|
|
Als kind werd ik vaak gepestBeste Fredrike, Op een gegeven moment ‘slijt’ de gedachte, maar ik kan er dus wel een paar dagen last van hebben en dat is natuurlijk erg vervelend. Deze gedachten variëren van ongelukken, tot ziektes en het wantrouwen van mensen. Kan dit iets te maken hebben met mijn ervaringen met pesten, en hoe kan ik op het moment dat deze gedachten me maar niet met rust laten zorgen dat ik ze loslaat? Met mijn therapeut heb ik geleerd hoe ik gedachten moet analyseren en relativeren maar de angst is zo sterk dat dat vaak op het moment zelf niet lukt.
Klinisch psycholoog Fredrike Bannink
Beste Henrike (je naam lijkt op die van mij!), Je vraagt of je nare gedachten iets te maken kunnen hebben met je ervaringen met gepest worden. Het antwoord is ja. Als een kind nare dingen meemaakt (en gepest worden wordt daarbij vaak erg onderschat), dan ontwikkelt dat kind zogenaamde “negatieve verwachtingen” over zichzelf, anderen en de toekomst. Je schrijft dat je een laag zelfbeeld hebt, dat is dus een negatieve verwachting van wie je bent en wat je kan. Je schrijft ook dat je anderen wantrouwt, dat is een negatieve verwachting van anderen. En een negatieve verwachting over de toekomst ziet er vaak uit als: ‘het zal nooit overgaan’ en ‘het wordt nooit wat met mij’. Het is erg begrijpelijk dat een kind deze verwachtingen ontwikkelt, want ze komen logisch voort uit wat het kind meemaakt. Alleen kun je er later wel veel last van krijgen, omdat je er onvoldoende controle over hebt, ook al is je leven (hopelijk) verbeterd. Je schrijft dat die negatieve gedachten na een paar dagen slijten, alsof dit gebeurt zonder dat jij daar iets voor doet. Dat geloof ik eerlijk gezegd niet helemaal. Natuurlijk werkt de tijd mee, maar misschien kun je eens nagaan hoe jij zelf de tijd daar een handje bij helpt. Door te ontdekken hoe jij zelf eraan bijdraagt dat jij uiteindelijk de baas over die gedachten bent, kom je vaak op goede ideeën over wat je meer zou kunnen doen, om ervoor te zorgen dat jij nog meer de controle over die gedachten krijgt en je ze in de toekomst ook eerder kan laten verdwijnen. Tot slot is het altijd makkelijker om de angst de baas te zijn en te kunnen relativeren op het moment dat je je rustig voelt dan op het moment dat de angst jou weer de baas is. Dat ervaart iedereen die angstig is. Het is fijn dat je hebt geleerd je gedachten te analyseren en relativeren, maar dat is inderdaad altijd achteraf (of vooraf). Misschien kun je eens (samen met je therapeut?) nagaan in welke situaties het je al lukt om op het moment zelf net iets minder angstig te zijn. Wat helpt daarbij? Wie helpt daarbij? Er zijn namelijk altijd uitzonderingen op de regel, momenten waarop het net iets minder erg is dan de andere keren. Uit die momenten kun je veel halen om vaker te doen. Bovendien zijn dat manieren die je zelf (of met behulp van anderen) hebt bedacht en die werken dus het beste voor jou. Als voorbeeld noem ik mensen bij wie het werkte om: even rustig adem te halen, iemand te bellen om even mee te praten, 5 minuten touwtje te gaan springen, een pilletje te nemen, met de hond te gaan spelen, etc. Maar alleen jijzelf kan nagaan wat voor jou het beste heeft gewerkt tot nu toe en wat je nog meer zou kunnen doen. Zeker is dat je je nare gedachten nog meer de baas kunt worden dan je nu al voor elkaar hebt gekregen! En op die manier kan je negatieve verwachtingen omdraaien naar positieve verwachtingen van jezelf en van de toekomst: Dit gaat me gewoon lukken! Veel succes ermee!
Meer lezen: Bannink, F.P. (2009), Positieve psychologie in de praktijk, Amsterdam: Hogrefe Bannink, F.P. (2007). Gelukkig zijn en geluk hebben. Zelf oplossingsgericht werken. Amsterdam: Harcourt, ISBN 978 90 265 1803 4 Bannink, F.P. (2006). Oplossingsgerichte vragen. Handboek oplossingsgerichte gespreksvoering. Amsterdam: Pearson, ISBN 978 90 265 1780 8 Verwerk uw verledenIets verschrikkelijks meegemaakt? Alles over natuurlijke herstelkracht, verdrongen pijn en veerkrachtige types.
|
|