu jong of oud zijn, blijken een kortere aandachtsspanne te hebben, zijn sneller afgeleid, kunnen minder goed redeneren, zijn minder precies en onthouden minder details van de dingen waar ze zo druk mee waren.

Uit een onderzoek door psycholoog Clifford Nass van de Stanford-univer­siteit bleek recent dat ­mensen die veel multitasken een kleiner werkgeheugen hebben. Dat maakte Nass op uit het feit dat ze het een stuk slechter doen op cognitieve en geheugentaken. Opzienbarend detail: mensen die veel multitasken dénken dat ze tot betere prestaties komen, maar het tegendeel is dus waar.

De persoonlijkheid van deze gretige multitaskers is inmiddels ook onder de loep gelegd, en u raadt het al: ze zijn impulsiever en sensatiebeluster dan gemiddeld. Logisch dat ze tijdens hun werk constant hun privé-mail checken en sms'jes versturen: ze vinden het al snel saai worden en om de pijn te verzachten zoeken ze de kick die een andere bezigheid hun kan geven.

De grote vraag voor de wetenschap is nu: zijn zware multitaskers van nature impulsiever en sensatiebeluster, of zijn ze zo geworden door het multitasken? Vooralsnog wordt aangenomen dat het een combinatie van beide is.

Deuropener tegen uitsmijter
Zware multitaskers mogen dan extreem zijn in hun zucht naar nieuwe impulsen, in principe heeft iedereen min of meer die neiging. We zitten nu eenmaal zo in elkaar dat we de verleiding tot multitasking moeilijk weerstaan.

In onze hersenen is een voortdurende strijd aan de gang tussen de concentratie op één ding en de verleiding om ons op iets anders te richten. Het werkgeheugen en de globus pallidus, een dieper ­gelegen kern, trekken hierbij samen op tegen het eveneens dieper gelegen striatum. Het werkgeheugen regelt dat we ons kunnen concentreren op iets en de globus pallidus helpt daarbij, als een soort uitsmijter bij een nachtclub: hij probeert ongewenste elementen buiten de deur te houden. Maar zoals gezegd, het striatum gaat daar dwars tegen in. Dat wil juist steeds die deur wagenwijd openzetten voor nieuwe indrukken.

Overigens, die neiging ons te richten op veranderingen in onze omgeving zit niet voor niets ingebakken in de mens. Wat zou er gebeuren als we niet merkten dat er een leeuw op ons af komt? Maar een stuk minder handig wordt het natuurlijk als we anno 2012 steeds opkijken bij elk nieuw mailtje.

Het lastige met het striatum is dat het een beloningscentrum heeft dat ons een lekker gevoel bezorgt wanneer we onze aandacht op iets anders richten. Vandaar dat het zo verleidelijk is die mail steeds te checken (even aangenomen dat u af en toe ook leuke mailtjes krijgt, want het beloningscentrum beloont natuurlijk alleen als het om iets plezierigs gaat).

Sommige mensen hebben een rigoureuze oplossing gevonden om hun striatum de pas af te snijden: ze hebben het programma Freedom geïnstalleerd, dat regelt dat mail checken en websurfen een stuk ­minder leuk wordt. Je mail en internet zijn dan ­namelijk pas toegankelijk wanneer je de computer compleet opnieuw opstart.

Rijden onder invloed
Dat multitasking ronduit gevaarlijk kan zijn, bleek toen onderzoekers Strayer en Watson hun proefpersonen mobiel lieten bellen tijdens het autorijden. Qua rijvaardigheid bleken de bestuurders vergelijkbaar met iemand die achter het stuur zit met de maximaal toegestane hoeveelheid alcohol op. Mensen die bellen en rijden tegelijk, of het nu handsfree is of niet, zien minder dan de helft van wat er om hen heen gebeurt en reageren daar ook nog eens een stuk langzamer op. Ze wijken meer van hun baan af, houden minder goed afstand, rijden vaker per ongeluk door rood, en inderdaad: ze maken vaker slachtoffers in het verkeer.

Maar wie schetste Strayers en Watsons verbazing toen ze bij het zoveelste onderzoek naar tegelijkertijd autorijden en mobiel bellen bij toeval stuitten op een enkeling die níét slechter ging presteren. Van de ongeveer zevenhonderd proefpersonen waren er welgeteld negentien bij wie de prestaties niet achteruitgingen. Nieuwsgierig geworden legden Strayer en Watson deze 'supertaskers' in de hersenscanner. Wat gebeurde er in hun brein wanneer ze twee computertaken tegelijk verrichtten die allebei een beroep deden op hun cognitieve netwerk?

Verrassend genoeg bleek het brein van supertaskers tijdens het multitasken minder actief dan dat van normale mensen. Drie hersengebieden in en rond de prefrontale cortex - die allemaal te maken hebben met het werkgeheugen - werken bij deze supertaskers minder hard. Waarom? Omdat ze efficiënter functioneren, zeggen de onderzoekers. Het werk­geheugen van supertaskers houdt dus capaciteit over, in elk geval genoeg om aan twee dingen tegelijk de volle aandacht te kunnen schenken.

Wie zijn deze duizendpoten precies? Zijn ze in het dagelijks leven topkok in een sterrenrestaurant of sterspeler in een nationaal elftal? 'Dat weet ik niet,' zegt Strayer desgevraagd. Om de resultaten van zijn onderzoek niet te beïnvloeden, mag hij niet weten wie de supertaskers zijn. 'Maar toevallig ontdekte ik achteraf dat een van hen een ingewikkelde accountantsbaan combineert met een fulltime universitaire studie. Dat klopt met wat je kunt verwachten op basis van zijn uitzonderlijke werkgeheugen.'

Supertaskers houden dus het hoofd koel bij grote informatiedrukte, maar hoe kómt het dat ze dat kunnen? En kunnen wij misschien iets van ze leren? Helaas: het is een zeldzame gave die waarschijnlijk aangeboren is. Supertaskers blijken een bepaald gen te bezitten waardoor in hun frontale cortex het ­dopaminesysteem - dat de snelheid van de informatieoverdracht tussen hersencellen mede bepaalt - doelmatiger werkt.

Schoffelen en roddelen
Er zijn wetenschappers die menen dat juist ieders brein is gemaakt voor multitasken. Zoals Niels Taatgen, hoogleraar cognitive modelling aan de universiteit van Groningen. Onze hersenen vinden multitasken juist heerlijk, zegt Taatgen. 'Ze hoeven maar een beetje aandachtsruimte over te hebben of ze gaan al op zoek naar een "taakje erbij".'

Hersenen zijn volgens Taatgen prima in staat verschillende taken tegelijkertijd uit te voeren. Hij wijst erop dat we eigenlijk al vaak multitasken zonder dat we er erg in hebben, bijvoorbeeld als we tijdens het schoffelen met de buurman staan te praten. Waarom kunnen we die twee dingen zo goed tegelijk doen? Antwoord: het schoffelen is zó'n automatisme dat het maar een minimaal beroep op je werkgeheugen doet. Je hoeft namelijk niet bij elke handeling na te denken. Daardoor houd je ruimte in je werkgeheugen vrij om over de heg de laatste buurtroddels te kunnen doornemen.

Meerdere taken tegelijkertijd doen gaat goed zolang die elk maar worden uitgevoerd door aparte hersengebieden; verschillende netwerken die los van elkaar opereren en elkaar daarbij niet verzwakken. Ze kunnen prima simultaan aan de slag: de visuele, auditieve, vocale en motorische gebieden, en tevens de gebieden waar ons werkgeheugen, langetermijngeheugen en procedurele geheugen zetelen.

Taatgen: 'Tel maar eens van 1 tot 10 terwijl je met een vinger op de tafel meetapt: dat kost je géén extra tijd, ­omdat je dan drie aparte netwerken combineert: motorisch, vocaal en werkgeheugen. Voor autorijden gebruik je - mits je op een lege weg zit - het visuele en motorische gebied, dus kun je daarbij prima bellen, want bellen doet geen beroep op die twee. Bellen doe je met vier andere gebieden: het auditieve en vocale netwerk en het werk- en lange-termijngeheugen. Op een saaie weg is het zelfs beter om te bellen; dan houd je je brein actief en sukkel je niet in slaap. Sms'en zou ik weer niet doen, dat is namelijk ook visueel en motorisch.'

Kanttekening: in de onderzoeken waaruit blijkt dat bellen in de auto de rijprestaties verslechtert, ging het niet om saaie wegen. Maar op een saaie weg kan natuurlijk altijd plotseling iets gebeuren wat uw volle aandacht vraagt, dus misschien is het beter ook niet op een rustige weg te bellen.

Een ander voorbeeld van een situatie waarin multitasken de prestaties verbetert, is droedelen: het neerkrabbelen van allerlei onzinfiguurtjes tijdens een saaie vergadering of lezing. Onderzoekers van de universiteit van Plymouth ontdekten dat toehoorders die zitten te droedelen, meer onthouden van wat er is gezegd. Reden: het brein heeft iets te doen en blijft daardoor alert, maar heeft ook weer niet zo veel afleiding dat het de vergadering niet meer volgt. Droedelen voorkomt ook dat je gaat dagdromen over een vakantie naar de Seychellen - dat zou je hele werkgeheugen natuurlijk in één keer totaal in beslag nemen.

Wachtrij voor de deur
Multitasken gaat fout zodra we hetzelfde hersennetwerk een aantal ingewikkelde dingen tegelijk ­willen laten doen, zegt Taatgen. 'Als het verkeer ingewikkeld wordt, bijvoorbeeld wanneer je een druk kruispunt nadert, moet je je werkgeheugen behalve voor het bellen ook voor het verkeer gaan gebruiken. Dan ontstaat er voor de deur van dat werkgeheugen een wachtrij aan binnenkomende informatie. Weliswaar kun je je werkgeheugen steeds laten schakelen tussen het bellen en het drukke verkeer, maar dan ga je dus heel veel minder zien en horen, en langzamer reageren - met alle gevolgen van dien.'

Taatgens advies luidt dan ook: kies de momenten wanneer je wel en niet dingen tegelijkertijd doet, zorgvuldig uit. Ga dus niet tv-kijken terwijl u uw moeder aan de lijn heeft, dat kan uw werkgeheugen niet aan (nog los van het feit dat het behoorlijk onbeleefd is natuurlijk). Wat wél allemaal prima samen kan: zingen tijdens de afwas, strijkend de dag doornemen met uw partner, bij het aardappelschillen op uw iPad het nieuws lezen - in al dat soort gevallen zorgt multitasken voor tijdwinst én plezier.

Maar de vraag is wel hoe mindful dat is. Mindfulness leert ons dat het heilzaam is je volle aandacht te houden bij datgene wat je aan het doen bent, en onderzoek heeft dat bevestigd; wie meer mindful leeft, heeft minder last van stress, slaapproblemen, fysieke klachten, depressiviteit en angst. Dus ook als u het maximale uit uw tijd wilt halen, bent u beter af als u niet multitaskt. Zelfs niet bij taken die uw brein goed tegelijkertijd aankan.

'Ploink!' Daar is het weer: dat prettige geluidje van mijn iPhone. Weer zit ik op de fiets, weer rijd ik over een druk kruispunt, weer jeukt mijn rechterhand. Maar, denk ik nu: Amsterdam zit te vol met spelonken waaruit elk moment een verdwaasde toerist of een brutale pizzakoerier tevoorschijn kan schieten. Keurig rijd ik naar huis, kalm focussend op het verkeer, zelfs onderwijl nog een beetje genietend van de wind langs mijn huid. Pas als ik thuis op de bank zit, pak ik mijn telefoon. Ik begin het te leren.

Zo wordt u een singletasker

Deel uw werkdag in in blokken. Zet e-mail, telefoon en internet uit en spreek met uzelf af dat u alleen op vaste tijden uw e-mail afhandelt, telefoontjes beantwoordt enzovoorts.

• Onderzoek wijst uit dat we de helft van de onderbrekingen aan onszelf te wijten hebben. Voelt u vaak de verleiding opkomen koffie te halen? Adem dan even diep en richt u weer op datgene waar u mee bezig was. Op die manier traint u uw concentratie en zult u op den duur langer uw aandacht langer bij één ding kunnen houden.

• Komen er tijdens het werken aan één ding gedachten bij u op over andere dingen? Parkeer ze dan door ze op een papiertje te schrijven, dat geeft rust.

• Betrapt u uzelf erop dat u toch weer aan het multitasken bent, stop er dan mee, sluit vijf minuten uw ogen en haal rustig adem. Dat maakt uw werkgeheugen 'schoon' zodat u straks weer goed verder kunt; ook neemt stress erdoor af en verbetert op den duur uw concentratie.

• Komt er iets tussendoor dat echt niet kan wachten? Noteer dan eerst waar u gebleven bent en welke gedachten u in uw hoofd heeft. Dat helpt later de draad sneller op te pakken.

• Is het gelukt uw aandacht bij één ding te houden? Beloon uzelf dan met iets leuks of lekkers - daarmee versterkt u uw nieuwe gedrag.

Wilt u toch multitasken bij bepaalde bezigheden? Oefen die zo vaak dat u ze op de automatische piloot kunt doen. Dan houdt u breinkracht over voor een andere taak die u er goed naast kunt doen. Als u een kei bent in ramen lappen, kunt u ondertussen een origineel cadeau bedenken voor uw moeder.

Gerelateerd

Advertentie

Webshop


Advertentie

Mis de nieuwsbrief niet!

Elke week de nieuwste tests, nuttige tips en adviezen. Meld u nu aan voor de nieuwsbrief:

Inloggen plusabonnee

Twitter